Recensie: Charlotte Delbo – Niemand van ons zal terugkeren
Klokken van glas
Hoe kun je waardig schrijven over mensonterende oorlogsmisdaden? Na mijn essay ‘De kracht en het manco van de karikatuur’ kreeg ik van verschillende mensen boekentips. Een daarvan was Aucun de nous ne reviendra van Charlotte Delbo (in het Nederlands vertaald door Katelijne De Vuyst als Niemand van ons zal terugkeren). Ik had nog niet eerder van haar gehoord en was benieuwd, omdat haar werk vergeten is en pas nu weer wat meer in de belangstelling komt te staan. Die aandacht is meer dan terecht, want haar boek is een onmisbare stem in de oorlogsliteratuur.
Ik heb het boek gelezen in de oorspronkelijke taal, het Frans. Delbo was een Franse verzetsstrijdster die in 1943 gedeporteerd werd naar Auschwitz-Birkenau en in 1944 naar Ravensbrück, waar ze in 1945 werd bevrijd. Delbo’s stem is nauwelijks te vergelijken met die van bijvoorbeeld Primo Levi, G.L. Durlacher, Elie Wiesel, Robert Antelme of József Debreczeni. Hun getuigenissen zijn voor het grootste deel feitelijk als nauwgezette verslagen. Durlacher heeft zich duidelijk uitgesproken tegen al te ‘literair’ schrijven over zulke gebeurtenissen, omdat je daarmee de blik op de geschiedenis zou vertroebelen. Maak je er met literaire middelen een drama van, dan zou je bijna vergeten dat er ook zonder die literaire middelen al sprake was van een gruwelijk drama. Ik begrijp dat standpunt en die nauwgezetheid van Durlacher wel, gezien zijn eigen oorlogservaringen.
Delbo is veel meer dan bovengenoemde auteurs een dichter, die wel degelijk literaire middelen inzet. Toch doet zij dat op zo briljante wijze dat het getuigenverslag dat eronder ligt, juist haarscherp wordt blootgelegd. Heel langzaam, zin voor zin en dan weer woord voor woord ben ik door de tekst geschuifeld, heb ieder woord omgedraaid en van alle kanten bekeken. Ik wilde juist het Frans lezen, om zo dicht mogelijk bij haar eigen stem te blijven zonder dat ik in mijn eigen taal zou wegdrijven, en ik was verbijsterd door de eenvoud ervan, zo helder als glas. Waarin schuilt de kracht van haar verslag?
Haar werk is fragmentarisch. Ze heeft momenten geselecteerd uit de kampervaringen en die legt ze bij wijze van spreken onder een loep. Ze zoomt in op de mensen, op de blik in hun ogen en hun perspectief, en zet volop de herhaling in. Herhaling is een stijlfiguur, maar als er één stijlfiguur past bij de gruwelijke werkelijkheid van het concentratiekamp, dan is het de herhaling:
Il y a des gens qui arrivent. Il cherchent des yeux dans la foule de ceux qui attendant ceux qui les attendent. Ils les embrassent et ils disent qu’ils sont fatigués du voyage.
I y a les gens qui partent. Ils disent au revoir à ceux qui ne partent pas et ils embrassent les enfants.
Il y a une rue pour les gens qui arrivent et une rue pour les gens qui partent.
Naast de herhaling valt de tegenstelling op tussen de mensen die aankomen en de mensen die vertrekken. Heel subtiel komen de verschillen los uit het beeld. Omdat Delbo het zo simpel houdt, is de situatie niet mis te verstaan. Tegelijkertijd klinkt in haar stijl die van Prediker door: er is een tijd om te komen en een tijd om te gaan, waardoor de tragiek geborgd wordt in de geschiedenis van de mens.
Het is niet alleen een kwestie van inzoomen, maar ook van het weglaten van alle overtollige informatie. Ze focust op de essentie: het afscheid van dierbaren, de pijn van het eindeloze wachten in de kou, in de sneeuw, in dezelfde houding. Juist door de herhaling van zinnen en woorden, dringt de kou door tot op het bot en je krijgt enig besef van de tijd die het geduurd moet hebben dat de vrouwen daar stonden.
Ook de dwangarbeid die ze moesten uitvoeren, ondervoed, slecht gekleed, soms op blote voeten in de sneeuw, wordt op dezelfde wijze beschreven, in feite heel nauwgezet, namelijk iedere handeling opnieuw en opnieuw en opnieuw. Ondertussen vallen er vrouwen neer, maar de handelingen gaan door, terwijl de vrouwen daar liggen. Je kunt dat cyclische schrijven literair noemen, maar in dit geval betreft het de keiharde werkelijkheid.
Ze laat de lezer voelen hoe een dag als een jaar kan zijn en ook daarmee hanteert ze een principe uit de Bijbel, want voor God is een dag als duizend jaar. Daarmee neemt ze de hele schepping mee in deze geschiedenis van ondergang en dat doet ze glashelder met een messcherpe pen. Tussen de fragmenten door vind je korte dialogen, als een soort ‘ready-mades’, maar ook de constatering dat we tweeduizend jaar hebben gehuild om iemand die drie dagen aan een kruis heeft geleden om daarna weer op te staan en de vraag direct daaropvolgend of we ook hebben gehuild om de ontelbaren die meer dan driehonderd dagen en nachten pijn hebben geleden om nooit meer op te staan.
Lezers, lees Delbo in het Frans of in vertaling en zie – docenten Frans, laat leerlingen Delbo lezen en laat zien! – hoe deze vakvrouw stijlmiddelen inzet, niet om de geschiedenis te verbloemen, of te verzachten, maar om deze te openbaren aan alle generaties na haar en dan kan deze stem niet anders dan blijven klinken als klokken van glas tegen het onderdrukken en uitroeien van de medemens.
Dietske Geerlings
Charlotte Delbo – Aucun de nous ne reviendra. Les éditions de minuit. 1970/2018. 192 blz.
Charlotte Delbo – Niemand van ons zal terugkeren. Vertaald door Katelijne De Vuyst. Met een voorwoord van Arnon Grunberg. Meulenhoff, Amsterdam. 288 blz. € 25,-.
