De onderstaande recensie van Over de streep komt uit 2006.

Verrassend mededogend

Marijke Höweler schreef tot nu toe een oeuvre van veertien boeken bij elkaar. Ze begon in 1964 met verhalen, daarna verscheen in 1982 de roman Van geluk gesproken die direct veel succes had en door Pieter Verhoeff werd verfilmd. Hierna kwam ieder jaar wel een nieuw boek uit, soms zelfs twee. Vanaf 1994 stokte het, misschien ook door de afnemende belangstelling en waardering van critici. Pas in 2002 kwam weer nieuw werk
uit: Onder de gordel, een satirische roman over schrijven en bestsellers.

Satire was tot nu toe haar handelsmerk. In haar oeuvre hoef je niet te zoeken naar geluk dat op de laatste pagina bezegeld wordt of naar grote idealen die na een lange zoektocht werkelijkheid worden. Höweler beschrijft het menselijk onvermogen en tekort tot in alle pijnlijke, maar toch ook vaak geestige en soms hilarische details. Wie lacht niet die de mens beziet, deze spreuk is op haar werk van toepassing.

In Over de streep, haar nieuwste roman, zitten sterk autobiografische elementen. Haar heldin is, net als de schrijfster, psychologe. Ze dreigt in haar bestaan vast te lopen en zoekt
haar heil bij een collega. ‘Ik voel me goed, ik voel me niet. Ik zou liegen als ik zei dat ik ergens pijn had.’ Vroeger schreef ze boeken, maar ook dat doet ze niet meer. ‘Boeken schrijven, waarom? Boeken schrijven waarvoor? Boekenplanken buigen door. Boekwinkels puilen uit. Zwijgplicht zou beter zijn.’ Höweler zet een interessante romanfiguur neer die na begint te denken over haar verleden. En begint te praten.

Dit boek is op te vatten als een lange monoloog waar een gesprekspartner af en toe wat kanttekeningen bij plaatst. Hoe was het precies in haar jeugd? Wat was ze voor meisje? En haar ouders, en broer en zus, hoe stond ze daar vroeger tegen over? En hoe nu? Met enige verbazing merkt ze dat haar oude moeder het verleden alleen nog door een roze bril wenst te zien en ze bezoekt regelmatig haar demente vader die in een verzorgingstehuis op zijn dood wacht.

Maar al te snel krijg je met dit soort gegevens een realistische leedroman, met veel gehuil en gesnotter en ach en wee geroep dat maar niet over wil gaan. En vooral met ongegeneerd zelfmedelijden waar je als lezer dan zelf uiteindelijk ook last van begint te krijgen. Maar Höweler moet hier weinig van hebben. Haar heldin kijkt laconiek tegen de wereld aan en ze probeert
zich niet te laten kisten.

Höweler observeert zoals altijd scherp en geestig, maar deze keer wilde ze er geen dodelijke satire van maken, waarin iedereen slecht of kleinzielig is en erop uit het eigen straatje schoon te vegen. Verrassend mededogend is ze zelfs, mij beviel dat heel goed. In vroeger werk had ze ons vast en zeker veel pijnlijker scènes rond de moeder voorgezet. Zij wil het zestig jarige huwelijk met haar man in de familiekring feestelijk vieren, terwijl die er dus helemaal niet bij kan zijn. Höweler laat het haar heldin weliswaar met enige schrik bezien, maar snijdend wordt ze niet. Dat was in vorig werk wel eens anders.

Indrukwekkend zijn de scènes van de jeugd van de heldin als meisje in Eindhoven. Goed beschreven is de verwarring over sociale verschillen. Ik vind dat Höweler niet langer meer mag aarzelen over haar schrijfkunst. Ze moet gewoon weer verder aan de slag en ook volgend jaar een mooie roman afleveren.

Kees ’t Hart

Marijke Höweler – Over de streep. Atlas, Amsterdam. 174 blz.

Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 3 februari 2006.