Recensie: Han Kang – Inkt en bloed
De dood als stalkende minnaar
Met Inkt en bloed is opnieuw een van de schurende romans vertaald van de Zuid-Koreaanse Han Kang, die in 2024 de Nobelprijs voor de Literatuur won. ‘Ik werd door de dood achtervolgd. Soms haalde hij me zelfs in en liep een stukje voor me uit.’
De vegetariër, de meest bekende roman van Han Kang, vertelt het verhaal van een vrouw die zich buiten de starre Koreaanse cultuur plaatst door het abrupte besluit geen vlees meer te eten. In Inkt en bloed draait het verhaal opnieuw om een vrouw die buiten het gangbare leven staat, dit keer vanwege haar obsessie met de vergankelijkheid van het leven.
Vertaalster Jeong-hie is een eigenzinnige vrouw, ‘niet het type dat de stilte vreest’. Het gemis van haar hartsvriendin Inju, een befaamde schilderes die op raadselachtige wijze is verongelukt op een besneeuwde berg, drijft Jeong-hie nog verder in een isolement. Inju was een jongensachtige vrouw met buitengewone talenten op het gebied van sport en kunst. Geen klassieke schoonheid, toch oefende zij grote aantrekkingskracht uit op zowel mannen als vrouwen.
Aan het einde van hun middelbareschooltijd neemt Inju de verlegen Jeong-hie mee naar het atelier van haar oom, die ooit zijn natuurkundestudie heeft ingeruild voor een leven als schilder. De oom heeft een kwetsbare gezondheid: zijn bloed stolt niet, een kleine wond kan al fatale gevolgen hebben. Geïnspireerd door de kwantummechanica maakt hij inktschilderijen van zwarte gaten waarin sterren verdwijnen of worden geboren. Er bloeit een ontroerende liefde op tussen de oudere man en Jeong-hie. De romance komt bruut tot een einde, wanneer de schilder overlijdt aan een hersenbloeding. Inju treedt daarna in het spoor van haar overleden oom. De inspiratie voor haar eigen schilderijen, die ze welbewust maakt op goedkoop en vergankelijk papier, ontleent ze aan ‘een voorliefde voor de dood’.
Het verhaal van Inkt en bloed zet in bij een artikel van een kunstcriticus die beweert dat Inju zelfmoord heeft gepleegd. Omdat Jeong-hie dat niet kan geloven, gaat ze op zoek naar de precieze toedracht van de dood van haar vriendin. Haar speurtocht, die plaatsvindt tegen de achtergrond van een barre Koreaanse winter, voert langs een aantal tragische verhalen en gebeurtenissen. Ze ontdekt de toedracht van het verkeersongeluk, waarbij de vader van Inju al voor haar geboorte is omgekomen. Ze krijgt te horen hoe de moeder van Inju op jonge leeftijd aan de drank is geraakt, een verslaving die zal uitmonden in zelfdoding. Het zoontje dat Inju tijdens een kortstondig huwelijk krijgt, een jochie ‘met spercieboonachtige polsen’, blijkt aan dezelfde bloedziekte te lijden als haar schilderende oom. Wanneer Jeong-hie erachter komt dat de kunstcriticus persoonlijk bij de dood van Inju is betrokken, komt ook haar eigen leven in gevaar. Het moge duidelijk zijn: de dood is alomtegenwoordig als een stalkende minnaar.
Inkt en bloed is doordrenkt van het thema vergankelijkheid. Met dode inkt schildert de oom zwarte gaten waarin hele sterrenstelsels verdwijnen. Bloed is levensvocht, maar wanneer het te rijkelijk stroomt heeft dat de dood ten gevolg. Verder komen op bijna iedere bladzijde van de roman sneeuw, ijs, snijdende wind en rode knokkels voor. En eenzaamheid. De dood is ook alles wat aan de dood voorafgaat.
Wanneer personages met elkaar in gesprek gaan, geeft Han Kang vaak alleen de woorden van één gesprekspartner weer, zodat het lijkt alsof de lezer luistert naar iemand die een telefoongesprek voert. Nieuwe scènes worden veelal niet ingeleid, waardoor de lezer regelmatig de weg kwijtraakt in het verhaal. Wie toch doorleest, dwaalt urenlang rond in een ongemakkelijk maar fascinerend taalkunstwerk over misschien wel het belangrijkste feit van het bestaan: er is niemand die deze wereld levend verlaat.
Frans Willem Verbaas
Han Kang – Inkt en Bloed. Vertaald door Mattho Mandersloot. Nijgh & Van Ditmar, Amsterdam. 350 blz. € 26,99.
(Deze recensie verscheen eerder in het Friesch Dagblad van 30 mei 2026.)
Eerder schreef Kris Velter een recensie over Inkt en bloed op Tzum.
