Recensie: Llorenç Villalonga – Andrea Victrix
Mallorca, werkelijkheid en dystopie
Andrea Victrix is een roman waarvan de handeling is gesitueerd op het eiland Mallorca in het jaar 2050. Het beeld dat het daarvan met min of meer satirische middelen schetst is dystopisch. De satire wordt vooral mogelijk dankzij de hoofdpersoon, ik-figuur en verteller, een man die zich in 1965 heeft laten invriezen en in 2050 levend en wel en zelfs van zestiger verjongd tot een frisse dertiger uit zijn vrieskist stapt. De man kan dus vergelijken.
De auteur, de Mallorcaan Llorenç Villalonga (1897 – 1980), publiceerde Andrea Victrix in 1974. Ruim driekwart eeuw voor 2050 dus; wij huidige lezers zijn minder dan een kwart eeuw verwijderd van dat jaar. Wij kunnen dus ook de vraag beantwoorden of de door Villalonga geschetste dystopische toekomst inderdaad een stuk dichterbij is gekomen.
In 2050 heet Mallorca niet langer Mallorca, maar Mediterrane Toeristenclub, of kortweg Toerclub. Dat doet onmiddellijk aan Club Med denken, door velen beschouwd als dieptepunt van georganiseerd, plat vakantievermaak (ik heb lang gedacht dat ‘Med’ een afkorting was van medisch en dat het om groepsreizen ging voor jongeren die niet zonder medische begeleiding konden; dit terzijde).
Toerclub wordt gedomineerd door kilometerslange avenues en promenades met aan weerszijden rijen hoogbouwflats en talloze drink-, dans- en eetgelegenheden. Eetgelegenheden? ‘Eten’ is voornamelijk nog slechts het doorslikken van voedingspillen en -sappen, het ultieme junkfood, zou je kunnen zeggen. De toeristenmassa’s, die vooral uit jongeren bestaan, zuipen en feesten en om dat nacht na nacht vol te kunnen houden, slikken of snuiven ze regelmatig een dosis ‘soma’. Als neuken er niet inzit en onlustgevoelens bezitnemen van door drank en drugs aangedreven, verhitte geesten, volgen ontladingen in de vorm van soms dodelijk, zinloos straatgeweld.
Hoezo 2050? Die voedingspillen misschien, maar de rest van deze opsomming is toch al jarenlang elke zomer de dagelijkse en nachtelijke Mallorcaanse werkelijkheid? In veel opzichten schetst Villalonga een werkelijkheidsgetrouw beeld van een Mallorca dat wij kennen. Maar zijn dystopie vertoont ook kenmerken die geen werkelijkheid zijn geworden. De uit zijn vrieskist opgestane, verjongde ik-figuur wordt onder de hoede genomen van de beeldschone, androgyne Andrea Victrix, waar hij prompt verliefd op wordt. Andrea is zijn gids en beschermer die, zo blijkt, zijn liefdesgevoelens allengs sterker beantwoordt. Ik schrijf hier opzettelijk ‘gevoelens’, want Andrea houdt haar onderlijf zorgvuldig verborgen en van lichamelijk-geslachtelijke liefde in wat voor vorm dan ook komt het niet. De vraag of Andrea een hij, zij, hen of nog iets anders is, is een van raadsels die de roman spanning moeten geven. Een ander is het groeiende ondergrondse verzet tegen de machthebbers, een elite van geslachtslozen.
Andrea is zetbaas van de hoogste politieke macht, die in Parijs zetelt en die ongeslachtelijke voortplanting tot hoogste wet heeft verklaard, intussen dansend naar de pijpen van grote, monopolistische ondernemingen als de drankenfabrikant Hola-Hola. De ik-figuur komt in een lastige spagaat terecht als enerzijds zijn liefde hem tot loyaliteit aan Andrea dwingt, maar hij anderzijds overtuigd raakt van de morele juistheid van de zaak van de oppositie, die bestaat uit langs natuurlijke weg geconcipieerde geborenen en die een opstand voorbereidt.
Andrea Victrix is in hoge mate schatplichtig aan Brave New World van Aldous Huxley; Villalonga maakt daar trouwens geen geheim van. Andrea Victrix wordt soms topzwaar door gewichtige lezingen van enkele personages, waaronder zowel Andrea als oppositieleiders. Dat doet hier en daar gekunsteld aan in uitleggerige stukken over economie en bestuur, stukken waarin Villalonga’s stijl stokt.
Over Villalonga nog het volgende. Hij was behalve schrijver psychiater (misschien is het beter te schrijver: behalve psychiater schrijver). Toen de Spaanse Burgeroorlog uitbrak grepen (fascistische) nationalisten van de Falange de macht op de Catalaanse Balearen. Hoewel Catalaan sloot Villalonga zich bij de Falangisten aan, om na de Tweede Wereldoorlog op zijn schreden terug te keren, zich bij de Catalaanse oppositie tegen het Franco-regime te voegen en weer in het Catalaans te schrijven.
Hij was een conservatief, om niet te zeggen: reactionair denker, vooral voor wat betreft zijn attitude jegens sociale veranderingen. Vanzelfsprekend beoordeelde Villalonga niet alle vooruitgang als slecht, maar in Andrea Victrix citeert hij met instemming Claude Lévi-Strauss:
Volgens Lévi-Strauss bevond de vooruitgang zich in 1964 al in een neerwaartse spiraal ‘en diende ze bijna geen ander doel dan de compensatie van ongemakken die dezelfde vooruitgang meebracht’.
Hans van der Heijde
Llorenç Villalonga – Andrea Victrix. Vertaling uit het Catalaans door Frans Oosterholt. Nobelman, Iberische Bibliotheek, Groningen. 426 blz. € 24,95.
