Recensie: Ilja Leonard Pfeijffer – De toekomst van de literatuur
Aandacht, meer aandacht!
‘Wat moeten wij doen?’
Ilja Leonard Pfeijffer interpreteerde die vraag, begin 2025 in het Muiderslot aan hem gesteld voor hij aanschoof voor een podcast-discussie over de poëzie van Maria Tesselschade Roemer Visscher, als een vraag naar niets minder dan ‘wat de taak moest zijn van het literaire bedrijf, schrijvers, literatuur en kunst in het algemeen in het huidig tijdsgewricht dat op meerdere verschillende manieren en om meerdere verschillende redenen in een steeds ongunstiger, om niet te zeggen vijandiger klimaat voor kunst en literatuur lijkt te resulteren.’
Zijn Joost Zwagerman Lezing van 18 november 2025, nu uitgegeven onder de titel De toekomst van de literatuur, bood hem gelegenheid tot beantwoording. Premisse voor een vruchtbaar antwoord, aldus Pfeijffer, is het zich niet laten aanpraten van een depressie of minderwaardigheidscomplex omdat de wereld neerkijkt op kunst en literatuur. Dat laatste mag dan een feit zijn, de kunstenaar moet vasthouden aan zijn geloof dat uiteindelijk niets belangrijker blijkt dan kunst.
Met een verrassende tournure vertelt Pfeijffer vervolgens dat hij bij een meester in de leer is gegaan om samoerai te worden. Mede omdat in zijn dojo met echte, vlijmscherpe zwaarden wordt geoefend is uiterste concentratie vereist, een vorm van concentratie die zanshin wordt genoemd, wat betekent dat al je aandacht gericht moet zijn op wat je doet. Dat lukt alleen goed als je de staat van mushin weet te bereiken, een staat waarin het hoofd geheel is leeggemaakt, opdat je totaal kunt opgaan in het moment. ‘Als zanshin focus is, dan is mushin headspace.’
Ik permitteer me hier een eigen tournure die me voor even buiten de kaders van Pfeijffers lezing voert. Jaren geleden gaf ik les bij een lerarenopleiding. Hoewel geen talendocent was ik lezen en de literatuur toegedaan en daarom suggereerde ik met nadruk ook altijd een of meer romans of andere fictie te lezen over de thema’s van de colleges en daar verslag van te doen. Grof generaliserend kon uit die verslagen worden geconcludeerd dat een boek goed werd gevonden als het lezen ervan geen enkele denkinspanning had vereist en de lezer als vanzelf voortgetrokken was naar het slot. Voor het overige beperkten oordelen zich tot leuk, niet zo leuk, of helemaal niet leuk.
Met de mushin zat het dus wel goed, een en al headspace immers. Zanshin is een ander verhaal: het zich laten voorttrekken met het brein in de ruststand is het tegengestelde van volkomen geconcentreerd zijn, dunkt me. Dat vindt Pfeijffer gelukkig ook: literatuur mag best vermakelijk zijn, maar louter op entertainment gericht schrijven en uitgeven staat veraf van wat hij bedoelt. Amusement is verstrooiing en dat is het tegenovergestelde van concentratie en aandacht. Nadenken kun je leren. Leren dat nadenken best een aangename activiteit kan zijn, kun je en moet je ook leren. Pfeijffer verwoordt in dat perspectief de rol van het literaire bedrijf zo:
Wat is onze taak als lezers, schrijvers, uitgevers, redacteuren, publiciteitsmedewerkers, vertegenwoordigers, foreign rights officers, agenten, managers, boekverkopers en bibliothecarissen?
[…]
Het is onze taak om de waarde van aandacht te kennen en kenbaar te maken. Onze corebusiness is aandacht.
Hans van der Heijde
Ilja Leonard Pfeijffer, De toekomst van de literatuur.
Joost Zwagerman Lezing 2025
De Arbeiderspers, Amsterdam. 60 blz. € 11,99
