Recensie: Katja Hoyer – Weimar – leven op de rand van de afgrond
Weimar, stad van paradoxen
Weimar, de Duitse deelstaat Thüringen, mag dan maar een klein stadje zijn, zeggen dat zich daar de Duitse culturele en politieke geschiedenis met al zijn paradoxen samenbalt, is niet overdreven. Aan de ene kant is het de stad van Goethe en Schiller, van het Bauhaus en van de grondwetgevende vergadering van de Republiek van Weimar, die gedurende haar korte leven (1918/19 – 1933) de meeste liberale staat van Europa was. Aan de andere is het de stad – en Thüringen de deelstaat – waar de NSDAP meer steun kreeg dan waar dan ook in Duitsland, waar de nazi’s al voor 1933 sterke invloed uitoefenden op het bestuur en waar kort na de vestiging van de nazidictatuur in 1933 een concentratiekamp werd ingericht, het beruchte Buchenwald.
De Duits-Britse historicus en journalist Katja Hoyer, in 1985 in de DDR geboren, schreef de geschiedenis van Weimar van de roerige jaren 1919 – 1939 in haar gelijknamige boek. Eerder had ze internationaal succes met Achter de Muur, haar geschiedenis van de DDR, waarin ze de nodige aandacht besteedde aan de kwaliteit van het alledaagse leven. Hoyer schrijft in het Engels.
Voor Weimar kon Hoyer gebruik van maken van niet eerder ontsloten bronnen, waaronder enkele dagboeken. Met name de dagboeken van Carl Weirich bleken een ware Fundgrube. Weirich dreef tot op hoge leeftijd een kantoorboekhandel in het centrum van Weimar. In de prelude van haar geschiedenis vertelt Hoyer op basis van zijn dagboeken hoe hij de winkel verwierf, in 1916 trouwde en vader werd van een dochter. Met hangen en wurgen wist hij de winkel door de crisis en de hyperinflatie heen te loodsen, om vervolgens te profiteren van de economische opleving van de Weimarrepubliek, die tot 1929 zou aanhouden. Maar tijdens de jaren van gebrek verloor hij zijn dochtertje en zijn vrouw. Weirich was apolitiek. Partij-optochten en de vele verkiezingsmanifestaties waren aan hem niet besteed, of ze nu van rechts of van links kwamen. Een tweede huwelijk, met een jeugdvriendin, en de geboorte van een zoon brachten nieuw geluk in de woning boven de winkel.
Al in 1930 kon de NSDAP haar stempel op de Thüringer politiek drukken. Ze was nog niet de grootste partij in het deelstaatparlement, maar al wel gevraagd om deel te nemen aan de deelstaatsregering. Met steun van Hitler, die Weimar tot zijn favoriete stad verklaarde, nam NSDAP-onderwijsminister Frick een flink voorschot op wat de NSDAP nationaal van plan was. Hij verving van hoog tot laag ambtenaren door NSDAP-sympathisanten, liet schoolbibliotheken ‘opschonen’ en decreteerde wat de theaters wel en vooral wat ze niet niet op de planken mochten brengen, Weimar en het Nationaltheater aldaar uitroepend tot de wieg van de Duitse geest. Als dit de nieuwe geest was van Weimar, ‘dan was het wel de geest van nationale bekrompenheid’, aldus een voorganger van Frick, de SPD-er Max Greil.
In 1931 lanceerde Hitler in Weimar tijdens een massabijeenkomst de antidemocratische campagne, die in dat jaar en het volgende door de NSDAP werd uitgerold over heel Duitsland en de partij in 1932 tot belangrijkste speler zou maken in de Duitse politiek. Hoyer laat zien dat het zelfs zij die, als Weirich, volkomen apolitiek waren en immuun voor het Hitlers charismatische uitstraling, niet kan zijn ontgaan wat Hitler zou gaan doen zodra hij de macht in handen had: revanche nemen voor 1918, socialisten en communisten zijn minst monddood maken, joden verbannen uit het publieke leven, het ‘verfoeide parlementarisme van de republiek’ overboord zetten en de Duitse cultuur ‘zuiveren’. Wat dat laatste in concreto betekende voor Weimar kon iedereen daar voorzien: het Bauhaus de nek omdraaien. Wat ook niemand kan zijn ontgaan was dat het gebruiken van bruut geweld bij het realiseren van haar doelen voor de NSDAP zonder meer aanvaardbaar was, om niet te zeggen dat het de voorkeur genoot boven andere middelen.
In Weimar woonde ook Elisabeth Förster-Nietzsche, die haar broer gedurende zijn laatste levensjaren had verpleegd, zijn filosofische nalatenschap bewaakte en (helaas) zo haar eigen ideeën over de juiste redactie van ongepubliceerde teksten van haar broer in praktijk bracht. Immer in geldnood liet ze zich de sympathie van de nazi’s voor haar werk graag aanleunen. Was of werd zij een NSDAP-aanhanger en een antisemiet? Hoyer vermoedt dat Elisabeth het idee afwees dat Nietzsche een antisemiet was geweest, die in de Germaanse ariër de Übermensch zag van de toekomst, zoals nationaalsocialistische Nietzsche-bewonderaars meenden. Nu kun je op meerdere plekken in Nietzsches werk lezen dat hij antisemitisme als rabiate nonsens beschouwde, maar of Elisabeth die opvatting van haar broer deelde en dus het genuanceerde oordeel van Hoyer verdient, is twijfelachtig op zijn minst.
Weirich verloor zijn eerste kind aan de Eerste Wereldoorlog. Zijn tweede, zoon Wilhelm, aan de Tweede. Na de capitulatie werd Weirich naar Buchenwald gestuurd om onder ogen te zien wat ‘zijn’ Reich had aangericht en om te helpen de talloze lijken af te voeren en de drek op te ruimen. Zette hem dat aan tot kritisch zelfonderzoek? Niet echt nee.
Vooral dankzij die dagboeken en persoonlijke documenten, naast die van Weirich ook van anderen, is Weimar een waardevol boek geworden, met fascinerende passages. Het mag Hoyer natuurlijk niet kwalijk worden genomen dat zij de politieke ontwikkelingen van de laatste jaren niet in haar geschiedenis betrekt. Maar toch… radicaalrechts, extreemrechts, noem het wat je wilt, heeft nergens in Duitsland zo sterk voet aan de grond gekregen als in Thüringen, waar de AfD met afstand de grootse partij is in het deelstaatparlement. Van de AfD-radicalen zijn die in Thüringen het radicaalst. En Weimar? Aan de ene kant mag de stad pronken met het nieuwe en schitterende Bauhaus-museum, dat in 2019 openging. Aan de andere kant zijn er de wekelijkse lawaai-optochten van AfD’ers, complotwappies van allerlei pluimage, rechtsradicalen van het soevereine soort, anti-antifa’s en lieden die met de vlag zwaaien van het keizerlijke Duitsland van voor 1918, omdat zij het zwart-rood-goud van de Duitse democratie verfoeien.
Hans van der Heijde
Katja Hoyer – Weimar – leven op de rand van de afgrond. Vertaling Pon Ruiter, René van Veen en Saskia Wieberdink. Querido Facto, Amsterdam. 512 blz. € 29,99.
