Recensie: Emmanuel Bove – Een Raskolnikov
De lange schaduw
Het is een groot genoegen, ook al is het waarschijnlijk een van de laatste hartverwarmende stuiptrekkingen, om weer eens een echt gebonden boek met stofomslag van uitgever (in ruste) George Coppens in de hand te mogen houden: Een Raskolnikov van Emmanuel Bove. Een door Kiki Coumans zorgvuldig vertaalde novellebundel van de Frans-Russische meester.
Coppens, nu zonder Frenks, is nog eenmaal in het geweer gekomen om een klassieker beschikbaar te stellen aan publiek dat de sfeer, de onderlagen in een tekst kan waarderen, dat niet direct zit te springen om ‘spanningsbogen’ en ‘plotgedrevenheid’.
Zoals ik laatst een zij-instromer in het vak over een tekst hoorde beweren dat die tot de ‘statische literatuur’ behoorde, terwijl het wel degelijk meandert, maar eerder als een rivier onderhuids. De goede verstaander komt juist zelf in beweging van een goede tekst.
De titelnovelle verhaalt, Bove eigen, over een jongeman, Changarnier geheten, die het zwaar te moede is. Hij lijdt aan het leven, wellicht koketteert hij, op die leeftijd, ook een weinig met die desolaatheid. Een vrouw met een ‘ziekelijk uiterlijk’, misschien ook alleen maar in zijn ogen, bezoekt hem in zijn hotelkamer. Hij tiert tegen haar, haalt haar naar beneden, maar draait direct na de tirade totaal om, ziet zich als ‘verdediger van de menselijke zwakte’.
Ze gaan de stad in, lopen kroegen in en uit. De rusteloosheid schemert door de tekst. In één van de cafés gooit Changarnier per ongeluk een glas om, er volgt een scène als een draaikolk. Escalatie ligt op de loer maar de kroegbaas deinst terug vanwege een zekere gekte die Changarnier inzet.
Het lopen door de sneeuw wordt hervat, een mengeling tussen een vlucht en een zoektocht naar ‘geluk’. Maar er was een getuige van het opstootje. Een frêle man die de noodzaak voelt om aan de jeugd een bekentenis te doen van een moord die hem van positie en gemoedsrust heeft beroofd.
Changarnier, voor het ongeluk geboren, die straf ‘verdient’ vanwege de uitzichtloosheid van zijn leven, zijn onnut, ‘adopteert’ de moord, wil zich aangeven bij het politiebureau. Violette volgzaam, zegt dat hij droomt, dat de kolder in zijn kop is geslagen. Maar eer hij de kans krijgt om zichzelf vrijwillig op te geven, wordt hij met machtsvertoon van de straat gepakt voor een totaal andere misdaad. Changarnier staat symbool voor de verloren mens, de immigrant zo men wil. Een Raskolnikov is een rollercoaster, heeft in zichzelf iets van de stuurloosheid van de personages. Een novelle die beklijft door de beklemmende sfeer, door de toon, de inkleuring.
Een politiecommissaris die onschuldigen graag kwelt. Een dode in een droom als niet te weerspreken getuige. Een verdachte die hoe harder hij protesteert, hoe minder hij wordt verstaan. Personages die gekweld worden door schuld, door de wens om boete te doen. Een duidelijke verwijzing naar de door Bove bewonderde Dostojevski. (Rodion Raskolnikov de hoofdpersoon uit Misdaad en straf.)
In nummer twee van het drieluik. De novelle Alexandre Aftalion volgen we de carrière van de geboren Bulgaar Alexandre die zijn land heeft verlaten om via Wenen en Parijs maatschappelijk op te klimmen. Een goedaardige belezen mecenas helpt hem daarbij.
De laatste tijd wordt fictie vaak voorzien van uitgebreide nawoorden. Zolang ze extra informatie geven over de achtergrond van schrijver en werk valt dat te billijken, maar zodra de teksten zelf worden doorgelicht, ‘panklaar’ worden gemaakt, doet dat afbreuk aan de ervaring.
