Ze voert niks uit. Ze is altijd aan het lezen

Kun je als je ooit gezwommen hebt, nog verdrinken? Of anders gezegd: kun je als je ooit een geletterd mens was, terugkeren naar de staat van analfabetisme? Op het eerste gezicht ben je geneigd nee te zeggen, maar Ágota Kristóf (1935-2022), die als 21-jarige na de mislukte Hongaarse Opstand in 1956 met haar man en babydochtertje via Oostenrijk naar Zwitserland vluchtte, biedt een andere kijk op dit dilemma. In De analfabete, een kleine memoir, waarin het lezen en schrijven centraal staat, herinnert ze zich haar totale ontreddering in een andere taal en cultuur terecht te zijn gekomen.

Het enigszins aan het buitengewoon lastige Fins verwante Hongaars is natuurlijk niet een taal, die het je gemakkelijk maakt om snel over te stappen op een andere, in haar geval het Frans. Toch kreeg ze ermee te maken na haar vlucht voor de Sovjets, die de Hongaren voor even weer in het communistische gareel dwongen.

De analfabete begint met haar vroegste herinneringen, toen ze als vierjarige al de grote behoefte voelde alles te lezen wat er op haar pad kwam. Trotse ouders, verbaasde familie en vrienden waren haar deel. Toch was er in het destijds straatarme Hongarije ook een andere kant:

Behalve de trots van mijn grootvader levert mijn leesziekte mij vooral verwijten en minachting op:

‘Ze voert niks uit. Ze is altijd aan het lezen.’

Toch blijkt haar lees- en schrijfbehoefte op latere leeftijd veelvuldig haar redding. Eerst bedenkt ze rare en soms onware verhalen, die anderen tot wanhoop brengen, later in een streng internaat helpt het haar te overleven in de strijd tegen de uitzichtloosheid. Ze schrijft een dagboek, verdient een centje bij met het schrijven van voorstellingen en krijgt al een breder begrip van hoe de wereld elders er uitziet. Ook al werd er in de bekrompen communistische invloedssfeer gerept van ‘vijandtalen’ als het om het Westen ging, toch kon het verplichte Russisch haar, maar ook haar docenten niet bekoren. De laatsten, die eerder Duits, Frans en Engels onderwezen, moesten opeens Russisch gaan geven, zonder er veel van te weten.

Kristóf maakte het mee en verwerkte het in deze kleine memoir, die niet alleen inzicht verschaft in haar verleden, maar evengoed in dat van vluchtelingen elders en in andere tijden. Vluchten betekent aanzienlijk meer dan fysiek ergens anders moeten gaan leven, het raakt je misschien nog wel dieper door het verlies van je eigen taal en cultuur. Zeker als je een geletterd mens bent.

Veelzeggend over de impulsieve gedachten van menigeen bij vluchtverhalen, is Kristófs eigen reactie op een krantenartikel waarin sprake is van een Turks kind dat van kou en uitputting is gestorven terwijl zijn ouders met hem clandestien de Zwitserse grens overstaken. Pas na haar eerste ingeving dat je zoiets toch niet kunt doen met een jong kind, herinnert ze zich weer ten volle haar eigen verleden. En de ronduit warme ontvangst in Oostenrijk en later Zwitserland.

Ook kreeg ze daar snel werk, in een uurwerkfabriek natuurlijk, maar haar taal is er niet te vinden, ze is er als twintiger analfabete geworden. Ze ervaart het als een woestijn tot ze de taal weer inzet, ze gedichten gaat schrijven en Frans leren op alle manieren die denkbaar zijn. Op haar 26ste volgt ze een zomercursus Frans voor beginners aan de Universiteit van Neuchâtel, waar al snel wordt opgemerkt dat ze al lang geen beginner meer is.

Ze gaat daarna eenvoudige toneelstukken schrijven voor kinderen, later voor de radio en de toneelschool. Pas na verloop van tijd krijgen uitgevers belangstelling voor haar werk, dat vaak autobiografisch van aard is en niet zelden gericht op thema’s als verlies van identiteit en eenzaamheid.

Zelfs na haar eerste literaire successen blijft ze zich verloren voelen, aangezien het Frans nooit haar eigen taal zou kunnen worden. Het geeft op fijnzinnige, indirecte manier maar toch heel precies aan hoe ingrijpend vluchten is: het gedwongen loslaten van jezelf om een ander te worden, zonder dat doel ooit te kunnen bereiken.

André Keikes

Ágota Kristóf – De analfabete. Vertaald door Henne van der Kooy. Das Mag Uitgevers, Amsterdam. 80 blz. Softcover € 19,99, hardcover € 35.