The real cool killers | Het schild is niets zonder het kompas

Wie bekend is met hardboiled detective fiction, snapt dat Himes in de slipstream van deze stroming thuishoort. Hardboiled detective fiction is het speelveld van detectives die the strong, silent type zijn, uitgespuwd door de maatschappij maar onverstoorbaar doorvarend op eigen kompas.
Himes gaf daar zijn eigen draai aan door zijn detectives zwart te maken, permanent gemarginaliseerd door een racistische werkelijkheid die afketst op hun schild, op dat aura van agressie. Daardoor krijgen zijn boeken, ondanks hun flinke dosis zwarte humor, iets van een verhulde maatschappijkritiek: een glimlachende, striemende aanklacht.
Misschien heeft Himes van hardboiled-collega Raymond Chandler ook de focus op dialoog geleend: Chandler staat bekend om zijn hilarische, sarcastische dialogen, terwijl Himes het slang van de zwarte gemeenschap in Harlem getrouw weergaf. De vertellende passages in The real cool killers zijn meestal sec: een bondige verwoording van de feiten. De dialogen daarentegen borrelen en bruisen: ooit, in een tijd die voorbij is en in een wijk die niet meer bestaat, spraken de mensen zó en niet anders. Dit mag dan een misdaadroman zijn (en dus geen “grote” literatuur), boordevol gebeurtenissen op de grens tussen edge-of-your-seat-spannend en laugh-out-loud-grotesk, maar de mensen die erin voorkomen hebben ooit bestaan.

Rolmodellen of waarschuwingen
Grave Digger Jones en Coffin Ed Johnson. Merk op hoe belachelijk doorsnee die namen zijn: Jones en Johnson. Alleen zijn ze, net zoals die mannen zelf, voorzien van een schild: de kerkhofterminologie die aan hun familienamen voorafgaat.
De lezer komt niet te weten hoe oud ze zijn. Wat hun voorgeschiedenis is. Wat hun hobby’s zijn. Dit is geen politieserie op de Vlaamse tv: het interesseert ons niet welke sigaretten de commissaris rookt, of welk abdijbier hij het liefst drinkt.
Alle persoonlijke details die Himes’ personages meer relatable, menselijker zouden kunnen maken, blijven weggestopt achter dat schild: de lezer heeft daar geen toegang. Himes maakt het ons onmogelijk om hen te zien als mensen van vlees en bloed.
Doet hij dit om hen naar een hoger niveau te tillen: het niveau van de held?
Zijn Grave Digger en Coffin Ed mannen aan wie we ons mogen spiegelen? Of net het tegenovergestelde van een held: beschadigde mannen die hun emoties oppotten, totdat de druk te hoog oploopt en ze instorten, of de loop van een geweer in hun mond steken? Zijn die twee rolmodellen of waarschuwingen?
Ik neig ernaar hen helden te noemen, omdat ze erin geslaagd zijn om richting te geven aan hun agressie. Mannen + geweld, het onafscheidelijke duo waarover ik het al eerder had. Chuck Palahniuk toonde dat de impuls tot geweld ook nog bestaat in een maatschappij die niet om dat geweld vraagt, en hoe gevaarlijk dat is. William Styron was het levende voorbeeld van hoe die agressie de man zelf bijna kan vernietigen.
Chester Himes schiep ordehandhavers met een neiging tot geweld, maar ze hebben het in een bedding gedwongen: ze putten er energie uit om hun eigen invulling van gerechtigheid na te streven. Al bestaan ze in een donkere, gewelddadige, corrupte, onrechtvaardige wereld, ze houden vast aan hun eigen morele ijkpunten.

Overlevingsmodus
Misschien is dat de les die ons wordt aangeboden door de ruw geschetste hoofdpersonen van een hilarische, exuberante misdaadroman: dat het schild niets is zonder het kompas. Dat the strong, silent type niet meer is dan de zoveelste macho, als hij zich laat leiden door de tegenstrijdige impulsen van de werkelijkheid.
Als je geboren bent in een harde, agressieve wereld, waar je permanent als minderwaardig wordt beschouwd, vernederd en benadeeld, is het verleidelijk om in overlevingsmodus te gaan. Je wil een veilig plekje voor jezelf veroveren en je gebruikt daarvoor alle agressie die nodig is om het doel te bereiken. Je ontziet niemand: wie jou toevallig in de weg staat, mag rekenen op een genadeloze behandeling. Met andere woorden, je hebt ervoor gekozen om af te dalen naar het niveau van de wereld zelf.
Grave Digger en Coffin Ed doen dat niet. Ze weten best dat hun wereld genadeloos en onrechtvaardig is, maar ze zien daarin geen vrijgeleide om die wereld met gelijke munt terug te betalen. Ze houden vast aan hun eigen principes en idealen – aan dat kompas. Daarom zijn Himes’ personages, alles welbeschouwd, helden.
Hier hebben we dan eindelijk een positief idee van mannelijkheid: een man ontwikkelt zijn eigen kompas. Hij laat zich niet meevoeren door de toevallige stromingen van het leven, maar houdt vast aan zijn eigen overtuigingen.

Eén van de volgende boeken die ik in deze reeks ga analyseren, zal aantonen hoe gevaarlijk dat kan zijn. Maar eerst trekken we een absolute, onverwoestbare klassieker van de Nederlandse literatuur uit de kaft en richten onze schijnwerpers op de man als ontdekkingsreiziger.

Mark Cloostermans

Volgende aflevering:
Een wandeling door het sadistische universum

In ‘Held in hoofdstukken’ gaat Mark Cloostermans in literaire werken op zoek naar constructieve, niet-toxische opvattingen over mannelijkheid. De bespreking van een boek wordt telkens over drie à vier afleveringen gespreid.

Boekenlinks: