Sportzomer: 7 Job van Schaik – Hardloper Huizenga
De beste sportverhalen gaan niet over sport
Ik ken iemand die niet van sport houdt. Een man, nota bene. Hij houdt wel van fysieke activiteit, maar niet van het competitieve element, en al helemaal niet van de competitie tussen landen. Ik ben zelf maar matig competitief ingesteld, en zou mezelf eerder omschrijven als actief dan als sportief. Maar ik kijk graag sport en in de beleving daarvan speelt het competitieve element best een belangrijke rol. Zo had ik die vijfsetter in de vierde ronde van Wimbledon 2001 nooit onthouden als niet de 19-jarige Federer had gewonnen, maar tegenstander Pete Sampras. Want de winst van Federer bleek een wisseling van de wacht; het einde van een tijdperk en het begin van een nieuwe.
Mijn favoriete sportmoment aller tijden is de 400 meter-finale op de Olympische Spelen van Sydney in 2000. Cathy Freeman, Australische van inheemse afkomst, was de favoriet. Zij had zes jaar daarvoor, in 1994, als 21-jarig talent haar eerste grote overwinning gevierd met twee vlaggen: de Australische en die van de Aboriginals. Destijds was in Australië net het gesprek op gang gekomen over het leed dat de inheemse bevolking was aangedaan: hun land gestolen, hun mensen vermoord, hun kinderen ontnomen. Opeens was er een jonge, talentvolle atlete die wilde laten zien dat ze trots was op haar afkomst. Ze kwam op voor haar volk, dat sinds de komst van de Europeanen werd onderdrukt, gediscrimineerd en gemarginaliseerd. Ze reikte de onderdrukkers verzoenend de hand – immers: ze liep met beide vlaggen. De complete Australische bevolking, zwart en wit, sloot Cathy Freeman in haar armen. Zij werd de vrouw die de zwarte bladzijde in de geschiedenis van het land zou omslaan. Het moment waarop dat moest gebeuren was 25 september 2000, tijdens die 400 meter-finale op de Olympische Spelen in haar eigen land. Ze móést winnen. En ze won.
De ontlading van jarenlang opgebouwde spanning steeg uit boven het stadion, boven de stad en boven het land, ging de hele wereld over en was voelbaar tot in mijn studentenkamer in Zwolle. En toen haar hartslag was gezakt, de pijn uit haar voeten was verdwenen en de last van haar schouders was gevallen, stond ze op en liep ze op blote voeten haar ereronde, met twee vlaggen om haar schouders.
Dat is toch om te janken zo mooi? En hoewel hier de winst wel degelijk een belangrijke rol speelt in de beleving van het moment, geldt toch ook, en dat is eigenlijk altijd zo, dat het verhaal erachter belangrijker is dan de sport zelf. Sterker nog, toen ik ging nadenken over mijn favoriete sportboeken, bleek dat die niet gaan om de sport, de records of de uitslag, en ook niet om winnen. Ze gaan over mensen, bekend en onbekend, en over wat hen vormt en wat hen drijft. Er dienden zich onmiddellijk een aantal kandidaten aan.
Neem Spartacus van Erik Brouwer, een verhaal over twee Amsterdamse turners van de joodse turnvereniging Spartacus die in 1908 meedoen aan de Olympische Spelen van Londen, maar ook het verhaal over de geschiedenis van joods Amsterdam, en van Europa in de eerste helft van de twintigste eeuw. Of het foto- en verhalenboek Everstein van Carel van Hees, over het flamboyante en tragische leven van de charismatische Rotterdamse bokser en herenkapper Cor Eversteijn.
Dan het boek van Job van Schaik, Hardloper Huizenga – Het verhaal van een vergeten wonderatleet. Uitgegeven in 2009 en voor deze gelegenheid opnieuw gelezen. En ik moet zeggen: ik ben na herlezing nog steeds zeer overtuigd van mijn keuze. Want wat is dit een onwaarschijnlijk goed verhaal, en wat heeft Van Schaik het mooi opgeschreven.
