Held in hoofdstukken: 23 Willem Frederik Hermans – Nooit meer slapen | Een wandeling door het sadistische universum
Willem Frederik Hermans (1921-1995) was van opleiding fysisch geograaf. In 1961 maakte hij een studiereis door Finnmark in Noorwegen, in het gezelschap van drie Noorse collega’s. Tijdens het laatste deel van die zware reis was Hermans alleen. In totaal was hij iets meer dan een maand onderweg.
In de roman Nooit meer slapen, die vijf jaar later verscheen, doet hij heel precies verslag van die Noorse expeditie. Dat wil zeggen: hij beschrijft exact het traject dat zijn collega’s en hij toen aflegden, wat hij onderweg zag en wat hem overkwam. Diepere verbanden tussen de waargebeurde elementen en de roman zijn er niet: Nooit meer slapen was geworteld in de feiten, maar wiekte daar vervolgens hoog bovenuit. De roman wordt nu gezien als het onverwoestbare hoogtepunt uit een breed en rijkgeschakeerd oeuvre, en krijgt nog steeds herdruk na herdruk.
Ik denk dat het blijvende succes veel te maken heeft met de verlaten landschappen waar Hermans zijn hoofdpersoon doorheen liet zwerven. De Noorse natuur is, behalve stug en vijandig, ook tijdloos. Andere veelgeprezen titels van zijn nadrukkelijk gelinkt aan een plaats en een tijd. De tranen der acacia’s, De donkere kamer van Damokles, Het behouden huis, Bekentenissen van een engelbewaarder: allemaal spelen ze zich af tijdens de Tweede Wereldoorlog, in bezet Nederland. Nooit meer slapen begint weliswaar op een bepaalde plek en een bepaald moment (Oslo, begin jaren 1960), maar verdwijnt dan in een landschap zonder herkenningspunten, zonder connectie met de tegenwoordige tijd.
Ik heb Nooit meer slapen herlezen omdat ik een punt wil maken over mannelijkheid en het droombeeld van de ontdekkingsreiziger. Bear with me: in tegenstelling tot WFH’s hoofdpersoon ken ik wèl de weg.
Man met een plan
Alfred Issendorf is een jongeman met een plan. In Finnmark zal hij bewijzen van meteorietinslagen vinden, en daarmee bewijzen voor de theorie van zijn promotor aan de universiteit, professor Sibbelee. Tegelijk zal hij eer bewijzen aan zijn vader, een wetenschapper die door een vroege dood niet de kans kreeg om zijn potentieel waar te maken.
Ik wil geen open deuren intrappen, en neem dus aan dat iedereen meteen begrepen heeft dat onze held wordt gedreven door een verlangen om iets te betekenen voor de vaderfiguren in zijn leven. Ja toch?
De expeditie start niet onder een gunstig gesternte. WFH laat al vroeg doorschemeren dat Alfreds oriëntatietalent te wensen overlaat. Aan het begin van hoofdstuk 3 zijn Alfred en professor Nummedal (een collega van professor Sibbelee, die Alfred een handje zou moeten helpen) op weg naar een restaurant. Alfred voelt zich ‘een liefhebbend kleinzoon, die met zijn halfblinde grootvader een wandelingetje gaat maken’ (mijn cursivering). Maar, stipt WFH meteen aan, ‘hij is het die mij naar het restaurant loodst’.
Terzijde: door dat woordje ‘grootvader’ zou je ook in Nummedal een vaderfiguur kunnen zien, of misschien een autoriteitsfiguur.
Nog meer kwade omens, een stukje verderop in de roman: ‘Ik heb altijd weinig aan sport gedaan. (…) Had ik dit vak niet gekozen dat mij de deur uit jaagt, ik zou een echte kamergeleerde zijn geworden. Nu moet ik wel.’
Kijk, daar gaat hij, onze onsportieve kamergeleerde zonder oriëntatie. Een eindeloos, troosteloos, moerassig gebied in. Zijn reisgenoten hebben veel meer ervaring dan hij. Hun uitrusting is professioneler. Ze kijken meewarig toe hoe hun Nederlandse collega in een rivier sukkelt en daarmee zowel zijn slaapzak als zijn camera naar de bliksem helpt. Zelfs slaap wordt hem amper gegund, want Finnmark ligt zo hoog in het noorden dat de zon er niet ondergaat: nacht is dag en dag is nacht, wat zich voor Alfred vertaalt in een ononderbroken martelgang. Hij verliest zijn kompas, raakt zijn collega’s kwijt, dwaalt hongerig en uitgeput door al die wildernis. Zoals te verwachten en te voorzien valt er ten slotte een dode. Bij wonder is dat niet Alfred. Hij bereikt ten slotte de bewoonde wereld, fysiek noch mentaal in staat om een tweede poging te wagen. Zijn expeditie is een totaal fiasco.
Of zien we iets over het hoofd? Eindigt Alfred toch niet helemaal met lege handen?
Mark Cloostermans
Volgende aflevering:
De held met de duizend gezichten
(Nooit meer slapen, Willem Frederik Hermans, 2/4)
In ‘Held in hoofdstukken’ gaat Mark Cloostermans in literaire werken op zoek naar constructieve, niet-toxische opvattingen over mannelijkheid. De bespreking van een boek wordt telkens over drie à vier afleveringen gespreid.
Boekenlinks:
- Willem Frederik Hermans, Nooit meer slapen
- Karin Anema, De Noorse liefde van W.F. Hermans
- Mark Cloostermans, Alleen de duivel heeft een plan
- Mark Cloostermans en Chrétien Breukers, De man die van vrouwen hield: Georges Simenon in 27 romans
