Held in hoofdstukken: 20 Chester Himes – The real cool killers | ‘A chocolate dandy’ en meer van dat fraais
The real cool killers | ‘A chocolate dandy’ en meer van dat fraais
Het werk van Chester Himes is wel naar het Nederlands vertaald, maar dat is alweer erg lang geleden, en zijn naamsbekendheid hier houdt niet over. Een schandaal? Misschien proberen onze uitgevers juist een schandaal te voorkomen: aan Himes’ werk brand je immers makkelijk je vingers. The real cool killers is een ronduit machtige roman, maar je kan een lange lijst opstellen van elementen die de 21ste-eeuwse lezer furieus maken.
Racisme in alle soorten en maten
Punt één op het lijstje: het mogelijke racisme van de auteur.
Bij de introductie van de zwarte personages vermeldt Himes altijd precies hoe donker hun huid is, en welke textuur hun haar heeft. Dat gaat zo: ‘Grave Digger’s gaze circled the bar. Its high stools were inhabited by a big dark-haired white man; two slim young colored men; (…) two dark brown women dressed in white silk evening gowns, flanking a chocolate dandy in a box black double-breasted tuxedo (…) and a high yellow waitress with tin tray waiting to be served. It was presided over by another tall slim ebony young man.’ De cursiveringen staan niet in de tekst: ik heb ze aangebracht om te wijzen op de aandacht voor huidskleuren en -tinten. Het is niet ondenkbaar dat zelfs dit korte citaat, op dit platform neergezet, al een censurerend algoritme doet ontwaken.
Twee: racisme bij de personages.
De politiemensen zijn zonder uitzondering racisten. Ze behandelen de zwarte personages met een brutaal gebrek aan respect. Nog voordat er klappen met de wapenstok uitgedeeld worden, vliegen de achteloze beledigingen heen en weer. Een voorbeeld, uit een passage waarin twee agenten enkele zwarte jongens ondervragen. Voor de duidelijkheid: één van de agenten wordt ‘the professor’ genoemd.
‘What do they call you, boy?’
‘Inky,’ Inky said. ‘But my name is Rufus Tree.’
‘So you’re Inky,’ the sergeant said.
‘They’re both Inky,’ the professor said.
The cops laughed.
Een tweede voorbeeld. ‘What’s on Justice besides the blindfold?’ vraagt een agent aan zijn collega, die net Justice, een zwarte jongen, heeft afgetast. Antwoord: ‘Nothing but his black’.
Ergens verdenk ik Himes ervan dat hij precies deze passages opzettelijk grappig maakt: hij daagt de lezer uit om níet in lachen uit te barsten, terwijl het racisme van de pagina’s spat.
Grave Digger en Coffin Ed zijn uiteraard zwart, maar maken nooit een punt van de dingen die hun collega’s zeggen of doen. En ook zij schuwen de zware middelen niet. In hoofdstuk 15 wordt Grave Digger zelfs door zijn overste terechtgewezen voor het geweld dat hij gebruikt.
‘You two men act as if you want to kill off the whole population of Harlem,’ luidt het verwijt.
‘You told me to crack down,’ zegt Grave Digger, zich verdedigend. Maar zijn overste onderscheidt een belangrijke nuance: ‘Yeah, but I didn’t mean in front of my eyes where I would have to be a witness to it.’
Een schitterend, intens zwart-komisch moment. En laat het maar even inzinken: de helden van The real cool killers zijn voorstanders van politiegeweld. ‘Don’t play with me,’ zegt Grave Digger in een andere passage tegen een onwillige informant. ‘This ain’t the movies; this is real. A white man has been killed in Harlem and Harlem is my beat. I’ll take you down to the station and turn a dozen white cops loose on you and they’ll work you over until the black comes off.’
Valt het op dat ik gretig citeer uit dit boek? Ik ben nogal een Himes-fan. I’ll spell it out for you nice people: lees Chester Himes.
Nog meer pijnpunten
Terug naar ons lijstje met mogelijke controversiële punten in The real cool killers. Puntje drie: misogynie. Want natuurlijk.
The real cool killers haalt de Bechdeltest niet. Vrouwen en meisjes spelen secundaire rollen in dit boek en verhouden zich uitsluitend tot mannelijke personages. Erger nog: de meeste vrouwelijke personages zijn jonge meisjes die bijklussen als hoertjes. Ze torsen bijnamen als Sissie en Sugartit. Spelen verder nog mee: de eigenares van een bordeel en een minderjarige damsel in distress, die van de dood gered wordt door een spectaculair optreden van Coffin Ed.
Ten vierde en ten slotte: islamofobie. Of Arafobie, als dat bestaat.
The real cool killers ontleent zijn titel aan de straatbende die de schutter, meteen na de moord, ontvoert en daarmee het onderzoek ontzettend hindert. De bende noemt zich de Real Cool Muslems en ze worden aangevoerd door ‘Sheik’. Ze dragen djellaba’s en lange valse baarden, maar in feite zijn het zwarte jongens. Ze hebben geen spatje interesse voor de Arabische wereld: het gaat hun louter om de vermomming. Als Himes-in-vertaling geen zwarte mensen zou schofferen, dan kan nog altijd de Arabische medemens zich beledigd voelen. Een mijnenveld, dit boek. (Maar wat een boek!)
Goed, racisme én een respectloos gebruik van Arabische tradities én dubieuze vrouwenrollen én een kleurrijk taalgebruik (met als meest gebruikte scheldwoord: ‘mother-raper’) énzovoort enzoverder: allemaal goed en wel, maar wat heeft dit boek nu te zeggen over mannelijkheid?
Mark Cloostermans
Volgende aflevering:
De mythe van de sterke, zwijgzame man
(The real cool killers, Chester Himes, 3/4)
In ‘Held in hoofdstukken’ gaat Mark Cloostermans in literaire werken op zoek naar constructieve, niet-toxische opvattingen over mannelijkheid. De bespreking van een boek wordt telkens over drie à vier afleveringen gespreid.
Boekenlinks:
- Chester Himes, The real cool killers
- Chester Himes, All shot up
- Mark Cloostermans, Alleen de duivel heeft een plan
- Mark Cloostermans en Chrétien Breukers, De man die van vrouwen hield: Georges Simenon in 27 romans
