Podcast: Adriaan van Dis reageert niet op kritiek op zijn roman ‘Het doet me heel veel, maar ik ga er niet op in!’
Ook Van Dis Ongefilterd is terug van vakantie. Van Dis is verbaasd over de mensen die reageren op de moeilijke woorden die ze bij Zomergasten hoorden. ‘Gebenedijd, ze verstonden zeker de benen wijd.’ Het gesprek komt dan even op de kritiek die onder meer geleverd werd door Parool-columniste Sylvia Witteman op de roman Alles voor de reis. Maar ook Marja Pruis had zo haar vraagtekens.
Simon Dikker Hupkes: Nou was het in veel opzichten een hete zomer, maar er is ook veel te doen geweest over jouw boek. Er zijn een aantal columns verschenen over Alles voor de reis; zijn we de vorige keren niet uitgebreid op ingegaan, maar ik wilde even vragen…
Adriaan van Dis: Dat gaan we nu ook weer niet, maar ik heb er wel iets over te zeggen.
Simon Dikker Hupkes: Wat wil je erover zeggen?
Adriaan van Dis: Ik heb een roman geschreven. Ik durf zelfs te zeggen: een literair werk. En ik heb een muur opgetrokken tussen mijn roman en de werkelijkheid. En die muur staat er en die laat ik staan! Het is als een, ja zou je kunnen zeggen, een glazen wand, die op het toneel staat tussen publiek en spelers. En andere mensen die over die muur willen kijken en me iets naar me toeroepen: dat kan allemaal, dat mogen ze doen en het doet me heel veel, maar ik ga er niet op in. En ik ga me ook niet verdedigen. Meer wil ik er niet over zeggen. Wel dat ik een prachtig essay las van Bas Heijne en die zegt dat het een vreemde neiging is om kunst met een moreel oordeel te benaderen. Hij zegt: klopt het, deugt het, mag het? Hij noemt het een vrij achterlijke en ook luie opvatting over wat kunst is. Een kunstwerk is geen geschiedenisles of een cursus maatschappijleer en al helemaal geen tribunaal.

Als je er niet op in wilt gaan, ga er dan niet op in. En als je je niet tegen de kritiek wilt verdedigen, doe dat dan ook niet. Het is weer typisch Van Dis: welbespraakt, maar vlees noch vis.
Als je de discussie in het licht van Merlijns ‘Vorm of Vent’- vraagstelling beziet en je kiest voor de vorm en niet voor de vent, dan kies je voor de roman als autonoom kunstwerk en heb je verder wat de auteur betreft geen poot om op te staan.
Nog even als aanvulling: het gaat hier dus om een literair dilemma waar de auteur zich te allen tijde achter kan verschuilen.
Bij Van Dis vervagen de grenslijnen tussen objectiviteit en subjectiviteit. Hij zuigt je min of meer mee om positie te kiezen, het is een indringende autobiografie, maar de vraag is of het literatuur is. Hij heeft zijn hoofd kokketerend op het hakblok gelegd, dat getuigt wel van moed maar niet van smaak.
Wat is het nu eigenlijk voor roman, dat ‘Alles voor de reis’? In de VK lees je in een recensie dat het een autobiografische roman is, een sleutelroman zelfs. De auteur geeft de personen een andere naam of een ander uiterlijk. Ingewijde lezers herkennen de echte personen door speciale aanwijzingen, de ‘sleutel’. Echte personen lijken fictief, het gaat om het verhullen en onthullen van geheimen. ‘Max Havelaar’ van Multatuli is een mooi voorbeeld van een sleutelroman. Maar ‘Alles voor de reis’ haalt het natuurlijk niet bij het literaire niveau van de ‘Max Havelaar’. Het is een vertelling, inderdaad een indringend autobiografisch verhaal, maar zeker geen literatuur. Daarvoor is het stilistisch ook te beperkt. Leg er maar eens een roman van de bekende Deense auteur Gröndahl naast die ook een meester is in het schrijven vanuit een vrouwelijk perspectief om complexe psychologische thema’s, relaties en innerlijke twijfels invoelbaar te maken. Daar haalt ‘Alles voor de reis’ het niet bij. Dan denk ik eerder aan het kassucces van ‘Komt een vrouw bij de dokter’ van Kluun waarbij het vooral gaat om het met rode oortjes consumeren van intimiteiten ed. Enfin. Om met Martin Brfl te spreken. Van Dis heeft zijn hoofd inderdaad koketterend op het hakblok gelegd in afwachting van een laatste oordeel. Ook gij, Brutus!