Nieuws: Bert Natter wint de Libris Literatuur Prijs 2026 met Aan het einde van de oorlog
Bert Natter heeft de Libris Literatuur Prijs gewonnen met zijn roman Aan het einde van de oorlog. Dat is zojuist bekendgemaakt in Nieuwsuur. Natter ontvangt 50.000 euro en een bronzen legpenning. Peter Buwalda, Lieselot Mariën, Coco Schrijber, Peter Terrin en Nadia de Vries grijpen naast de prijs.
In Aan het einde van de oorlog volgen we 31 personages in en rondom een concentratiekamp van 20 op 21 april 1945. De jury, bestaande uit Noraly Beyer, Sander Bax, Liesbeth D’Hoker, Roos van Rijswijk en John Vervoort, spreekt van een niet weg te leggen roman over onze geschiedenis.
Het is Natters derde bekroning voor zijn roman, die als de definitieve doorbraak bij het grote publiek gezien kan worden. Eerder al won Aan het einde van de oorlog de Mezza Boek van het Jaar-verkiezing en de Confituur Boekhandelsprijs. Daarnaast is het boek nog genomineerd voor De Inktaap 2027. Ook staan er vertalingen op de planning.

Bert Natter heeft de Libris Literatuurprijs gewonnen. Het is hem van harte gegund.
Natter’s boek, evenwel, en met name dat het gewonnen heeft, is voor mij het zoveelste bewijs van de onnozelheid van de Nederlandse lezer.
Ik zal begin 20 zijn geweest toen ik ‘Hierheen naar de gaskamers, dames en heren’ (uit 1948) van Tadeusz Borowski las en kort daarna ‘Is dit een mens’ (1947) van Primo Levi. Die boeken hebben mij compleet veranderd. Hier las ik waartoe de mens in staat is, wat de mens werkelijk is. Wat het allemaal nog erger maakte is dat Borowski in 1951 op 28-jarige leeftijd een einde aan zijn leven maakte. Laten we wel wezen, na deze boeken hoeft er toch niet meer over concentratiekampen geschreven te worden? Een scene als onderdeel van een boek (als in het fenomenale ‘Leven en lot’ van Vasili Grossman), of zelfs maar een zinnetje (als in het even fenomenale ‘Pnin’ van Vladimir Nabokov, verwijzend naar de moord op zijn broer in een concentratiekamp), maar verder is toch wel klaar, zou je zeggen. Ach, als de Nederlandse lezer toch eens wat buitenlandse literatuur las… Ik begrijp werkelijk niet waarom in 2026 iemand het concentratiekamp wil herbeleven door een boek te lezen van een schrijver die er niet bij geweest is, als bovengenoemde boeken er ook zijn. Dat juryrapport en dat interviewtje in Nieuwsuur maken het het natuurlijk nog veel erger. Over niet al te lange tijd zal een Nederlands boek over de Goelag-archipel wel de Librisprijs winnen…
WOI, hetzelfde verhaal. Al in 1916 verscheen het ongelooflijk ‘Het vuur’ van Henri Barbusse; kort daarna ook ‘Civilisatie 1914–1917’ in (1918) van Georges Duhamel en ‘Houten kruisen’ (1919) van Roland Dorgelès. De Duitse kant is daar na door Erich Remarque verteld. Wat moet je als Nederalnder, uit een land dat neutraal was, nog toevoegen aan al deze verschrikkingen? Nou de Nederlandse schrijver en lezer weten er wel raad mee!
Ach, laat ik er maar over ophouden. Want we hebben nog WOII, verworden tot een musical over de heldendaden van de bezittende klasse, om vooral niet te laten weten dat het werkelijke verzet van links kwam; en ook Vietnam, Afghanisten, Irak, ga zo maar door…, wat een bron van vermaak!