Held in hoofdstukken: 51 Édouard Louis – Ze hebben mijn vader vermoord | Mannelijkheid als vonnis
Ze hebben mijn vader vermoord | Mannelijkheid als vonnis
De jonge Eddy Bellegueule groeide op in het noorden van Frankrijk, in een postindustriële, verpauperde regio. Hij werd er ontelbare keren blootgesteld aan homofobie, op straat en thuis; het was één van de redenen voor zijn ‘vlucht’ en voor de breuk met zijn wortels en familie.
Qui a tué mon père speelt zich jaren later af, als er een einde is gekomen aan de lange stilte tussen vader en zoon. Vader Louis is een gebroken man. Door een ongeval op het werk is hij arbeidsongeschikt geraakt. Hij slijt zijn dagen in een miserabele flat, in een kleine stad die al op bladzijde 4 wordt omschreven als ‘laide et grise’. Het boek gaat over de pogingen van vader en zoon Louis om weer een werkbare vader/zoon-relatie op te bouwen.
Alsof hij dat plan alle kansen wil geven, vermeldt Louis weliswaar al zijn pijn van toen, maar zonder haar in het brandpunt te plaatsen: de aandacht gaat dit keer de pijn van de vader. Trouwens, dat Édouard geen afrekening in gedachten had blijkt uit meerdere passages waarin hij zegt dat zijn vader geen slecht mens is. De man is door zijn eigen vader vaak geslagen en heeft daar de juiste lessen uit getrokken: ‘tu répétais obsessionnellement que tu ne serais jamais violent, que tu ne frapperais jamais aucun de tes enfants, tu nous disais: Je ne poserai jamais la main sur un de mes enfants, jamais de ma vie.’ (Mijn vrije vertaling: ‘Je herhaalde obsessief dat je nooit geweld zou gebruiken, dat je nooit een van je kinderen zou slaan. Je zei tegen ons: “Ik zal nooit een hand opheffen naar een van mijn kinderen, nooit van mijn leven.”’)
Kijk, dít is nu eens echt een trauma
Niettemin valt er veel te herstellen, want vader Louis had sterke ideeën over mannelijkheid. Vanuit die overtuigingen kón hij het gedrag van zijn zoontje gewoon niet goedkeuren. Louis schrijft: ‘Depuis ma naissance je t’avais vu mépriser tous les signes de féminité chez un homme, je t’avais entendu dire qu’un homme ne devait jamais se comporter comme une femme, jamais.’ (‘Sinds mijn geboorte heb ik je alle tekenen van vrouwelijkheid bij een man zien verachten en je horen zeggen dat een man zich nooit als een vrouw mag gedragen, nooit.’)
Niets is belangrijker voor vader Louis dan een man zijn, dan je nooit te gedragen als een vrouw. Als het duidelijk wordt dat zijn zoon op mannen valt, neemt hij geleidelijk steeds meer afstand, zijn zoon eerst weg- en ten slotte uitstotend. Édouard is erbij als zijn vader op café verkondigt dat hij liever een andere zoon had gehad.
De regels van de kunst van het man-zijn
Ondanks al die oude pijn onderneemt de auteur een poging om te begrijpen wat zijn vader bezielde. Hoe zat dat nu exact met zijn overtuigingen over mannelijkheid? De zoon Louis brengt alle regeltjes, aanbevelingen en verboden bij elkaar, en probeert ze in elkaar te puzzelen tot een samenhangend wereldbeeld.
Ik pik er één uit: een echte man doet op school zijn best niet.
Deze regel lijkt banaal, weinig meer dan plat machismo. Maar kijk ook naar de machinerie erachter, zegt de auteur: een vlijtige scholier onderwerpt zich in feite aan het schoolsysteem, terwijl een echte man juist uit principe ingaat tegen elke vorm van autoriteit.
Alleen meisjes en zwakkelingen (lees: homo’s) kiezen voor onderwerping. En man-zijn, dat is ‘ne pas se comporter comme une fille, ne pas être un pédé’. (‘Je niet gedragen als een meisje, geen flikker zijn.’)
Allerminst een banale regel dus, en al evenmin banaal zijn de gevolgen: vader Louis volgde geen hogere studies, die hem nochtans een ander leven, een andere toekomst hadden kunnen bieden. ‘La masculinité t’a condamné a la pauvreté,’ concludeert de zoon. (‘Je mannelijkheid heeft je veroordeeld tot de armoede.’)
Een te star idee van mannelijkheid helpt je niet vooruit? Ik zie op sociale media véél mensen die daarvan op de hoogte gebracht zouden moeten worden.
Mark Cloostermans
Volgende aflevering:
Dimitri Verhulst en Édouard Louis: zo dichtbij, zo veraf
(Qui a tué mon père, Édouard Louis, 4/4)
