De vlucht in de literatuur

De moderne klassieker Vrouwen zonder mannen van de van oorsprong Iraanse tachtigjarige schrijfster Shahrnush Parsipur, in ballingschap levend in Noord-Californië, laat maar weer eens duidelijk zien wat een impact een roman kan hebben. Iraanse vrouwen voelden zich door de onderling verbonden verhalen ‘ontsluierd’ , kregen ineens een stem, bemerkten dat ze gezien werden. In 2009 verfilmde kunstenaar en regisseuse Shirin Neshat het onder de titel Women without men. De jury van de International Booker Prize plaatste de roman op de longlist 2026.

Parsipur heeft in Vrouwen zonder mannen een uitgesproken heldere toon. Seksuele onzekerheid, taboes, de ‘sluier van de maagdelijkheid’, maar daarnaast ook de worsteling tussen traditie en moderniteit en de ongelijkheid tussen de seksen komen klip en klaar aan de orde. Het boek, tijdens haar studie sociologie in Parijs in 1978 geschreven, werd al snel ‘moeilijk verkrijgbaar’, voor en na de Islamitische Revolutie zat de schrijfster, nazaat van de koninklijke Qajaren-dynastie, maar opgegroeid in armoede, zonder duidelijke reden jarenlang vast. Parsipur werd niet gezien als kunstenaar, maar als politiek activiste.

De vrouwen in deze roman zijn menselijk, geen kuise, onderdanige types, zoals de fundamentalisten ongetwijfeld graag de vrouw in het algemeen afgeschilderd zien. Het geheel heeft iets dromerigs, iets Oosters mystieks, met een duidelijk magisch-realistische insteek. Het sprookje de meest krachtige literaire vorm. Een wensgedachte ook van socialiste Parsipur. Feit is dat ondanks het sluiergebod, het verbod op make-up de geëmancipeerdheid van de Iraanse vrouw toch doorzet, hoe moeilijk, hoe zwaar bevochten dan ook.

De personages lijden onder een liefdeloos huwelijk, zijn verkracht, veronachtzaamd, vernederd, en breken voorzichtig los. Hetzij door ‘zelfdoding’, hetzij door een vlucht. De prostituee, al helemaal een affront voor de leiders om een dergelijk ‘verderfelijk vrouwspersoon’ op te voeren, is vrolijk, een mooie vrijgevochten vrouw ook nog eens. Ze zuivert zich en trekt zich terug van de mannen, wordt zwanger van de ‘vriendelijke tuinman’, de enige man in het boek, niet anders bij naam genoemd, die niet zwak of als bully wordt afgeschilderd. Zij baart een lelie, net zoals een ander personage er genoeg van heeft en zichzelf in een tuin plant, een boom wil worden. Dit surrealisme past naadloos in de vertellingen. Parsipur maakt het geloofwaardig. De vlucht in het surrealisme, de vlucht in de literatuur, de poëzie, de verbeelding.

Mannen zonder vrouwen is helder, zit evengoed vol met symboliek zonder dat de beelden zich opdringen. Kleine fijnzinnigheden die de lezer kunnen plezieren. Een roman, geheel in de Iraanse eeuwenoude traditie, in de vorm van een episch ‘gedicht’. De mannen worden slechts in contouren aangegeven, blijven in de coulissen. De totaal verschillende vrouwen denken hun paradijs te vinden in een tuin. Waar de mannen alleen bedienden zijn, waar alleen de vriendelijke tuinman overblijft. Maar uiteindelijk blijkt het, mede door standsverschil, toch niet helemaal te werken. Vrouwen zonder mannen is ook een pleidooi voor een meer gelijkwaardige maatschappij. Zonder mekaar gaat het niet.

De aantekening van de schrijfster zelf is interessant om de achtergrond van de verschillende personages te leren kennen. Het nawoord van een der vertaalsters legt daarentegen weer iets te veel uit over waar de roman voor staat. Maar het is vergeven. Vrouwen zonder mannen is een zwaarwegend werk met een vederlichte toets.

Guus Bauer

Shahrnush Parsipur – Vrouwen zonder mannen. Vertaling Gabrielle van den Berg en Asghar Seyed-Gohrab. Uitgeverij Bulaaq / Jurgen Maas. 144 blz. € 20,90.