De lege hemel | Sociaal contact is geen wedstrijd

Denken we even aan de groep mannen die zich (met een grimmig soort trots) incels laten noemen. Deze involuntary celibates zijn de crisis van de mannelijkheid op haar smalst: ze zien in het feit dat ze geen vriendin vinden een rechtvaardiging om alle vrouwen de goorste verwijten toe te slingeren, geweld te plegen, over te gaan tot verkrachting, enzovoort.
Slob schrijft niet expliciet over incels in De lege hemel, maar ik denk dat ze wel enig begrip voor hen zou kunnen opbrengen.
Seks is sociale status, schrijft de voormalige Denker des Vaderlands: ‘Het idee dat je faalt als je geen partner hebt wordt je vanaf je adolescentie (…) behoorlijk opgedrongen. Je kunt dan “heus” nog wel een goed leven hebben, maar sneu is het wel, en sociaal onhandig ook, want hoe moet het dan op vakantie en met uitnodigingen voor etentjes en zo?’
Het probleem ontstaat als je je gebrek aan vriendin of vrienden gaat beschouwen als een niet te verkroppen persoonlijke nederlaag, en jezelf als de verliezer van een wedstrijd. Je bent dan niet langer eenzaam omdat de mens daar nu eenmaal evolutionair toe in staat is, maar omdat je een loser bent.

De oplossing: meerdere “ikken”
‘Veel van de pijn van eenzaamheid heeft te maken met verbergen, met je gedwongen voelen om kwetsbaarheid te stoppen’.
Het is een zin uit The Lonely City van Olivia Laing, geciteerd in De lege hemel. En het lijkt me, behalve een juist, ook een verder te ontwikkelen inzicht.
Mannen zijn notoir slecht in het uiten van hun gevoelens, die ze beschouwen als kwetsbaarheden, negaties van de kracht die een man volgens de klassieke stereotypen zou moeten uitstralen. En het ligt voor de hand dat wie meermaals een blauwtje heeft gelopen, steeds meer kwetsbaarheid te verbergen en te overschreeuwen heeft.
Toch kan een zelfbeeld alleen maar krassen en deuken oplopen als het een solide, ondoordringbare massa is. En alle denkers die Slob aandraagt in De lege hemel neigen eerder naar het concept van identiteit als een kneedbare massa. ‘Er is geen innerlijke kern die naar buiten toe moet worden uitgedrukt,’ schrijft Slob. ‘Jouw “zelf” groeit op het vlies waar lichaam en wereld elkaar treffen.’ Stellen we ons dat figuurlijke vlies voor als sterk en buigzaam: het kan niet scheuren of echt beschadigd raken, want daar is het te buigzaam voor.
Dit kan een constructieve manier zijn voor de incel om met zijn frustratie om te gaan: beschouw een flirterige interactie als een beweging van het vlies, veer mee, geef mee, verken nieuwe kanten van jezelf door te interageren met anderen, in plaats van je op te sluiten in een te strak afgelijnde identiteit, een hokje dat alleen geschikt is om afwijzing uit te lokken.
‘Ga liever op avontuur,’ suggereert Slob, ‘dan blijkt wel welke rollen jou passen. Je zult nog steeds zo af en toe lijden, je zult je soms nog steeds verloren voelen en nog altijd eenzaamheid ervaren. Maar je zult in elk geval niet meer gevangenzitten in een te krappe identiteit.’
Als de ‘male loneliness epidemic’ daarmee niet geneutraliseerd is, dan hebben we toch minstens vooruitgang geboekt door het probleem te herdefiniëren.
Het probleem is niet dat jij eenzaam bent, maar dat je ‘ik’ eenzaam is. Je hebt niet in de eerste plaats meer vrienden of een vriendin nodig, maar meerdere ‘ikken’ om je zelfbeeld gezelschap te bieden. Als het menselijke brein er schuld aan heeft dat wij in staat zijn om ons eenzaam te voelen, dan biedt datzelfde brein ook de oplossing: de verbeelding kan ons redden.
Hoe geweldig zou het zijn, als we een manier vonden om jongens en jonge mannen de volgende drie (helaas nogal complexe) inzichten bij te brengen?

  1. Eenzaamheid is onvermijdelijk.
  2. Je mag eenzaamheid niet beschouwen als een persoonlijke nederlaag.
  3. Je kan eenzaamheid bestrijden door te experimenteren met je identiteit. Hoe meer “ikken” je in de wereld brengt, hoe interessanter en rijker geschakeerd je zult worden, en hoe hoger de kans dat je andere mensen zult aantrekken.

Mark Cloostermans

Volgende aflevering:
Een monster voor de jaren 2020

In ‘Held in hoofdstukken’ gaat Mark Cloostermans in literaire werken op zoek naar constructieve, niet-toxische opvattingen over mannelijkheid. De bespreking van een boek wordt telkens over drie à vier afleveringen gespreid.

Boekenlinks: