Nieuws: Rosa Willemijn Vlogman reageert op briefrecensie van haar roman
Vorige week schreef Jonathan van der Horst een flessenpost over Wat mijn lichaam weet van Rosa Willemijn Vlogman. Deze week krijgt hij antwoord.
18 juni 2026
Ha Jonathan,
Dat zou absoluut mooi zijn. Én het zou een compleet ander boek worden. Meer iets als Godin, Held van Gustaaf Peek, misschien, waar je beide kanten van een relatie volgt door de jaren heen, inclusief alle zinnelijkheden die daarbij horen.
Het is een (goed te begrijpen) misverstand dat Wat mijn lichaam weet gaat over de relatie tussen Reva en Ramses. Het is nooit mijn bedoeling geweest om beide personen gelijkwaardig in beeld te brengen. Ramses is het instrument waarmee Reva zichzelf en haar seksualiteit ervaart. Ik had hem ook De Man kunnen noemen.
Ze gebruikt hem, om het plat te zeggen, om bij haar “oerpijn” te arriveren. Via hem opent ze de deur ernaartoe, een deur die ze niet masturberend had kunnen vinden, omdat voor deze pijn (in intimiteit, in hechting, in gezien en ervaren worden) een ander nodig is. Ik had hem ook De Ander kunnen noemen.
Dit hoef ik jou niet uit te leggen, Jonathan: zodra een schrijver voor een ik-perspectief kiest, blijft er niets over van gelijkwaardigheid. Onder dit perspectief schuilt altijd het venijn van een mogelijk leugenachtige verteller. Alle andere personages worden gekleurd door die blik, de ik kiest welk beeld er wordt geschetst van zichzelf en de ander.
Ik wilde Reva alle ruimte laten opeisen die nodig was om haar lichaam en seksualiteit te onderzoeken, juist omdat dat vaak nóg steeds (alhoewel “hot topic” in de literatuur en kunst) niet mag, kan of gewenst is in de “echte wereld”. Tijdens de erotische schrijfworkshops die ik geef, eerst bij Rouze, en nu in mijn woonkamer, kom ik steeds weer tot de conclusie: het is écht heel lastig om als vrouw te voelen wat je verlangt en er daarna ook nog eens woorden aan te geven. Menig verhaal stokt op het moment dat er van introductie naar actie wordt overgegaan – zelfs in onze fantasie durven we niet vrij te zijn.
*
Waar ik heel blij van word, is je opmerking dat je “de diep psychologische, haast spirituele zoektocht naar zingeving” “even gedurfd, spannend en transgressief” vindt als de seks die ik in mijn boek omschrijf. Dat was een duidelijk doel, om naast een erotisch boek een spiritueel boek te schrijven. Ik was veel huiveriger voor de reactie op het spirituele gedeelte dan op de erotiek.
De weg naar schrijven over vrouwelijke seksualiteit en over seksueel geweld werd in de Nederlandse literatuur al een tijdje vrijgemaakt door schrijvers als Connie Palmen, Manon Uphoff, Bregje Hofstede, Daan Borrel en Alma Mathijssen – to name a few. Maar schrijven over spiritualiteit voelt intiemer en de (belangrijke!) rol die het in mijn boek heeft, komt opvallend genoeg in geen van de andere besprekingen terug.
Ik ben dankbaar dat je de verbinding herkent: tussen het onbewuste, het ontastbare, het verleden en onze seksualiteit. Ze beïnvloeden elkaar voortdurend, zoals een landschap ons beïnvloedt, of het voedsel dat we tot ons nemen. Hoe je je seksualiteit beleeft, hangt samen met je persoonlijke geschiedenis, de geschiedenis van je lichaam, de geschiedenis van je ouders, hun ouders, en die daarvoor. Je seksualiteitsbeleving wordt beïnvloed door wanneer, waar en hoe je leeft. Het is verbonden met je identiteit, met trauma, met moederschap én met het ontstijgen van al die dingen in het moment zelf.
Mocht seksualiteit vroeger alleen aanwezig zijn als grapje, of werd er helemaal over gezwegen? Namen je ouders je in vertrouwen over hun relatieperikelen, of was het een veilig, open gesprek?
Maar ook: mag je ruimte innemen? Is het veilig om toe te laten wat je voelt? Weet je wat je verlangt, en kun je daar uiting aan geven?
Hoe vaak heb je je grenzen met die van een ander verward? Hoe vaak heb je je grenzen genegeerd om de lieve vrede te bewaren? Hoe vaak heb je je eigen grenzen gewoon niet gevoeld?
Kan een seksuele voorkeur voortkomen uit een onderdrukte vrouwenlijn? Hoe weet je of de verlangens die je volgt werkelijk van jou zijn? Kun je de verlangens van je voormoeders huiveringwekkend tastbaar en hunkerend in je eigen onderlijf voelen?
Hebben het land, de grond en de getijden invloed op hoe je lichaam zich opent of sluit? En: is “weigering” eigenlijk wel het juiste woord, of is het juist een eindelijk “toestaan” van een verlangen tot (buiten)sluiten?
Deze vragen vind ik eindeloos veel spannender dan: hoe zou dit boek zijn geworden als we meer van het mannelijk perspectief hadden gezien? Maar misschien is het een uitnodiging aan jou: hoe zou jij de mannelijke seksualiteit vormgeven op papier?
Groet!
Rosa
