Het postuum uitgebrachte boek Ratatouille van Nop Maas bevat veel ‘wetenswaardigheden’ die je een andere blik op de literaire wereld geven. Het boek is alfabetisch gerangschikt op lemma’s. Onder het kopje ‘Auteursrecht’ vertelt Nop Maas over zijn vriendschap met Hanny Michaelis die hij tot het eind van haar leven bijstond. Hij noteert ook wie er nog bij haar op bezoek kwamen in verpleeghuis Beth Shalom: Frida Vogels, de Voskuilen en Gemma Nefkens bijvoorbeeld. Wouter van Oorschot niet, noteert Maas, en dat brengt hem bij het thema:

Op enig moment na 2007 heeft Wouter van Oorschot als directeur van de uitgeverij het auteursrecht op het werk van Hanny Michaelis overgebracht naar zijn persoonlijke BV. Juridisch zal dat wel in de haak zijn, maar duidelijk is ook dat dit niet de bedoeling van Hanny was. Het motief van Wouter van Oorschot voor de overdracht was waarschijnlijk dat hij een pot met goud rook in de uitgave van de briefwisseling Reve-Michaelis.

Maas vertelt daarna hoe hij tegengewerkt is door Wouter van Oorschot en dat de revenuen van de door hem bezorgde oorlogsdagboeken van Michaelis naar Wouter van Oorschot vloeiden in plaats van naar de uitgeverij met die naam (die inmiddels in andere handen is). Zelfs bij het boekje Vastgenageld aan de rand van het niets dat is opgebouwd uit de gesprekken tussen Maas en Michaelis claimde Wouter van Oorschot het auteursrecht. Maas kreeg een advocaat op zijn dak en moest 4.000 euro dokken.

Bij de ‘d’ treffen we het lemma ‘Dood’ waarin Nop Maas de voordelen van doodgaan opsomt en hij eindigt met:

En ook een bonus: ik hoef nooit meer te denken aan Joop Schafthuizen of Wouter van Oorschot.

Ratatouille is hier rechtstreeks te bestellen.