Held in hoofdstukken: 49 Édouard Louis – Ze hebben mijn vader vermoord | The making of een fenomeen
Ze hebben mijn vader vermoord | The making of een fenomeen
Édouard Louis is een schrijver. Geboren in Frankrijk in 1992. Heeft een diploma Sociologie op zak. Homoseksueel.
Hij is geen straf om naar te kijken. Een loepzuiver gevalletje van nomen est omen, want Édouard Louis is een nom de plume: ’s mans echte naam is Eddy Bellegueule, ‘mooie smoel’.
Tegelijk is Édouard Louis een fenomeen. Van bij zijn debuut is hij door de literaire wereld in Frankrijk, België, Nederland, Engeland en ettelijke andere buitenlanden op het schild gehesen. Louis liet voor het eerst van zich horen in 2014, met de slanke roman En finir avec Eddy Bellegueule. Weg met Eddy Bellegueule werd gevolgd door zes al even weinig volumineuze romannetjes, stuk voor stuk bejubeld, bekroond, bewerkt tot theatervoorstelling, vertaald, verfilmd, kortom: met open armen verwelkomd.
Het betere herkauwwerk
Geconfronteerd met het fenomeen-Louis zullen achterdochtige mensen (en trouwens ook slechte mensen, zoals ik) zich afvragen of al die honneurs niet wat overdreven zijn. Zó bijzonder is dat oeuvre toch ook weer niet?
In wezen wordt hier iedere keer hetzelfde verteld, telkens met een lichtjes andere focus. Louis heeft het verhaal van zijn familie eerst vanuit zijn eigen perspectief verteld (En finir avec Eddy Bellegueule), daarna vanuit dat van zijn vader (Qui a tué mon père), dat van zijn moeder (Monique s’évade) en meest recent dat van zijn broer (L’effondrement). De basisgegevens zijn altijd dezelfde, net als de maatschappijkritiek die nadrukkelijk in al zijn boeken zit: Frankrijk is een klassenmaatschappij die mensen opsluit in hun klasse en het beklimmen van de maatschappelijke ladder actief tegenwerkt.
Heb ik een probleem met die boodschap? Welnee. Alleen is ze al eerder onder woorden gebracht, met name in <Retour à Reims, een roman van de Franse schrijver, filosoof en historicus Didier Eribon. Ook Terug naar Reims is autobiografisch, gaat over opgroeien als homoseksueel in een achtergesteld milieu, en leidt tot dezelfde socio-politieke conclusies.
Het is gemeen maar niet helemaal onjuist om te zeggen dat Édouard Louis Didier Eribon heeft herkauwd, en nu al ettelijke boeken lang zichzelf herkauwt.
De literaire wereld als megafoon
Louis’ succes is een toepassing van de wet van vraag en aanbod, maar dan toegepast op de wereld van de literatuur. Die wordt gedomineerd door mensen uit de middenklasse. Makers en publiek lijken sterk op elkaar, dus eender welk talent uit een ander milieu, bijvoorbeeld uit de arbeidersklasse, zal haast automatisch opgemerkt en gewaardeerd worden.
Daar is niets mis mee. De literaire wereld is er zich van bewust dat ze bepaald geen dwarsdoorsnede van de samenleving is, en stelt zich daarom nadrukkelijk open voor nieuwe stemmen. Stemmen die kunnen vertellen over een realiteit die de middenklasse vreemd is. Deze nieuwelingen worden vervolgens vastberaden naar voren geschoven: ze komen aan het woord op tv, staan op elk podium in het licht van de schijnwerpers, er wordt naar hen geluisterd, altijd worden ze au sérieux genomen.
Op haar beste momenten functioneert de literaire wereld als een megafoon voor stemmen uit de marge.
Mocht ik beroepsmatig met leesbevordering bezig zijn, ik zou dit gegeven eens lekker in de verf zetten: lezen en literatuur zijn niet elitair, maar juist egalitair. Het is een kunstvorm die stem geeft aan wie door de mainstream over het hoofd wordt gezien.
Saai, literatuur? Rot toch op, man: literatuur is permanente strijd!
Mark Cloostermans
Volgende aflevering:
Meer over de literaire wereld als megafoon
(Qui a tué mon père, Édouard Louis, 2/4)