De achtergrond bij Alexandre Aftalion is wel van belang. Het is dus goed dat Coumans dit extra aanstipt. In de roman La Coalition van Bove (1928) wordt de dood van Alexandre beschreven, maar ook de voorgeschiedenis. Die mag inderdaad jammerlijk genoemd worden. Opgroeien als een soort wild dier in een gehucht op het Bulgaarse platteland, honden als zijn voornaamste gezelschap. Hij kon nauwelijks praten, liep op z’n vieren, gehuld in een zak.
Op zijn vijftiende werd hij door een winkelier meegenomen naar Sofia en daar uitgebuit. Hij liep weg en doolde door Europa totdat hij werd opgevangen door de belezen Stéphane Baumgartner. Daar start de novelle. Lees, met dit in gedachten, bedenk dat daar misschien de oorsprong ligt van zijn sneven. De emigrant uit Midden- en Oost-Europa die zichzelf onderwijst, opwerkt. Het verhaal van de vader van Bove – net als hij Emmanuel Bobovnikov geheten. Ja, het nawoord van Coumans doet wat het moet doen: het nodigt uit tot verder onderzoek.
Naast toon en kleur zijn de telling details van groot belang. In de laatste novelle De terugkeer van het kind laat Bove meer dan in de eerste twee, een uitstekend oog voor detail zien, zonder dat dit afleidt van het verhaal, zonder dat ze aanvoelen als onnodige uitweidingen.
Riemen die in de treincoupés waren vervangen door stof, omdat het leer was gebruikt door soldaten om er riemen van te maken. Een door niemand opgevouwen krant die rondslingerde (een fenomeen dat je hoogst zelden nog weleens tegenkomt, wel minder na het verdwijnen van de gratis dagkranten) die uiteindelijk door de protagonist wordt opgepakt, weemoedig in het Parijs ochtendblad op zoek gaat naar nieuws over zijn bestemming, het dorp van zijn jeugd.
Hij laat vrienden, een meisje, een hospita, een bestaan achter, op weg naar zijn familie, naar zijn jeugd, op zoek naar vergeving. De tekst heeft iets weg van een litanie, niet in de negatieve betekenis. Het weerzien ingekleed met een dubbel afscheid, het huidige van zijn leven in Parijs, en dat van zijn vertrek vijf jaar eerder.
Hij heeft zijn komst niet aangekondigd, is daardoor toch teleurgesteld dat niemand hem daar opwacht. Als vanzelf stelt hij zijn bezoek uit, drinkt zich moed in. Gaat daarna op pad, alles tot in detail in zich opnemend. Bij het ouderlijk huis blijft hij staan. Voorbereidde zinnen drogen op in zijn mond.
Wanneer zijn vader in hemdsmouwen uit het huis komt lopen, verschuilt hij zich, bespiedt als een misdadiger. (Hij stal geld. Heeft al die tijd niet geschreven.) Hij doet een paar stappen, maar verstijft. Langzaam, als hi eenj stap naar achteren doet, daalt er – tot in detail roerend mooi beschreven – een vredigheid neer in de tuin.
Zonder me om te draaien liep ik in de richting van het dorp. […] Mijn lange schaduw ging voor me uit. Ik zorgde dat hij zich niet stootte aan de bomen en steenhopen. […] De dag liep ten einde in dezelfde vredigheid als de avond ervoor. Ik voelde me schuldig dat ik die bijna had verstoord.
Prachtig. Wie heeft er een plot nodig, een spanningsboog. Een Raskolnikov is in deze vorm een sterke drie-eenheid. Novelles die elkaar aanvullen, versterken. Hulde!
Guus Bauer
Emmanuel Bove – Een Raskolnikov. Vertaling: Kiki Coumans. George Coppens uitgever. 125 blz. € 23,50.
