Voetbalmeiden

Als sportjournalist is het de kunst om op het juiste moment op de juiste plaats te zijn. Je zult maar drie weken lang met een Tour de France meereizen waarvan de strijd om het podium al na enkele dagen in de plooi ligt, of een jaar lang het Nederlands hockeyelftal volgen dat zonder bijzonderheden naar de winst op eindtoernooien freewheelt. Voor een boeiend verhaal over sport heb je onverwacht succes, of juist onverwachte teleurstelling nodig: een club uit de subtop die ineens meedoet om het kampioenschap of een atleet die uit het niets komt en hoge ogen gooit, versus grote teams of bekende sporters die in de hoek belanden waar de klappen vallen. Het frustrerende van sportjournalistiek is dat je vooraf zelden kunt voorspellen wat er gaat gebeuren, en je dus op goed geluk ergens instapt, in de hoop dat jij ooggetuige bent van het onverwachte en/of onheilspellende.

Annemarie Postma had zo’n gevalletje right time, right place: eind 2016 meldde ze zich bij de KNVB als volger van het Nederlands vrouwenvoetbalelftal, dat komende zomer hoopt te schitteren op het EK in eigen land. In haar eerste week werd bondscoach Arjen van der Laan de laan uitgestuurd en opgevolgd door ene Sarina Wiegman, en de rest is voetbalgeschiedenis. Voor wie dat EK niet (meer) scherp voor de bril heeft: Nederland was voor die tijd een speler van weinig betekenis in het internationale vrouwenvoetbal (twee jaar daarvoor overleefde het land ternauwernood voor het eerst de groepsfase op een internationaal eindtoernooi). De Oranje Leeuwinnen vlogen op het EK in eigen land echter door de poulefase heen, dankzij overwinningen op sterke landen als Noorwegen, Denemarken en België, om vervolgens in de knock-out-fase af te rekenen met favorieten als Zweden en Engeland, waarbij swingend en doelpuntrijk aanvalsspel de hele natie in vuur en vlam bracht. Het voetbalsprookje eindigde gelukkig met een happy end door in de finale Denemarken met 4-2 te verslaan en zo de Europese cup omhoog te houden.

Ik bezocht dat toernooi een wedstrijd in de groepsfase, en genoot van de positieve sfeer en was aangenaam verrast door de kwaliteit van het voetbal. Gelukkig zagen de media dat ook, en ontstond er landelijke aandacht die niet meer is verdwenen. Nederland was in een maand tijd verliefd geworden op spelers als Vivianne Miedema, Lieke Martens en Jackie Groenen, en Sarina Wiegman was de briljante architect die het kunstje geflikt had. Het Nederlands vrouwenvoetbal zat dankzij de successen meer dan in de lift, maar een half jaar eerder was daar nog totaal geen sprake van, aldus Postma.

De opzet van De Oranje Leeuwinnen is eenvoudig: de auteur bezoekt in de maanden die voorafgaan aan het EK alle (basis)spelers om met hen te praten over leven en carrière tot dusver, en samen vooruit te blikken naar het eindtoernooi. Wat in alle gesprekken opvalt is hoe ‘gewoon’ de voetbalmeiden en hun levens zijn: ze voetballen weliswaar al op een hoog niveau, veelal bij buitenlandse clubs in Duitsland of Zweden, maar ze houden zich naast hun sport ook nog bezig met werk en studie, of hebben dat in het verleden gedaan, en zijn in van alles en nog wat geïnteresseerd. Stefanie van der Gragt zit als het even kan nog achter de kassa bij de Lidl (‘Ik vind het gewoon leuk om met mensen om te gaan en anderen te kunnen helpen.’) en Vivianne Miedema bezoekt op haar vrije dagen München om kerken en andere straattaferelen te tekenen. Het luxeleven wat in de beeldvorming van het mannenvoetbal bestaat is een ver-van-hun-bed-show voor de vrouwen, en deze gedragen zich er ook allesbehalve naar: ze zijn openhartig over hun persoonlijke levens en onzekerheden, en realiseren zich dat een bestaan als topsporter de nodige uitdaging met zich meebrengt voor zichzelf en hun omgeving.

De persoonlijke hoofdstukken worden afgewisseld met meer beschouwende stukken, waarin Postma enkele ontwikkelingen beschrijft die van belang zijn in de ontwikkeling van het Nederlandse vrouwenvoetbal. Na een korte historie zoomt ze in op de mode, professionalisering van makelaars en transfers, spelen en wonen in het buitenland, het imago en Nederlands Elftal als merk (inclusief de opkomst van sociale media) en de grote rol die de ouders spelen in de ondersteuning en begeleiding van de spelers. Over de kleding schrijft Postma bijvoorbeeld hoe belangrijk het was dat het Nederlands Elftal uiteindelijk eigen shirts, broekjes en sportbeha’s kreeg van de KNVB (tot dan speelden ze in dezelfde outfits als de mannen), waardoor ze beter konden presteren en er ook beter uitzagen op tv, wat weer voor meer zelfvertrouwen zorgde. Een belangrijke speler hierin was overigens Leonne Stentler, op dat moment net ex-prof en tegenwoordig bekend als analist bij de NOS.

