Datumloze dagen | Verdwaald in een bos

Tijd is belangrijk in de romans van Jeroen Brouwers. Dat snapt zelfs een kind, trouwens, als je het een boek in handen geeft dat Datumloze dagen heet.
Wat is een datumloze dag? Zo’n dag is niet terug te vinden op de kalender: je weet wel waar hij thuishoort in een week, maar niet in welke maand, of in welk jaar. De titel verwijst dan ook naar de vele dagen in een mensenleven die ongemerkt voorbijgaan en daardoor de facto verloren gaan. Of zoals de auteur het zegt: ‘…datumloze dagen, een heel leven lang, waarin de tijd voorbijraasde zonder dag-, maand-, jaarmarkeringen, maar wel sporen naliet…’
Tijd is bij Brouwers ook altijd een structuurelement. Zijn romans evolueren nooit chronologisch van begin naar einde, in wat je een horizontaal verloop zou kunnen noemen. In plaats daarvan gaat Brouwers verticaal te werk: hij snijdt als het ware schijven uit de tijd en stapelt die op elkaar. En aangezien de tijd geen vaste materie, durft de ene tijdschijf al eens door te sijpelen naar een andere, lagere schijf.
Literaire aanstellerij? Misschien. Maar vergelijk het eens met de verhaallijnen in verschillende tijdvakken in (ik zeg maar wat) het eerste seizoen van The Witcher. Literatuur is geen vreemd en onherbergzaam gebied: je kent je weg hier.
Bovendien, is Brouwers’ verticale tijd geen treffende spiegeling van hoe de tijd zich gedraagt in jouw en mijn leven? Het verleden is nooit afgelopen, want het blijkt te zijn doorgesijpeld naar het heden.

Het bos en het verleden
In Datumloze dagen beweegt het verhaal zich voortdurend tussen twee tijdvakken. Enerzijds vergezellen we de hoofdpersoon op zijn boswandeling in het heden. Merk op hoe allerlei banale observaties over dat bos telkens terugvoeren naar het verleden.
Voorbeeldje: ‘In dit bos heb ik wel eens zo’n zwerfballon aangetroffen, doodmoe van het richtingloos zwalken, vastgeraakt in struiken. Er hing een verregend maar nog leesbaar kaartje aan: of ik dat kaartje wilde terugsturen naar een verliefd stel, dat het met helium volgeblazen condoom (…) twintig dagen eerder, vijf landen verderop had losgelaten om te zien hoe ver hun liefde reikte. Karol en Hiltrude. Nooit iets op teruggehoord, — mogelijk was hun opgetogenheid voor elkaar even snel vervluchtigd als het zonnegas in hun liefdesballon.’ Zoals dat ging bij de verteller en Mirjam.
Dat bos dus, is onze enerzijds. Anderzijds en tegelijk bevinden we ons jaren terug in de tijd, op de momenten waarop vader en zoon bij elkaar in de buurt kwamen. De eerste keer is in New York, waar zoon Nathan rondtrekt (misschien als een soort zwerfballon), onderweg wat geld verdienend als straatmuzikant. In eerste instantie herkent de vader zijn zoon niet, net zoals hij in de kraamkliniek niet meteen wist welke baby de zijne was. Dit is een patroon dat zich meermaals zal herhalen. Verderop in de roman zijn er scènes waarin de zoon de vader zit te observeren, zonder dat die zich ervan bewust is. En later gebeurt precies het omgekeerde: de vader zit in hetzelfde café als zijn zoon en observeert hoe die het hoogste woord voert.
Telkens weer schampt het leven van deze twee mensen langs elkaar heen. Het lijkt alsof ze nooit echt een rol van belang zullen gaan spelen in elkaars leven.
Maar dat is niet waar, en Brouwers plant de zaadjes voor deze ontwikkeling al in de New York-passages. Daar vertelt hij namelijk dat de zoon erin slaagt om met een heel krap budget door de VS te reizen. Hij beheert zijn inkomsten als straatmuzikant ‘uiterst zuinig (…) om overal waar hij kwam theaters te kunnen bezoeken, desnoods met lege maag op de goedkoopste plaats. Het lichaam moet geen kapsones hebben, het lichaam doet maar zonder morren wat ik beveel. Ik hoor hem dit nog zeggen, ik hoor nog hoe monter hij het zei.’
Dit is een aankondiging, realiseert de lezer zich later. Nathan zal op zijn reizen namelijk een uiterst zeldzame parasiet oppikken, plus de dodelijke ziekte die hij veroorzaakt: kala azar. Machteloos staat de ik-verteller bij het sterfbed van zijn zoon, gedwongen om getuige te zijn van Nathans gruwelijke, uitzichtloze lijden. ‘Het leek onzeker of hij me hoorde,’ schrijft Brouwers. En: ‘tevens vroeg ik me af of hij nog benul had van menselijke, aardse tijd, het onderscheid nog wist tussen gisteren, vandaag, morgen. Hoe lang duurt een dag? Wanneer is morgen? Hij vegeteerde te lang al in etmalen zonder naam, dagen, almaar eendere, die blanco voorbijschoven.’
Ook voor de zoon zijn de dagen nu datumloos geworden.

Mark Cloostermans

Volgende aflevering:
Verdwaald in een boek
(Datumloze dagen, Jeroen Brouwers, 3/3)

In ‘Held in hoofdstukken’ gaat Mark Cloostermans in literaire werken op zoek naar constructieve, niet-toxische opvattingen over mannelijkheid. De bespreking van een boek wordt telkens over drie à vier afleveringen gespreid.

Boekenlinks: