Hardlopen is als schrijven

Hoewel ik geen officiële statistieken paraat heb, zijn er volgens mij weinig succesvolle schrijvers die zelf actief sporten. David Foster Wallace was een fanatiek tennisser, Jack Kerouac een football-player, Samuel Beckett cricketer en Agatha Christie stond graag op de surfplank(!). Ergens verwondert dit gebrekkige dwarsverband misschien niet: de hele dag achter je bureau zitten om met taal en fantasie een meesterwerk te scheppen, lijkt iets heel anders dan je eindeloos rot rennen of allerlei tactische maneuvers uit te voeren met een bal. Wie het hier beslist mee oneens is, is een van de bekendste schrijvers ter wereld, en tevens zeer bedreven langeafstandsloper: de Japanner Haruki Murakami.

In What I Talk About When I Talk About Running probeert de auteur van megasellers als Norwegian Wood en 1Q84 woorden te vinden om te beschrijven wat hij vrijwel dagelijks doet: hardlopen. Het boek bestaat uit een tiental hoofdstukken die over de loop van een aantal jaar zijn geschreven en vaak gecentreerd zijn rondom een centrale gebeurtenis, bijvoorbeeld Murakami’s deelname of minutieuze voorbereiding van een marathon. In die stukken beschrijft hij gedetailleerd hoe zijn dag eruitziet, het verloop van trainingen en vooral zijn gedachten over het hardlopen en alles wat daaraan raakt, wat in zijn geval nogal uiteenlopende onderwerpen zijn. Een eerste opvallende constatering is alvast dat Murakami zich zelden kan herinneren waar hij aan dacht tijdens het urenlange lopen, en eigenlijk tot de conclusie komt dat het aantrekkelijke van sporten het gebrek aan denken is. Zodoende vormen de fysieke inspanningen ook een perfecte tegenhanger van de intellectuele activiteit waar hij eveneens veel tijd aan spendeert, namelijk schrijven.

Toch zoekt Murakami aan het begin van het boek vooral naar de overeenkomsten tussen zijn twee voornaamste bezigheden. Zo stelt hij dat zowel fanatiek sporten als schrijven een enorme mate van discipline vergt: je moet de nodige uren en meters maken, ook als je eens geen tijd of zin hebt. Hij deelt de positieve levensles dat je nooit de redenen moet opsommen waarom je niet hoeft te sporten (of schrijven), maar alleen de reden waarom het wel goed zou zijn. Wanneer je dan eenmaal bezig bent, voelt het eigenlijk altijd fijn om te sporten of schrijven, en kom je al snel in een state of mind waarbij dat het enige is dat ertoe doet. Daarnaast beschouwt Murakami het schrijven en (solo) sporten als iets waarbij je bij uitstek jezelf uitdaagt om continu te presteren en jezelf te verbeteren. Dat is dan ook waar je uiteindelijk de bevrediging uithaalt: iets presteren wat je eerst niet lukte, maar dankzij veel training, toewijding en doorzettingsvermogen uiteindelijk wel rendeert. Het fysieke aspect, de vermoeidheid en roes die je tijdens intensief sporten kunt ervaren weet hij sterk invoelbaar te maken, evenals de invloed van de weersomstandigheden.

Naast de uitdagingen weet Murakami ook inzichtelijk te maken wat de mooie kanten zijn van het verwoede trainen. Hij beschrijft levendig en sfeervol hoe zijn jaloersmakende omgeving, variërend van de kust van Hawaii, de heuvels van Tokyo of langs de rivieren van New England, hem in de vroege ochtend tegemoet lacht terwijl hij zijn dagelijkse kilometers maakt. Verwacht geen uitgebreide natuurbeschrijvingen, maar wel fijne observaties over wat je aantreft als je urenlang rent. Aardig zijn de bespiegelingen over de vaste sporters die hij regelmatig tegenkomt en met wie hij amicale begroetingen uitwisselt, maar zelden een praatje maakt: variërend van energieke en vrolijke studenten met dansende paardenstaarten tot zwoegende ouderen. Murakami is ook een fervent tegenstander van gezamenlijk sporten: het gaat hem om de persoonlijke focus en het nauwgezet volgen van je eigen ritme en tempo. Bovendien luistert hij vaak naar muziek tijdens het lopen, en als ware liefhebber deelt hij enthousiast zijn tips voor de beste soundtracks voor diverse soorten trainingen, variërend van jazz tot klassieke rock.

Een bijzonder verhaal in de bundel is wanneer Murakami, dan nog geen marathonloper, door een tijdschrift wordt uitgenodigd om de originele marathon in Griekenland te lopen. Hij zegt enthousiast toe en reist in de zomer naar het middellandse zeegebied, waar hij na een reeks schrijversoptredens bij het krieken van de dag nieuwe schoenen aantrekt en de stofwolken van de metropool achter zich laat om door het Griekse heuvelland naar de beroemde kustplaats te rennen. De fotograaf/begeleider die meerijdt in een auto om de trip vast te leggen gaat ervan uit dat hij er na enkele kilometers mee zal stoppen (zoals meerdere celebrities hebben gedaan, zonder dat hiervan gewag wordt gemaakt in de artikelen), maar Murakami is vastbesloten om de volledige 42,195 km rennend te voltooien, ook al gaat hij onderweg kapot van de hitte en komt hij na verloop van tijd nauwelijks meer vooruit. Zoals veel fanatieke sporters beredeneert Murakami dat zijn pijngrens vrij hoog ligt en dat hij niet geprogrammeerd is om rationele keuzes te maken, waardoor hij zichzelf soms vergaloppeert. Hij weet de euforie die indaalt na de finish ook mooi te beschrijven, waarbij de voornaamste beloning een koud biertje is, en dat er nu even niet meer gerend hoeft te worden.

Aangezien de stukken in het boek vrij chronologisch het (sportieve) leven van de auteur beschrijven, komt hij tegen het einde onvermijdelijk op het punt dat hij niet meer zo snel en makkelijk loopt als voorheen. Dit is de aanleiding voor allerlei bespiegelingen over het ouder worden en de acceptatie daarvan, zonder overigens dat dit zwaar of vervelend wordt. Murakami probeert nieuwe en realistische doelen te stellen, en baalt vervolgens alsnog dat deze niet meer zo ambitieus zijn als hij zou willen. Boeiend is de parallel die hij met het schrijven van romans maakt, dat ook daar de angst bestaat dat je nooit meer je vroegere successen en het onbevangen schrijven zult evenaren, zelfs als je zoveel lof krijgt en vaste lezers hebt als Murakami. Als hij ook nog eens te maken krijgt met allerlei fysieke problemen in aanloop naar de marathon van New York krijgt het boek wel iets van een lichte klaagzang, maar ook deze kant van het sporten hoort er natuurlijk bij. De zelfkritiek die de schrijver en sporter aan de dag legt zijn herkenbaar, en het is voor hem vooral de kunst om te blijven genieten van het vele trainen. Hij doet dit uiteindelijk door zich in andere disciplines te begeven: van kortere afstanden met meer snelheid tot het afleggen van triatlons. Dat laatste brengt allerlei grappige observaties over fietsen als sport met zich mee, iets wat Murakami aanzienlijk minder bevalt dan hardlopen.

Hoofdzakelijk is What I Talk About When I Talk About Running geen ‘algemeen’ boek over sporten, maar vooral een memoire van Murakami. Je leert hem goed kennen als auteur, nog beter als sporter, en misschien wel het best als mens. Zijn karakter en leefstijl zullen niet voor iedereen weggelegd zijn, maar maken het wel mogelijk om naast het schrijven van populaire boeken ook nog eens een begenadigd hardloper te zijn: dingen waar veel mensen naar streven, maar lang niet altijd in slagen. Je zult in dit boek niet de geheime sleutel of gouden tip vinden, maar wel veel herkenbaarheid en vermakelijke observaties, of je nu schrijver, sporter, of stiekem zelfs allebei bent.

Willem Goedhart

Haruki Murakami – What I Talk About When I Talk About Running. Penguin / Vintage, Dublin. 180 blz. € 14,95.
Haruki Murakami – Waarover ik praat als ik over hardlopen praat. Vertaald door Luk Van Haute. Atlas Contact, Amsterdam. 208 blz. € 18,99.

De literaire sportzomer
Het WK voetbal, de Tour de France, Wimbledon, EK atletiek, WK roeien: deze zomer hoeft de sportkijker zich geen seconde te vervelen. Om helemaal in de stemming te komen en ons niet alleen blind te staren op wat er gaande is op het scherm en in de media, duikt Tzum als vanouds de boeken in. Onze schrijvers lezen de beste biografieën van sporters, vergeten geschiedenissen, jubelverhalen en zwarte bladzijden over de grootste en kleine sporten. Niet voor niets bestaat sport in ons collectieve geheugen vooral bij de gratie van de verhalen die verteld worden, lang nadat het stof is neergedaald. Je vindt alle afleveringen hier.

(foto: Beeldbank De Boer, Noord-Hollands Archief, CC0)