Nieuws: Ronit Palache gaat in op woordcensuur bij Komrij-biograaf Arie Pos, maar laat zelf ook één woord achterwege
Vorig jaar mei posten we een bericht over de overstap van Komrij-biograaf Arie Pos van De Bezige Bij naar Prometheus. Aanleiding was een opmerking van Arthur van Amerongen in de rechtspopulistische krant De andere krant. We vroegen Pos naar de reden en die had voor een deel te maken met geld. Maar er was ook iets anders gebeurd bij De Bezige Bij.
Dat een redacteur in een proef zonder overleg met mij ‘homo’ had geschrapt in een bijschrift bij een foto van Gerrit en Charles in een Amsterdamse ‘homobar’ en als ik schreef dat de jonge Komrij door oudere vrienden op het spoor van ‘een aantal homoschrijvers’ werd gezet, en ook bezwaar had tegen de termen ‘nicht’ en ‘flikker’ en vond dat ik Ethel Portnoy niet ‘de vrouw van’ Rudy Kousbroek mocht noemen, speelde een ondergeschikte rol. Die dingen konden op het laatste moment nog worden opgelost.
Meer dan een jaar later kopt het AD in een interview met Arie Pos: ‘‘Homokroeg’ geschrapt in biografie Gerrit Komrij, auteur is het zat en vertrekt naar andere uitgever’. De financiële aspecten worden niet meer genoemd en nu is de hoofdreden de censuur van de uitgeverij. De Bezige Bij laat in een reactie in het AD het volgende weten:
Er is inderdaad een suggestie gedaan om ‘homobar’ te vervangen door ‘bar’. Zo’n eventuele wijziging is altijd een gesprek met suggesties, het zijn nooit aanpassingen die worden opgelegd.
Wij dachten goed uit elkaar te zijn gegaan met Pos.
Conservatief-populistische blogs gingen meteen aan de haal met stukken over de woke-cultuur bij uitgeverijen en zo ontstaat er een nieuwe dynamiek over oud nieuws.
In haar column voor Trouw gaat Ronit Palache, of Ronit van Tijn Palache zoals ze nu graag genoemd wil worden in op de zaak en zij haalt ook Marcel Möring aan die vanwege eenzelfde kwestie vertrok bij De Bezige Bij (zie ons bericht erover). In haar column trekt Van Tijn Palache drie keer dezelfde conclusie, we kiezen er één:
We zouden iets minder bezig moeten zijn met de politieke agenda die we achter elk woord vermoeden en iets meer met de vraag of de woorden hun werk doen. Literatuur en non-fictie moeten vooral overtuigen, bijvoorbeeld door historische nauwkeurigheid.
Het viel ons op dat Van Tijn Palache wel De Bezige Bij noemt, de uitgeverij waar Pos en Möring vertrokken, maar niet de uitgeverij waar ze naar toe gingen: Prometheus. Over historische nauwkeurigheid gesproken.
(foto: Gerrit Komrij en Charles Hofman bij koningin Beatrix, Rob C. Croes / Anefo / Nationaal Archief, CC0)

In veel gevallen worden literaire boeken pas geredigeerd wanneer ze persklaar worden gemaakt. Dat werk wordt vaak gedaan door jonge externe freelancers die kopij woordje voor woordje lezen, zonder context. Op het scherm. Ze hebben vaak nooit contact gehad met de auteur, en kennen zijn of haar taalwereld dus ook niet. Daar hebben ze ook geen tijd voor want dit werk wordt slecht betaald, en ze willen snel klimmen in de uitgeverij. Daarom krijgen auteurs hun (digitale) manuscripten vaak terug vol rode vlaggetjes.
Er zijn ook mensen die – met het volle pond aan subsidie en een flinke steun in de rug van het Jaap Harten Fonds, zoals ook bij Pos het geval is – gewoon binnen een redelijke termijn een biografie schrijven en niet zeuren.