Verder laat Postma zien dat het als voetballer niet goed mogelijk is je in Nederland tot optimale prof te ontwikkelen door het gebrekkige niveau van de teams in de Eredivisie, en dus worden jonge, talentvolle meiden tot een verblijf in het buitenland gedwongen, waar ze soms mentaal nog niet klaar voor zijn. Niet voor niets kiezen veel spelers voor een club waar al een bekende van hen speelt en bewonen ze er vervolgens samen een appartement, waar hun ouders ook nogal eens verblijven. De spelers zeuren overigens niet over hun ‘achtergestelde’ posities; ze zijn juist opgetogen met elke stap die het vrouwenvoetbal doormaakt en hopen dat het EK dit proces versterkt.

Leuker dan de verhalen over het huidige profbestaan zijn die over de jongere jaren van de spelers, en hoe ze in het voetbal zijn beland. Sommigen komen uit sportgekke families en hebben ouders of broers en zussen die ook fanatiek sporten, anderen doorlopen als veel jonge kinderen allerlei sporten, om te ontdekken dat ze talent hebben voor voetbal. Weinigen dromen ervan om prof te worden (vooral wegens gebrek aan rolmodellen), en gaan hun sport pas serieus nemen als ze geselecteerd worden voor jeugdelftallen voor Oranje of doorstromen naar teams in de Eredivisie. Voor sommigen is de keuze tussen studie of sport een lastige en blijven ze dat jarenlang met moeite combineren, anderen willen juist vooral lekker ballen en zien daarna wel verder. Opnieuw zijn het de ouders die een heldenrol opeisen door hun dochters van hot naar her te rijden en aanschaffen te doen om hun sportieve ontwikkeling te stimuleren.

Het boek van Postma bevat gelukkig niet alleen maar succesverhalen: zo komt ook een speler als Renée Slegers aan het woord. Een jaar of vijf is zij een van de grootste talenten in het Nederlandse vrouwenvoetbal, maar door hardnekkige blessures mist ze steeds de grote eindtoernooien, waaronder ook het EK in eigen land. Kort daarna stopt ze zelfs met pijn in het hart op jonge leeftijd als professioneel voetballer. Na het verschijnen van het boek is de carrière van Slegers overigens alsnog een succes geworden, aangezien zij zich als trainer heeft opgewerkt en momenteel het vrouwenelftal van Arsenal coacht, waarmee ze vorig jaar zelfs de Champions League won.

De Oranje Leeuwinnen verscheen negen jaar geleden, en is daarmee een tijdsdocument geworden over de staat van het vrouwenvoetbal in aanloop naar dat zo bijzondere EK. Een klein decennium later is er nogal wat veranderd: Postma merkt bijvoorbeeld op dat een sociaal medium als Instagram weleens kan helpen om de spelers internationaal bekender te maken, en Lieke Martens heeft maar liefst 15.000 volgers! Inmiddels zijn dat er 1,1 miljoen, en is Martens alweer profvoetballer af, net als veel van haar teamgenoten die in dit boek de hoofdrol spelen. Waar Zweden en Duitsland het voetbalwalhalla zijn voor veel spelers, voetballen de vrouwen inmiddels bij grote clubs als PSG of Barcelona, en hoofdzakelijk in Engeland, waar de Women’s Premier League wekelijks tienduizenden bezoekers per wedstrijd trekt. En hoewel het Nederlands Elftal het succes van 2017 niet meer heeft kunnen evenaren, is er nog altijd veel aandacht voor de prestaties van de Leeuwinnen in de media en onder fans.

Het lijkt me kortom hoog tijd dat Annemarie Postma, of een van haar collega’s, zich weer in Zeist meldt bij de KNVB om de aanloop naar het wereldkampioenschap van komende zomer in het voetbalgekke Brazilië van dichtbij te volgen. De vraag is of de spelers en staf nu nog net zo openhartig zullen zijn als toen, maar die verschillen en de ontwikkeling van het afgelopen decennium moet alleen al genoeg stof opleveren. En misschien blijkt dit plan dan weer een gevalletje van right time, right place

Willem Goedhart

Annemarie Postma – De Oranje Leeuwinnen. Het Nederlands vrouwenelftal. Ambo Anthos, Amsterdam. 234 blz. € 13,50.

De literaire sportzomer
Het WK voetbal, de Tour de France, Wimbledon, EK atletiek, WK roeien: deze zomer hoeft de sportkijker zich geen seconde te vervelen. Om helemaal in de stemming te komen en ons niet alleen blind te staren op wat er gaande is op het scherm en in de media, duikt Tzum als vanouds de boeken in. Onze schrijvers lezen de beste biografieën van sporters, vergeten geschiedenissen, jubelverhalen en zwarte bladzijden over de grootste en kleine sporten. Niet voor niets bestaat sport in ons collectieve geheugen vooral bij de gratie van de verhalen die verteld worden, lang nadat het stof is neergedaald. Je vindt alle afleveringen hier.

(foto: Finale damesvoetbal Beverwijk, 1973; Beeldbank De Boer, Noord-Hollands Archief)