In zeventien korte hoofdstukken, die steeds beginnen met een ouderwets hoofdstukargument (Over een hardloper uit de provincie die bij zijn eerste wedstrijd in het verre Holland de complete Nederlandse atletiektop op vele minuten loopt), schetst hij het verhaal van een vergeten wonderatleet.
Dat verhaal begon op een mooie voorjaarsavond in 1915. De 21-jarige Louwe Huizenga, knecht bij slager De Noord aan de Nieuwe Ebbingestraat in Groningen, betrad het Noordersportterrein in Groningen in zijn met varkensbloed bespetterde werkkleding, en vroeg of hij mee mocht doen met de training. Hij trok zijn slagersjas uit en in zijn dagelijkse kloffie en op zijn gewone schoenen rende hij mee in een trainingswedstrijd met de hele Groningse atletiektop, en won met overmacht.
Vanaf dat moment leek niets hem te kunnen stoppen. Hij won vrijwel elke wedstrijd waaraan hij meedeed en liep tientallen records. Hij was zeer geliefd bij het publiek, vanwege zijn snelheid en vanwege zijn rare fratsen tijdens wedstrijden, waarin hij weg sprintte bij de rest, om vervolgens een praatje te maken met een bekende in het publiek, of even mee te marcheren met de fanfare, tot de rest hem weer bij had gehaald en hij er weer als een speer vandoor ging.
Maar hij was ook een wat vreemde snuiter die soms maar zo uit een wedstrijd stapte als iets hem niet zinde, ruzie maakte met officials en grote moeite had met regels en conventies. Een man met een levenslang schuldgevoel vanwege de slechte gezondheid en vroege dood van zijn moeder, en een grote drang om te presteren en iets te maken van zijn leven.
Louwe Huizenga werd een bekende Groninger, maar is uit het collectieve geheugen verdwenen. Zijn carrière was kort maar hevig: tweeënhalf jaar na zijn opzienbarende entree in de atletiek, verliet de in onmin geraakte Huizenga gedesillusioneerd de sport. Hij raakte verbitterd en gefrustreerd, en maakte in zijn verdere leven niet altijd de beste keuzes.
Je kunt je afvragen of Hardloper Huizenga wel een sportboek is. Ja, het gaat over de wedstrijden, de records en de tijden. Maar het boek geeft ook een beeld van de stad en de provincie Groningen tijdens de Eerste Wereldoorlog, een tijd van paardentrams en stoomtreinen. En het schetst vooral een prachtig, menselijk en gelaagd portret van een excentrieke en eigenwijze man die onwaarschijnlijk hard kon lopen.
Als het dan toch een sportboek is, is het er een dat ook lezenswaardig is voor mensen die niet van sport houden. Want uiteindelijk gaat het vooral over een man die graag de beste wilde zijn, die bijna al zijn wedstrijden won, maar van zichzelf verloor.
Marjolein te Winkel
Job van Schaik Hardloper Huizenga – Het verhaal van een vergeten wonderatleet. L.J. Veen, Amsterdam.
Kijktip
Overigens, op diezelfde Spelen van Sydney 2000 won springruiter Jeroen Dubbeldam een gouden medaille met zijn paard De Sjiem. Aan die medaille gaat een onwaarschijnlijk mooi verhaal vooraf waarover een fantastische Andere Tijden Sport is gemaakt. Kijken kan nog steeds: https://nos.nl/video/397891-ats-een-schimmel-van-goud.
De literaire sportzomer
Het WK voetbal, de Tour de France, Wimbledon, EK atletiek, WK roeien: deze zomer hoeft de sportkijker zich geen seconde te vervelen. Om helemaal in de stemming te komen en ons niet alleen blind te staren op wat er gaande is op het scherm en in de media, duikt Tzum als vanouds de boeken in. Onze schrijvers lezen de beste biografieën van sporters, vergeten geschiedenissen, jubelverhalen en zwarte bladzijden over de grootste en kleine sporten. Niet voor niets bestaat sport in ons collectieve geheugen vooral bij de gratie van de verhalen die verteld worden, lang nadat het stof is neergedaald.
(Foto: Pot, Harry / Anefo, Nationaal Archief, CC0)
