All we gotta do is surrender

Niemand kende The Waterboys. Zo gaat het met roem. Een jonge collega zocht op Spotify The whole of the moon op. Geen herkenning. ‘En halverwege is er een pauze van 25 minuten, waarschijnlijk vanwege de leeftijd van de bandleden,’ hoor ik mezelf babbelen. De collega’s lachen. Terwijl ik denk, verschrikkelijk. Men wenst me veel plezier vanavond.

Goede vriend G. wacht voor de ingang van AFAS Live. ‘Ik vroeg me al af of het goed was gegaan met de tickets,’ zegt hij als ik hem vertel over het moeizame proces van downloaden van de Ticketmaster-app, waardoor R. (ik had hem bij het proces zogezegd betrokken) en ik het eerste deel van de B&B vol liefde-reünie misten. Vroeger kreeg je je tickets gewoon in je mail, printen – klaar. Ik zeg het niet, maar denk het wel. Voor het huren van een kluisje blijkt de telefoon met bank-app ook onmisbaar.

The Waterboys is een mannenband. De gemiddelde leeftijd ligt hoog. ‘We zijn hier verkeerd,’ hoor ik een zestiger tegen een vriend zeggen. ‘Er zijn alleen maar oude mensen.’ Bij de pispotten gaat het ook moeizaam. Geen vrolijk gekletter, wel dunne, hortende straaltjes, lang afslaan tegen het nadruppelen.

‘Over een jaar weet niemand meer waar je het over hebt als je spreekt over Fred, Caroline, Thomas, Nisha Tara, Paul, Eline, Timothy, Mireille of Iris. Maria Dermoût kent ook niemand meer,’  vertel ik G. We zitten op gereserveerde stoelen. Nou ja, de stoelen zijn door anderen gereserveerd. Tot die mensen er zijn, kunnen wij er rustig zitten met onze koffie. ‘Ik hield vorige week over haar een praatje voor een Nederlands en Indisch publiek en had het over het beroemde boek De tienduizend dingen. Toen een internationale bestseller. Nu geen enkele herkenning. Bij niemand.’ Oppassen om niet te vervallen in mijn eigen riedeltje. Literatuur is een niche in een niche. Komt literatuur als vraag in een quiz dan weet je meteen dat de kandidaten het antwoord niet kennen et cetera.
‘Echt iets Nederlands. In Frankrijk of Portugal is dat wel anders,’ zei Gerry van der Linden laatst tegen me.
Daar komen de mannen al die de zitplaatsen hebben gereserveerd. Joviaal. Nee, begrijpelijk dat jullie toch ook even wilden zitten.
‘De hoge leeftijd is ook herkenbaar aan de telefoon,’ zegt G. als we naar voren lopen. ‘Let maar op. De meeste telefoons die straks de lucht in gaan om te filmen of fotograferen zitten in een hoesje, dat hangt er dan als een slap vleugeltje onder.’  Hij heeft gelijk.

Het is mijn derde The Waterboys-concert. De eerste keer begin jaren negentig. ‘Hij is in een goede stemming,’ zegt een man naast G. over zanger Mike Scott. A girl called Johnny is net gespeeld. Nooit stilgestaan bij een pesthumeur van de zanger.
Als The pan within klinkt, denk ik weer aan De tienduizend dingen. Pan is alles. Mens, natuur, geschiedenis en de objecten om ons heen, zelfs het lege koffiebekertje in mijn hand, alles is onlosmakelijk met elkaar verbonden, is betekenisvol, dat was Dermoûts vanuit het taoïsme geïnspireerde levensfilosofie. Je kunt niet anders dan je aan het leven over te geven. De viool springt op. De drummer lijkt geïnspireerder, de zanger ook en de menigte van oude, buikige witte mensen beweegt mee in het voortstuwende ritme van de muziek.

Come with me
On a journey under the skin

Rechts van mij, G. en links voor me, opeens, een jongen in een leren zwarte jas, smalle heupen, biertje in zijn hand, Indisch, zwart haar,  jeugdige trekken. De God Pan is in ons midden. ‘All we gotta do is surrender,’ zingt Scott. Pan heft zijn arm, strijdbaar in deze wildernis aan geluid. Scott herhaalt surrender, en nog een keer surrender. Ik zou het Pan willen zeggen, hoe alles met elkaar verbonden is, oud en jong, we net als de seizoenen inwisselbaar zijn, dat we alleen vanuit zo’n houding iets kunnen verbeteren in de wereld, het klimaat, de oorlogen, maar het valt de vrouw naast me al op dat ik met de prietpraat in mijn hoofd meer oog voor hem heb gekregen dan voor wat er op het podium gebeurt. Herpak me. Overgave? Zo makkelijk geef ik de controle niet op.

‘Er komen nog drie nummers,’ zegt ze even later.
‘U hebt de setlist óók bekeken?’
Nee, zo makkelijk geef ik de controle niet op.
Ze schreeuwt in mijn oor: ‘Mijn man en ik gaan op vakantie naar Albanië, maar als ik dit hoor wil ik naar Ierland, ondanks dat The Waterboys ergens anders vandaan komen, begrijp je?’

In de geest van Scott en Dermoût begrijp ik haar.

Eric de Rooij