Recensie: Annette Portegies en Gioia Smid – Fiep
Een monument voor Fiep
De recent verschenen biografie annex eerbetoon aan kunstenares Fiep Westendorp, door Annette Portegies en Gioia Smid, is een kloek boek: 24 bij 29,5 cm., 1724 gram op de keukenweegschaal. Het is ook een heel prachtig boek, boordevol afbeeldingen van Fieps werk, met een volledig overzicht van het gepubliceerde werk, een register van genoemde personen en een overzicht van gebruikte bronnen. Verder biedt het boek overdenkingen van zo’n twintig auteurs of beeldend kunstenaars over het werk van Fiep Westendorp op lichtblauwe bladzijden tussen het biografische verhaal door. Zo biedt het een gevarieerd overzicht van de ontwikkeling van een eigenzinnig talent en tegelijk een onontkoombaar tijdsbeeld.
Het heeft de laatste jaren niet ontbroken aan overzichten van Fieps werk, zoals Blikvangers (2016), over haar reclamewerk en de boekomslagen die ze heeft gemaakt, en over haar bijdrage aan de vrouwenpagina in Het Parool in de jaren vijftig (Voor de vrouw, maar niet voor haar alléén, 2006). Lange tijd werd haar werk nogal veronachtzaamd, en viel ze steeds buiten de prijzen, maar aan het eind van haar leven is een speciaal voor haar bedachte Oeuvre Prijs aan haar uitgereikt, wat veel deugd deed. En nu hangt ze deze zomer zelfs in het Rijksmuseum!
Fiep werd geboren in Zaltbommel, op 17 december 1916. Ze woonde er haar hele jeugd, op verschillende adressen. School was in het begin geen succes; ze bleek slecht van huis en bij haar moeder vandaan te kunnen. Omdat ze al jong goed bleek te kunnen tekenen, en daar haar ziel en zaligheid in legde, ging ze na de HBS naar de Koninklijke School voor Kunst, Techniek en Ambacht in Den Bosch. Na Den Bosch volgde de Academie voor Beeldende Kunsten in Rotterdam, die bij het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 volledig verwoest werd; de ateliers van de studenten en het daar opgeborgen werk gingen geheel verloren. Hoewel Fiep haar hele leven last bleef houden van angsten en paniekaanvallen, was ze ook een heel sociaal mens, zoals blijkt uit de vele foto’s in het boek en wist ze heel goed wat ze wilde: onafhankelijk zijn en zelf de kost verdienen met haar tekeningen.
Na de oorlog nam ze twee besluiten die van groot belang bleken te zijn. Ze besloot zich in Amsterdam te vestigen, omdat daar de kans om opdrachtgevers te vinden het grootst was. En ze besloot professionele hulp te zoeken om haar demonen de baas te worden. Vestiging in Amsterdam, waar de woningnood hoog was, leidde in eerste instantie tot een eindeloze zoektocht naar woningruimte. Veel ruimte had ze niet nodig, maar wel rust. Haar vraag om psychische hulp leidde eerst tot een psycholoog die handtastelijk werd, en toen tot arts-psychiater Margot Rehfish, die bijna vijftig jaar lang een hoofdrol zou spelen in haar leven, en met wie ze uiteindelijk een graf deelt.
Hoewel Fiep en Annie M.G. Schmidt door hun langjarige samenwerking bijna een eenheid lijken te vormen, duurde het geruime tijd voor ze elkaar in Amsterdam ontmoetten. Ze liepen elkaar bijna letterlijk tegen het lijf bij de ingang van café Scheltema. ‘Het klikte direct,’ zou Fiep later vertellen. ‘we voelden elkaar aan.’ Portegies vult aan: ‘Fiep werd vrolijk van Annies grappen, die snedig waren in het openbaar en een beetje vals als er niemand meeluisterde. Want ze hielden niet zo van mensen, Annie en Fiep. Liever dreven ze er de spot mee.’ Vooral dreven ze, evenals de andere vrouwen die meewerkten aan de ‘vrouwenpagina’ van Het Parool, de spot met Gewichtige Heren of Deftige Dames, in feite met iedereen die zich van een pompeuze kant liet zien. De vele paradoxen en controverses, volgens Christien Brinkgreve ‘het vrolijke getob’ tussen geliefden of gehuwden, waren ook een dankbaar onderwerp. Brinkgreve: ‘De hoofdtoon is: vrouw, vergroot je vrijheid’. Want hoewel vaak wordt gesteld dat de feministische beweging van de jaren zestig – Dolle Mina, enz. – zijn begin vond in het artikel Het onbehagen bij de vrouw van Joke Kool-Smit, gepubliceerd in De Gids in 1967, zien we al een wezenlijke mentaliteitsverandering in deze vermakelijke pagina van Het Parool vanaf de vroege jaren vijftig. Die werd gelezen door honderden, misschien wel duizenden vrouwen, gewone vrouwen, zonder universitaire opleiding zoals de lezers van De Gids. Later, toen de vrouwenpagina was opgedoekt, weigerde Fiep mee te werken aan Opzij: daar was geen plek voor haar milde spot, het was allemaal te dogmatisch en te bozig naar haar smaak.
Maar hoe belangrijk Annie ook was voor Fiep, er was altijd nog meer. Zo tekende ze voor Mies Bouhuys Pim en Pom, het stelletje ondernemende poezen. En de commerciële opdrachten gingen ook door. Op een vaak getoonde foto zit Fiep een beetje gedraaid te kijken naar proeven die op de grond liggen van tekeningen van Jip en Janneke, de figuurtjes waarvoor ze silhouetjes gebruikte omdat het naoorloge krantenpapier (1952) van zo’n slechte kwaliteit was dat een fijne lijn verloren zou gaan. Fiep zit op een op het oog nogal wankel, en zeker ergonomisch onverantwoord, stoeltje aan een kleine tafel, de tafel waar ze al die prachtige creaties tekende. Toen haar gezondheid haar in de steek begon te laten, en ze noodgedwongen van haar geliefde zolderkamer, haar privéhemeltje, zoals Fiep het noemde, naar het souterrain moest verhuizen, begonnen vrienden zich af te vragen wat er boven nog aan tekeningen lag. Het bleken er duizenden te zijn, weggelegd op de meest onmogelijke plaatsen, ‘in de badkamerkastjes, onder de bank, achter het bed, in plastic tasjes, … op en in alle linnenkasten.’ Ze waren niet allemaal gedateerd, maar Fiep liet ze door haar handen gaan en probeerde te achterhalen wanneer ze er aan had zitten werken. ‘“Verrek, ze zijn toch wel een beetje leuk,” concludeerde Fiep nuchter toen ze alle tekeningen had gezien.’ Gioia Smid is indertijd door Fiep aangesteld als de beheerder van haar nalatenschap, die nu is nu ondergebracht in de Fiep Westendorp Foundation; de opbrengsten gaan naar culturele activiteiten voor kinderen die het moeilijk hebben, zoals kinderen in asielzoekerscentra en kinderen met een handicap. Ook is er de Fiep Westendorp Stimuleringsprijs voor jonge tekenaars en een leerstoel Illustratie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).
Alle biografieën lopen slecht af, maar weinige zijn zo ontroerend op het onvermijdelijke eind. Na alle wederwaardigheden die Annette Portegies, uitgever en eerder de schrijfster van een veel geprezen biografie van Maurice Gilliams (Weerspiegeld in een waterglas, 2022) nuchter, maar meelevend vertelt, na alle prachtige illustraties die soms letterlijk onthouden zinnen oproepen omdat de bijbehorende verhalen zo vaak zijn verteld aan kinderen en kleinkinderen, na dit alles voelt het of een lieve vriendin is overleden. Wat een mooi boek.
Thea Summerfield
Annette Portegies en Gioia Smid – Fiep. Leven en werk van Fiep Westendorp. Querido Facto, Amsterdam. 350 blz. € 49,99.