Recensie: Frank Noë – Luca
De volgende recensie komt uit 2006.
Luca en het verleden
Je leest wel eens, vooral in stukjes van niet-romanschrijvers, dat schrijvers meer zouden moeten aansluiten bij actuele gebeurtenissen. Men zou zich meer met ‘straatrumoer’ moeten inlaten. Het is dan natuurlijk de bedoeling dat je als schrijver een ‘opinie’ toevoegt aan het koor van opinies dat dag in dag uit vanuit kranten en weekbladen op ons afgalmt. Vrijheid van meningsuiting blijkt namelijk vooral neer te komen op steeds dezelfde meningsuiting, maar dan in een ander jasje. Van mij mag een roman ook over helemaal niks gaan en geen enkele mening
bevatten. Een mooie roman schrijven, dat lijkt mij eerlijk gezegd altijd nog het hoogste.
Maar goed, Frank Noë bouwde zijn nieuwe roman ‘Luca’ rond een actuele gebeurtenis. Achterin voegt hij de bijpassende krantenberichten toe. Op een dag niet lang geleden werd op het Centraal Station in Amsterdam een jongetje van ongeveer zes jaar gevonden. Hij had een briefje bij zich waarin de vinder in gebrekkig Nederlands werd gevraagd goed voor hem te zorgen. Om zijn nek droeg hij een plaatje met daarop het woord Luca.
Noë bedacht hier een verhaal omheen. Justin neemt het jongetje mee naar huis. Waarom weet hij niet precies, maar hij is wel met zijn vriendin Dana verwikkeld in een debat over het hebben van kinderen. Hun relatie is verstoord. Bovendien worstelt Justin nog steeds met de dood van zijn vader die alweer lang geleden bij een auto-ongeluk om het leven kwam. Of was het zelfmoord? Ook zijn zusje heeft het er nog moeilijk mee, zij en haar man zijn betrokken bij bouwfraude. We maken eveneens kennis met Winnie, Justins moeder, die na de dood van haar man een relatie met Paul kreeg. Ineens maakt hij het uit.
Wanneer ik zo de hoofdingrediënten op een rijtje zet, besef ik dat die Luca al snel niet meer erg belangrijk is binnen het verhaal. Hij zet de andere figuren aan tot nadenken, dat is zo ongeveer zijn rol. Want het ging Noë in hoofdzaak om de vraag hoe een Nederlandse familie gebeurtenissen uit het verleden probeert te verwerken.
Luca is een katalysator in deze roman, niet de hoofdpersoon, dat zijn de andere figuren. Dat vond ik jammer. Van mij had de schrijver wel een spannend verhaal rondom Luca mogen bedenken, iets met de maffia, of een geheimzinnige sekte uit Mongolië, en later blijkt dit jongetje de lang verwachte nieuwe Dalai Lama te zijn. Ik lees te veel slechte boeken, dat geef ik toe, maar nu is Luca alleen een intrigerend ventje, dat wel, temidden van een familie met problemen.
Noë slaagt er beslist in die familie geloofwaardig neer te zetten, hij gooit het niet op grootscheepse dramatiek, maar werkt met verfijnde, kleine waarnemingen, die af en toe ook verregaand sentimenteel zijn. Maar dat hoeft geen bezwaar te zijn. Soms kan hij het niet laten formuleringen te gebruiken die je vooral in melodramatische romans tegenkomt. Dan staat er: ‘Hij was een sensitieve, geduldige minnaar, met een hard verlangen naar haar lichaam.’ Te veel abstractie, te weinig actie, zal ik maar zeggen. Maar subtiliteit blijft toch overheersen.
Kees ’t Hart
Frank Noë – Luca. Querido, Amsterdam. 194 blz. € 17,95.
Deze recensie verscheen voor het eerst in de Leeuwarder Courant op 8 december 2006.
