Recensie: Gijs van Engelen – Hoop & vrees
Een weggewaaide splinter van Europa
De negentiende eeuw is even imposant als lachwekkend. Er deden zich snel achter elkaar nieuwe, ingrijpende ontwikkelingen voor, maar er was ook veel inhoudsloze praalzucht. Gijs van Engelen, historicus en literatuurwetenschapper, heeft een speciale liefde voor de Russische cultuur en ziet daar een uitvergroting van die verschijnselen. Alles wat je in de Europese hoofdsteden vond in die dagen, kwam je in Sint Petersburg tegen in het kwadraat. Het bracht hem tot het schrijven van zijn debuutroman Hoop & vrees, waarin onze huidige tijd weerspiegelt.
Van Engelen wil vooral niet onvermeld laten dat liefde voor de Russische cultuur niet verward moet worden met liefde voor ‘de politieke entiteit Rusland’. Het is alzo geen ode aan Poetin-land. Gelukkig maar, stel je voor, verstandig dat dat even duidelijk wordt vermeld in het woord achteraf. Om er ook nog aan toe te voegen dat juist de culturelen de vechters zijn tegen elke vorm van autocratie en geweldsverheerlijking. Helder.
In Hoop & vrees proef je op haast elke bladzijde dat Rusland door de eeuwen heen een land is geweest met niets ontziende idealisten, ideologische scherpslijpers, daarnaast massa’s kuddedieren en een flink aantal nuttige idioten. Elke politieke of ideologische stroming heeft met ze te maken en probeert ze in te lijven. In het midden negentiende-eeuwse Sint Petersburg, de tijd waarin deze roman zich afspeelt, is ook een voortdurende hunkering naar de ‘grote wereld’ waarneembaar en daarmee een nooit aflatend cultureel minderwaardigheidsgevoel ten aanzien van Europese hoofdsteden als Londen, Parijs en Berlijn. De Russische stad voelt zich ‘een weggewaaide splinter van Europa’. Dat veroorzaakt bij de geletterde bevolking een vérgaande verbrokkeling van sympathieën, met bijbehorende gedragingen.
Iedereen fabuleert een interessant leven bij elkaar. En wie zich graag een beetje Engels waant spuwt Engelse woordjes door zijn zinnen, de Francofielen doen dat met Frans idioom en Duitsgerichten hebben evenzeer zo hun eigenaardigheden. Uiteraard zijn er in het toenmalige Sint Petersburg ook de overtuigden van de Russische culturele suprematie. In dit klimaat, dat bovendien de pre-revolutionaire tijd behelst, beweegt een jonge man, Maksim, zich door de straten van zijn stad, waar de decadentie groteske vormen aanneemt. Literatuur speelt daarbij een hoofdrol.
Maksim voelt de nieuwe tijd aankomen (‘Ja, die Zeiten sind, eh… changing…’, zegt een jonge officier), maar realiseert zich ook de amorfe massa conservatieve geesten, die niets moet hebben van verandering. Hoe zou je dan bijvoorbeeld je tijd door moeten brengen zonder soirees en salons? Bij het meest progressieve tijdschrift van de stad, De Tijdgenoot, kan Maksim dieper doordringen in de zeer uiteenlopende werelden waar Sint Petersburg uit bestaat. Hij begint er als marginale letterknecht, zwaar onder de indruk van de gevreesde, in duistere volzinnen pratende, criticus Dobroljoebov, maar groeit allengs uit tot gewaardeerd medewerker.
Dat Maksim niet altijd de Petersburgers te spreken weet te krijgen die hij voor zijn verhalen nodig heeft, blijkt geen bezwaar. Hij bedenkt ze, als de romanticus die hij is, gewoon zelf. Hij voert ze pratend in en weet zo de onwaarschijnlijkste verhalen te schrijven, waar de hele goegemeente het over heeft. Met name de arme, vertrapte en ongehoorde mens, waar ‘De Nieuwe Mensen’ het zo mee te doen zeggen te hebben, krijgt zijn aandacht. De Tijdgenoot lijkt een vroeg-communistisch blad, een van de vele tijdschriften en krantjes uit het in onze jaren aflopende gouden tijdperk van de drukpers.
Gijs van Engelen weet onmiskenbaar veel van Rusland, zijn grote liefde, en dat proef je. Het zijn de locaties, de personages, deels fictief, deels verwijzend naar grote Russen van destijds. En het is niet in de laatste plaats de sfeer. Bewonderaars van de vermaarde romans van de grote Russische schrijvers, zullen in Van Engelens roman veel herkennen. Voor de minder ingewijden is Hoop & vrees waarschijnlijk eerder interessant, omdat het subtiel de overeenkomsten aantikt tussen het modieuze, vaak aanstellerige gedrag van die vervlogen jaren en onze eigen levensperiode. En niet minder de zich steeds herhalende botsingen tussen onwrikbare opvattingen die tot geweld leiden, vaak voortkomend uit de vrees voor vernieuwing en verandering.
‘Iedereen zit maar met zijn neus in een roman of dichtbundel.’ […] ‘Vroeger kon je een praatje maken, vertelden we elkaar verhalen; nu zijn boeken zo goedkoop dat we de tussenpersoon kunnen vergeten, maar moet je dat wel willen?’
Het is erg veel wat Van Engelen allemaal weet en wil onderbrengen in zijn roman. Je kunt Hoop & vrees dan ook het beste lezen als een licht chaotisch en soms absurdistisch verhaal over een heel chaotische stad in een buitengewoon onoverzichtelijke tijd. Dus zonder je al te veel te verdiepen in de details. Lezen als leven in een grote stad, waar elk moment van de dag iets onverwachts kan gebeuren, waarvan je van tevoren niet weet wat er uit voort zal komen. Een ramp wellicht, een revolutie, een oorlog? Het lijkt onze eenentwintigste eeuw wel.
André Keikes
Gijs van Engelen – Hoop & vrees. Brooklyn – Amsterdam. 272 blz. € 23,50.
