Recensie: Amélie Nothomb – Des te beter
Van grimmig sprookje tot liefdevol moederportret
Met Bloedlijn had de Franstalige Belgische schrijfster Amélie Nothomb (1966) al een vaderboek geschreven, in Des te beter staat haar moeder centraal. Wat start als een grimmig sprookje, opgebouwd rond intergenerationeel trauma, eindigt in een liefdevol portret van een moederfiguur.
Des te beter start in de zomer van 1942, wanneer de vierjarige Adrienne vanuit Brussel naar haar grootmoeder aan moederskant in Gent wordt gestuurd. Die grootmoeder noemt Adrienne bij aankomst meteen ‘dik, vet en dom’ en maakt haar vervolgens op alle mogelijke manieren het leven zuur. Ze wordt gekleineerd, krijgt vreselijke dingen om te eten voorgeschoteld, enz… Om zich niet te laten kennen, ontwikkelt Adrienne een eigen spreuk: ‘des te beter’ (‘tant mieux’). Die woorden worden een soort van mantra van optimisme waarmee Adrienne zich ook nadien nog door het leven worstelt.
Adrienne komt tijdens haar verblijf in Gent ook te weten dat haar grootmoeder een grotere liefde heeft voor katten dan voor mensen. Iets wat die grootmoeder in het verleden trouwens niet naliet om expliciet te zeggen tegen Astrid, de moeder van Adrienne, en haar twee zussen. Die kwellende, liefdeloze opvoeding heeft bij Astrid niet alleen geleid tot een verstoorde relatie met haar moeder, het heeft ook blijvende donkere traumasporen nagelaten. Zo ontwikkelt Astrid een gloeiende haat tegenover katten, een haat die zich op een gruwelijke manier vertaalt in een daling van de kattenpopulatie in een aantal Brusselse wijken. Daarnaast heeft Astrid tijdens de oorlog een buitenechtelijke affaire met een Duitser en wordt haar huwelijk zelf getekend door geruzie en huiselijk geweld.
Adrienne leert omgaan met die donkere, getroebleerde kant van haar moeder. Ze blijft steevast trouw in haar moederliefde en slaagt erin de draad van het intergenerationeel trauma door te knippen. Ze wordt daarbij geholpen door haar relatie met de adellijke Armel, een relatie die uitgroeit tot een ‘onwankelbare liefde’.
In het slotdeel is er een duidelijke volta. Nothomb neemt daarin zelf het woord en het verhaal wordt een memoir, een autobiografische getuigenis van Nothomb na het overlijden van haar moeder in 2024. Blijkt dat het levensverhaal van Adrienne dat van haar moeder is en dat Armel dus ook haar vader (Patrick Nothomb) is. In het slotdeel legt Nothomb onder meer uit hoe ze meer lijkt op haar vader dan op haar moeder en hoe haar relatie met haar moeder een stuk complexer was. Ze vergelijkt haar liefde voor haar moeder bijvoorbeeld met een roman van Barbey d’Aurevilly: ‘verscheurd en onstuimig, fantastisch met af en toe vreugdevolle momenten’.
Nothomb gaat in het slotdeel ook in tegen de kritiek dat ze wel altijd liefdevol over haar vader heeft geschreven maar dat er in haar boeken een soort ‘vooringenomenheid’ tegenover haar moeder sluimert. Vooringenomenheid zou ik zelf het niet noemen, maar het is duidelijk dat de relatie met haar moeder anders was dan met haar vader. Dat uit zich ook in de vertelvorm. Waar Bloedlijn geschreven is vanuit haar vader in de eerste persoon enkelvoud, kon Nothomb die meer intieme vertelvorm in Des te beter niet gebruiken. ‘Het zou ontzettend gekunsteld zijn geweest. Waarom? Omdat ik sprekend op mijn vader lijk, maar niets gemeen heb met mijn moeder,’ schrijft Nothomb. Helaas kruipen die afstand, die ongrijpbaarheid en die stroefheid ook in het boek zelf. Je voelt als het ware het zoeken en tasten van Nothomb zelf.
Ondanks die dosis stroefheid, bezit Des te beter wel een aantal typische Nothomb-troeven. Zo zijn er de messcherpe, geladen dialogen die het onderhuidse spanningsveld tussen personages tastbaar maken. En er is natuurlijk de typische Nothomb-humor, lachen met een spottend, donker randje. Een voorbeeld: op een bepaald moment gaan de ouders van Adrienne voor een derde kind en na twee dochters hopen ze vol vuur op een zoon. Ze hebben zelfs al een naam klaar: Charles. Dan staat er: ‘De zwangeschap was een en al gelukzaligheid. Hun ouders straalden van hoop. Charles zou een fantastische zoon worden. Wat hielden ze nu al veel van hem! Op 17 juli werd Charlotte geboren.’
Sinds 1992 publiceert Amélie Nothomb elk jaar een nieuwe roman. Ze noemt het zelf haar ‘maladie de l’écriture’ of schrijfziekte. Door die dwangmatige regelmaat kan je de boeken van Nothomb vergelijken met wijnjaren. In die zin zou ik Des te beter niet bestempelen als een ‘millésime exceptionnel’ of een uitzonderlijk wijnjaar, maar eerder als een ‘millésime moyen’ of ‘bon millésime’, iets tussen een gemiddeld en een goed wijnjaar in.
Maarten De Rijk
Amélie Nothomb – Des te beter. Uit het Frans vertaald door Marijke Arijs. Uitgeverij Tristan, Antwerpen. 144 blz, € 23,99.
