Nooit meer slapen | Hoe Alfred Issendorf zijn vaders achterliet in de wildernis

Alle vaderfiguren die Alfred tot zijn rampzalige expeditie hebben aangezet, zijn standbeelden die op hun sokkel beginnen te wankelen.
Eerst komt professor Nummedal ten val, de ‘halfblinde grootvader’. Hij en professor Sibbelee, Alfreds promotor, zouden elkaar wederzijds appreciëren, maar is dat wel zo? Alfred begint te vermoeden dat Nummedal Sibbelee eigenlijk als een concurrent ziet. Waarom kon Nummedal Alfred niet de luchtfoto’s geven die cruciaal zijn voor diens onderzoek? Was dat niet meer dan een ongelukkig toeval, of bewuste tegenwerking?
Vervolgens komt Sibbelee aan de beurt. Tijdens het urenlange stappen herinnert Alfred zich de gesprekken met zijn promotor. Hij ziet opeens dingen die hem eerder ontgaan zijn: ‘Lachje, waarvan je eerst denkt dat hij bedoelt: Geweldig ben ik, nietwaar, een beroemdheid als ik weet overal raad op. Maar later begrijp je dat hij gedacht heeft: Goddank, het gaat erin als koek.’ Wat Alfred eerst interpreteerde als goede raad van een mentor, ontmaskert hij als holle dikdoenerij.
Ten slotte, onvermijdelijk, ligt ook het hoofd van Alberts vader op het hakblok. ‘Mijn vader was een veelbelovend botanicus,’ vertelt Alfred in hoofdstuk 16. ‘Hij is in een spleet gevallen, in Zwitserland. Een paar dagen nadat wij het overlijdensbericht gekregen hadden, kwam er een brief dat mijn vader tot professor was benoemd.’
WFH, bekend om zijn moeilijke karakter en cynische humor, maakt van dit gezinsdrama meteen een zwarte komedie. ‘De sprekers aan zijn graf,’ laat hij Alfred aansluitend zeggen, ‘wisten niet precies of ze het over professor Issendorf moesten hebben, of over meneer Issendorf.’
Alle gekheid op een stokje: de afgebroken carrière van zijn vader is een zware last op Alfreds schouders. ‘Mijn moeder heeft mij opgevoed in het denkbeeld dat ik de carrière die hij niet heeft kunnen afmaken, moet voltooien.’ Voor de slechte verstaander herhaalt WFH de boodschap nog een paar keer. Soms staat het er letterlijk: Alfred moet ‘het geniale onderzoek verrichten dat de dood van mijn vader zal moeten wreken’. Soms komt het op een slinksere manier tot bij de lezer. We begrijpen eerst niet waarom Alfred een vrouw die hij recent leerde kennen de naam ‘Dido’ toedicht. ‘Hoe kom ik aan die naam?’ vraagt hij zich af, samen met de lezer. Maar dan staat er: ‘Dido, koningin van Carthago, werd verliefd op Aeneas, de held die vluchtte met zijn vader op zijn rug. Zwaarder nog dan mijn rugzak.’ Alle wegen en alle associaties leiden naar de last van Alfreds vader.

Andere wegen
In de loop van de expeditie dringt het tot Alfred door dat hij een ander pad had kunnen inslaan. Niet gaan studeren, maar zijn droom volgen en fluitist worden. Het is daar nu te laat voor.
WFH laat dit inzicht als een bliksem op zijn antiheld inslaan. We zien hier een aspect van zijn schrijfkunst dat vaak over het hoofd wordt gezien: het theatrale, bombastische, groteske. In zijn vroege werk, zoals de roman Conserve of de verhalen in Moedwil en misverstand, ligt dat groteske aan de oppervlakte: het beschrevene is losgezongen van de realiteit, elke alinea bulkt van verwarrende beeldspraak.
Het zogenaamd mature werk, met als hoogtepunt Nooit meer slapen, is op het eerste gezicht veel realistischer, stilistisch veel meer ingehouden. Toch zinderen tientallen bladzijden van dit boek van de passie, vooral in de laatste hoofdstukken, als Alfred zijn collega’s uit het oog heeft verloren en alleen rondzwerft. WFH ontdoet zijn hoofdpersoon dan van zijn laatste illusies. Alfred ziet in dat hij niet over het talent beschikt dat nodig is om zijn ambitie te realiseren. De manier waarop hij zijn wanhoop uitdrukt heeft iets van een operalibretto: ‘Wat een ellende! Ik doe deze dingen alleen maar omdat ik zo graag wil en niet ze mij vanzelf afgaan.’ Zijn ambitie, alle dingen die hij wil, zijn ook al niet veel meer dan ‘manifestaties (…) van het mechanisme waar volgens de menselijke moleculen zich bewegen in de peilloze kosmische materiedamp’. Met andere woorden: die ambitie is een illusie. Het enige echte in het leven is het feit ‘dat ik altijd en in alles weerloos, machteloos en vervangbaar als een atoom ben’.
Nóg verder zoomt WFH uit als Alfred de top van een berg bereikt (in hoofdstuk 36). Hij hoopt daarboven een goed uitzicht over de omgeving te hebben, zodat hij zich kan oriënteren, maar nee: de bergtop is ‘aan alle kanten omgeven door witte nevel’. Er is niets te zien, maar wel iets te beseffen: ‘De volstrekte nietigheid van de atmosferische laag waarin de mens kan leven, heb ik nog nooit zo diep beseft als nu.’
Met Alfred kleedt WFH eigenlijk de hele mensheid uit en confronteert ons met wat wij zijn: existentieel weerloos, ‘niets anders (…) dan een bepaalde chemische evenwichtstoestand, strikt beperkt tot nauw omschreven, onomstotelijke limieten.’ De beschrijving die hierop volgt, van het natuurgeweld dat snel en makkelijk een einde zou kunnen maken aan de hele mensheid, is op zichzelf voldoende reden om dit boek te lezen.

De terugkeer volgens Campbell
Net zoals in de Hero’s Journey vindt Alfred de weg terug naar de bewoonde wereld en naar huis. WFH volgt dus nog steeds het stramien dat Joseph Campbell beschreef. Aan het einde van Alfreds reis is er zelfs een vrouw die met hem naar bed gaat. Hij mag haar echter niet mee terug naar huis nemen. Hij brengt helemaal níets terug naar huis: de expeditie eindigt zonder een grammetje bewijs voor de meteorietentheorie. Heldendom en de liefde: ze zijn Alfred allebei ontglipt.
Toch is het einde niet honderd procent pessimistisch. Alfred heeft wel degelijk iets bereikt. Criticus Kees Fens zag in Nooit meer slapen het verslag van een ‘bevrijdingsproces, gevolg van verheldering van inzicht’. Al wordt er Alfred op zijn expeditie weinig nachtrust gegund, die ‘slopende tocht met zijn aanhoudende slapeloosheid [is] een geleidelijke ontwaking’, schreef Fens. Hij heeft zich losgemaakt van de vaderfiguren die hem dwongen een bepaald pad te bewaken. Als Nooit meer slapen lijkt te eindigen met een totale nederlaag, is dat alleen maar omdat WFH ons niet vertelt hoe het Alfred Issendorf verder vergaat, na zijn verlossing.

Mark Cloostermans

Volgende aflevering:
De ontdekkingsreiziger als man voor de 21ste eeuw
(Nooit meer slapen, Willem Frederik Hermans, 4/4)

Boekenlinks: