The real cool killers | De mythe van de sterke, zwijgzame man

Nog even terug naar de intrige van The real cool killers. In de loop van het politieonderzoek komt Grave Digger in een kantoorgebouw terecht. Om zich te oriënteren leest hij de opschriften op de deuren. Sommige daarvan zijn onschuldig, bijvoorbeeld: ‘Joseph C. Clapp, Real Estate and Notary Public’. Maar er is ook deze slogan: ‘JOSEPH. The Only and Original Skin Lightener. I guarantee to lighten the darkest skin by twelve shades in six months.’
Ik citeer deze passage om nog eens te benadrukken: in dit boek draait alles rond huid. Huid als aanleiding voor racisme en huid als iets wat het verlangen naar seks wekt.
Grave Digger en zijn collega/beste vriend Coffin Ed veronderstellen eerst dat het slachtoffer, de man die op straat werd doodgeschoten, een ‘slummer’ was, een witte man die een zwarte vrouw in zijn bed wou krijgen. Niet ongewoon, weten ze. Er blijkt echter meer aan de hand te zijn. Het slachtoffer had een voorkeur (jonge zwarte meisjes) en een stijl (bestraffingen die strepen achterlaten op de huid). De rechercheurs beseffen dat ze op zoek zijn naar een vader die de eer van zijn dochter wreekt.
Verandert dat de zaak voor hen? Nee. Ze hebben geen greintje respect voor het slachtoffer, maar ze zetten hun onderzoek voort met exact evenveel energie. De waarheid moet onthuld worden, de dader gestraft. En al kunnen ze voor sommige informanten begrip opbrengen, de ene arrestatie volgt op de andere. ‘You made your bed hard, if it hurts lying on it, don’t complain,’ zegt Grave Digger ergens. En in een andere passage stelt hij kalmpjes: ‘I’m just a cop. If you white people insist on coming up to Harlem where you force colored people to live in vice-and-crime ridden slums, it’s my job to see that you are safe.’
Zijn Himes’ helden dan twee harteloze robots, alleen gemotiveerd door de letter van de wet? Onmogelijk. Wie zou over dat soort types maar liefst negen romans willen lezen?

The strong, silent type
Het Hollywood van de jaren 1930 schiep een ideaalbeeld van de man, een beeld zo scherp afgelijnd dat het een naam kreeg: ‘the strong, silent type’. Deze geïdealiseerde man praat weinig, maar handelt des te meer. Hij is fysiek sterk, psychologisch ondoorgrondelijk, beheerst, voortgedreven door een moreel kompas dat nooit beeft. Kortom, hij is een verzinsel.
Interessant aspect: de kracht van the strong, silent type komt niet voort uit het fysieke, maar uit het feit dat hij absolute controle heeft over zijn emotionele huishouding. Elke emotie die hem bij het handelen zou kunnen hinderen, is zo diep weggestopt dat ze hem niet meer kunnen schaden.
Gezond zal dat wel niet zijn. En toch: wie heeft er in deze tijd van antidepressiva en andere breinmedicatie niet ooit gedacht dat het prettig zou zijn om verlost te worden van al die onbeheersbare emoties?
Grave Digger en Coffin Ed zijn perfecte voorbeelden van the strong, silent type: ze spreken weinig, tonen geen emotie en volgen hun eigen kompas. Ze doen hun plicht in een onrechtvaardige wereld, vol racisme en discriminatie – het is allicht geen toeval dat het grootste deel van de roman zich afspeelt tijdens de nacht, in een duisternis die alleen wordt bestreden met de zoeklampen van de politie – maar ze protesteren niet. Nooit nemen ze de positie van slachtoffer in. Ze aanvaarden de feiten en gaan op zoek naar hun eigen invulling van rechtvaardigheid. De bewoners van Harlem, zo valt tussen de regels te lezen, kijken niet neer op deze zwarte collega’s van een racistische, agressieve politiemacht: ze voelen juist een schuwe, respectvolle bewondering voor de ‘monsters’. En monsters zíjn het, voor minstens 80% opgetrokken uit schild.
Mogen we dan zeggen dat ze voor de resterende 20% helden zijn?

Mark Cloostermans

Volgende aflevering:
Het schild is niets zonder het kompas
(The real cool killers, Chester Himes, 4/4)

In ‘Held in hoofdstukken’ gaat Mark Cloostermans in literaire werken op zoek naar constructieve, niet-toxische opvattingen over mannelijkheid. De bespreking van een boek wordt telkens over drie à vier afleveringen gespreid.

Boekenlinks: