Strips: Lizzy Stewart – The wreck
Is dit nog wel vriendschap?
Wat de Britse Lizzy Stewart met The wreck heeft afgeleverd, is niet minder dan indrukwekkend. In een hybride strip van meer dan 300 pagina’s pakt ze uit met een verhaal dat nog lang blijft nazinderen. In een mengvorm van proza, illustratie en strip vertelt ze de geschiedenis van Francesca en Charlotte, twee studievriendinnen die elkaar na twintig jaar weer terugzien. Destijds onafscheidelijk, maar elkaar vanwege drukke werkzaamheden en verhuizingen uit het oog verloren.
Dan krijgt Charlie zomaar opeens een brief van Fran (zo noemen ze elkaar in het verhaal) met een wel heel opmerkelijk verzoek. Fran en haar man Adrian wonen namelijk in een enorm landhuis in het rurale Somerset en dat jasje zit vooral Fran wat te ruim. Charlie en haar vriend Bill gaan op de koffie en dan horen ze van het voorstel: of ze zin hebben om samen in het grote huis te gaan wonen. Plek zat, en gezellig.
We hebben dan al kennisgemaakt met de introverte kunstcritica Charlotte en klusjesman Bill, die samen in een klein stadsappartement wonen. Eigenlijk te krap en uitgewoond. Voor veertigers die hunkeren naar een volgende stap in het leven, klinkt de vraag van Fran en Adrian wel heel welkom. Ze besluiten op het voorstel in te gaan, tot grote vreugde van Fran.
Maar er is wel iets waar Charlotte mee zit. Ze kent Adrian namelijk ook uit haar studietijd en destijds was er iets tussen die twee gaande. Geen volwaardige relatie, maar genoeg om het na al die jaren toch even te benoemen. Maar ach, iedereen is blij, tevreden en het samenwonen pakt goed uit. En we zijn volwassenen, is het niet? De initiatie gaat verder prima, het is fijn. Doordeweeks is Fran meestal in Londen voor haar televisiewerk, Adrian is fotograaf die vaak voor langere tijd naar brandhaarden wordt gestuurd. Soms zijn de dames alleen thuis, dan Bill en Charlotte, dan de hele kliek. Alle dynamiek worden door Stewart prachtig in beeld gebracht.
De situatie verandert als Fran een klus heeft voor Bill: hij mag decors bouwen in de tv-studio’s, in Londen. Hij is vaak dagen achtereen weg. Die solitaire situatie zorgt er bij Charlotte voor dat ze gaat twijfelen. Aan zichzelf, ze is niet bepaald het zonnetje in huis, maar ook aan de rest van de club. Dan escaleert de boel.
Net als in haar prachtige stripdebuut Allison beweegt Stewart zich op drie vlakken: in The wreck wisselt ze stripsequenties af met geschreven pagina’s, die ze ondersteunt met pagina’s in waterverf en kleurpotlood. Ze doet dat slim. De lezer heeft snel door hoe het werkt: als er rust in het verhaal moet komen, of als er veel moet worden geduid, dan schrijft ze. Bij dialogen en bij voorbeelden van wat eerder verteld is, komen de strippagina’s van pas. Mooi is dat Stewart op gevoelens teruggrijpt in de tekst. Zo laat ze Charlotte vaak mijmeren en zien we haar terughoudendheid later in stripvorm terug. Ze wil het ene en doet het andere; we zien hoe ze worstelt, omdat we eerder opmerkzaam zijn gemaakt. Dat vertelidee zit verweven in The wreck.
Het verhaal is meer dan het verslag van een samenwoonproject. Door mensen van verschillende afkomst bij elkaar te zetten, wordt er veel aan de keukentafel gediscussieerd. In die gesprekken gaat het vaak over status, de positie van de vrouw in de samenleving en – heel Brits – het gemak waarmee de bevoorrechte klasse de wereld beziet. Charlotte heeft moeite met al die zaken. Haar klaagzang over de kunstwereld, over feestjes, het zien en gezien worden, is terecht, maar verbeten. Het zorgt ervoor dat ze zich aan de drukte onttrekt en met haar giftige pen kunstkritieken schrijft.
Wat opmerkelijk is, is dat de sympathie van de lezer bij niemand in het bijzonder wordt gelegd. De goeiige Bill, die alles van zich af laat glijden en tevreden is met alles wat hem overkomt, staat te ver van ons af. Fran is te gemakkelijk en stoort zich aan niets – en is daarmee het tegenovergestelde van Charlotte, die dan weer heel eerlijk is. En Adrian is een enigma, die weinig zegt en zich zoveel mogelijk aan alles en iedereen onttrekt. Geen gelukkige samenloop, kun je denken, maar juist door de combinatie van deze gemankeerde types weet Stewart de lezer in te pakken. We zijn op zoek, willen de vinger achter de situatie krijgen, en worden daarbij op de proef gesteld. Meermaals vraag je je af wat erachter steekt: is dit nog wel de vriendschap waarop dit hele idee is gebaseerd?
The wreck is een flinke leeservaring. Het is de constante stroom van details die het verhaal voortstuwt. Die maakt het invoelend en begrijpelijk. De getekende gezichten van de personages worden gaandeweg strenger, angstiger en laten meer twijfel zien. De handelingen en de gesprekken worden stroever, en de gedachten die we lezen zetten alles nog verder op scherp. De ontlading is enorm en eenmaal voorbij het einde is er een gevoel van opluchting. Bij de lezer, maar zeker ook bij de personages.
Stefan Nieuwenhuis
Lizzy Stewart – The wreck. Jonathan Cape. 320 blz. hardcover. € 30,-.

