Als gezien worden niet genoeg is

In Sterf, slet! van Jasmien Vandermeeren is liefde geen veilige haven, maar een voortdurende onderhandeling over nabijheid, erkenning en bestaansrecht. Haar naamloze hoofdpersonage, een datingcolumniste die naar Tsjechië vertrekt om op een villa te passen, zegt haar geliefde Samuel de afstand te gunnen waar hij om vraagt. In werkelijkheid is die afstand voor haar nauwelijks uit te houden. Hoe verder hij zich terugtrekt, hoe harder zij probeert de band te herstellen. Het verhaal ontwikkelt zich tot een indringende analyse van de mechanismen achter ‘people pleasing’ en verlatingsangst.

Vandermeeren maakt van haar personage geen sympathieke heldin die gaandeweg inzichten verwerft; ze is ijdel, onzeker, obsessief, seksueel uitgesproken, rancuneus en soms ronduit vermoeiend. Maar dat maakt haar interessant. Haar verlangen om begeerd en bevestigd te worden is niet simpelweg een karaktertrek, maar een overlevingsstrategie die zich in vrijwel iedere relatie manifesteert. Ze probeert te anticiperen op de behoeften van anderen, conflicten te vermijden en zichzelf zo te gedragen dat niemand een reden heeft om haar te verlaten. Het paradoxale resultaat is dat ze steeds verder van zichzelf verwijderd raakt.

Daarmee raakt de roman aan het begrip fawning: een traumarespons waarbij iemand zichzelf wegcijfert om gevaar, afwijzing of conflict te voorkomen. Vandermeeren behandelt dat niet als een psychologisch etiket dat het gedrag van haar personage eenvoudig verklaart. Integendeel: ze laat zien hoe verleidelijk zo’n verklaring kan zijn. De vertelster grijpt gretig naar diagnoses, therapietaal en psychologische concepten om grip te krijgen op haar eigen gedrag en dat van anderen. Maar kennis van een patroon betekent nog niet dat je eraan kunt ontsnappen. Ze weet vaak precies wat er met haar gebeurt en doet het vervolgens toch.

Dat maakt vooral haar relatie met Samuel schrijnend. Terwijl hij zich emotioneel onttrekt, probeert zij zichzelf voortdurend te overtuigen dat ze vooral niet te veel moet zijn: niet te behoeftig, niet te boos, niet te onzeker. Ze speelt de onafhankelijke vrouw, ondertussen verteerd door de angst hem kwijt te raken.

Sterk is dat Vandermeeren weigert de dynamiek volledig te reduceren tot een slachtoffer-daderverhaal. De relatie tussen de personages wordt bepaald door individuele slechtheid, maar net zozeer door de manieren waarop verschillende vormen van onveiligheid elkaar versterken. Dat neemt de verantwoordelijkheid van Samuel niet weg, want zijn afstandelijkheid en vernederende gedrag zijn moeilijk te vergoelijken, maar verheldert waarom vertelster zich hardnekkig aan de relatie vastklampt. Ze probeert niet alleen Samuel vast te houden, maar ook haar eigen waarde te behouden.

Buiten de relatie wordt dat patroon uitvergroot. Haar hoofdredacteur ontdekt dat haar seksualiteit en imago uitstekend verkoopbaar zijn en maakt van haar lichaam en privéleven een publiek spektakel. De online bedreigingen die daarop volgen, verbinden het persoonlijke met een bredere maatschappelijke problematiek: een vrouw die zich seksueel vrij presenteert, kan tegelijk worden uitgenodigd én afgestraft om precies die openheid. Haar omgeving lijkt haar telkens opnieuw te vertellen dat alles afhangt van hoe anderen haar bekijken.

Daartegenover staat Jorinde, haar rationele vriendin, die haar aanspoort om grenzen te trekken. Maar ook dat blijkt geen eenvoudige oplossing. Grenzen stellen is immers niet slechts een kwestie van begrijpen dat je grenzen hebt. Voor iemand die zijn identiteit grotendeels heeft opgebouwd rond het tevreden houden van anderen, kan een grens bijna aanvoelen als een vorm van agressie. Vandermeeren laat overtuigend zien hoe diep dat mechanisme kan zitten.

De vorm van de roman sluit daar op aan. De gedachten van de vertelster bewegen associatief en ongeremd van het ene onderwerp naar het andere. Herinneringen, seksuele fantasieën, zelfanalyses, angsten en observaties buitelen over elkaar heen. Soms is dat uitputtend, maar juist die uitputting heeft een functie. De lezer krijgt nauwelijks de afstand die de hoofdpersoon zich niet kan gunnen. Waar een conventionele verteller haar innerlijke chaos zou ordenen, laat Vandermeeren die chaos bestaan.

Dat levert een uitgesproken stijl op: direct, vulgair waar nodig, geestig en zonder veel behoefte aan literaire elegantie. De roman wil niet mooi zijn wanneer mooiheid de ervaring zou verzachten. Humor is daarbij essentieel. Zelfspot en absurdisme voorkomen dat de psychologische intensiteit omslaat in louter zwaarte. Je kunt medelijden hebben met de vertelster en haar gedrag nochtans nauwelijks verdragen. Die ambivalentie maakt haar geloofwaardig.

Sterf, slet! – hoe provocatief de titel ook klinkt – gaat minder over seks dan over de vraag wat er overblijft van een mens die voortdurend bemind wil worden. De roman laat zien dat people pleasing niet noodzakelijk voortkomt uit vriendelijkheid, maar ook uit angst: de angst dat authenticiteit een te hoge prijs heeft en liefde alleen beschikbaar blijft zolang je jezelf aanpast.

Daarom is dit een opmerkelijk debuut. Vandermeeren sluit de lezer op in een bewustzijn waar verlangen, angst en zelfbedrog voortdurend door elkaar lopen. De roman is niet altijd aangenaam, maar wel moeilijk van je af te schudden. Want onder alle chaos en humor schuilt een ongemakkelijke waarheid: wie voortdurend poogt te voldoen aan het beeld dat anderen van je hebben, loopt het risico uiteindelijk zelf niet meer te weten wie hij is. Sterf, slet! laat die verdwijntruc pijnlijk dichtbij komen.

Anna Husson

Jasmien Vandermeeren – Sterf, slet!. Borgerhoff & Lamberigts, Gent. 256 blz. € 22,99.