Held in hoofdstukken: 24 Willem Frederik Hermans – Nooit meer slapen | De held met de duizend gezichten
Bij het herlezen van Nooit meer slapen werd ik onverwacht getroffen door een herinnering aan een ander boek.
Opeens was ik weer zestien jaar oud. Ik zat in de schoolbus en las De held met de duizend gezichten van Joseph Campbell. Een half uurtje ’s morgens en in de namiddag, op weg terug naar het huis, nog eens dertig minuten. Vastgelijmd aan dat boek was ik. Het voelde alsof er een wereld voor me openging.
Joseph Campbell (1904-1987) had talent voor de “grote greep”, voor het samenbrengen van heel veel gegevens in één alles-overspannende theorie. Dat kan fascinerende lectuur opleveren (zoals Yuval Noah Harari recent nog bewees), zolang je maar bereid bent om de auteur te vergeven voor de ontelbare bochten die hij onderweg afsnijdt.
Campbell was literatuurwetenschapper, met een specialisatie in vergelijkende mythologie. Nadat hij zich een slag in de rondte gelezen had, opperde hij dat mythen en legenden opvallend vaak dezelfde elementen bevatten, ook als ze voortkomen uit culturen die nooit contact met elkaar onderhielden. Die verhalen werden verzonnen en doorverteld door volkeren die op duizenden kilometers afstand van elkaar leefden. Voor Campbell waren die gelijkenissen zowat de kern van de mensheid: datgene wat wij allemaal, waar we ook geboren zijn, delen.
Eén van de terugkerende elementen die Campbell uit zijn corpus van wereldwijde mythologie lichtte verwierf internationale bekendheid: het Avontuur van de Held, ook wel de Hero’s Journey en de Monomythe genoemd. De held met de duizend gezichten (1949), Campbells hoofdwerk, bevat een haarfijne, heel gedetailleerde beschrijving, maar ik beperk me tot de hoofdlijnen: vertrek, initiatie, terugkeer.
De Hero’s Journey
Het verhaal begint als de held zijn gemeenschap verlaat en de wijde wereld in trekt. Soms doet hij dat om een concreet kwaad te bestrijden, soms ook zonder vastomlijnd doel. Hoe dan ook zal de held voor hete vuren komen te staan. Op zijn weg vindt hij meestal een machtige vaderfiguur en een vrouw die zal proberen hem op het slechte pad te krijgen. Zijn deze obstakels overwonnen, dan verschijnt er een andere vrouw. De held wordt reddeloos verliefd op haar, en die liefde wordt beantwoord.
De derde fase, ‘terugkeer’, is pretty much what it says on the box: de held, door zijn overwinning overladen met roem en in het gezelschap van zijn toekomstige vrouw, keert terug naar het dorp – maar nadrukkelijk niet naar zijn oude positie daar. Door de ervaringen die hij opdeed heeft hij nu meer te bieden dan vroeger. Hij neemt daarom een nieuwe rol in de gemeenschap op zich.
De Hero’s Journey is het verhaal van Odysseus, Gilgamesh, Siddhartha Gautama (de Boeddha), van de Noorse held Sigurd en de Bijbelfiguur Mozes. De structuur is tot op vandaag terug te vinden in zowel high als low culture: je vindt het patroon in zowel 2001: A space odyssey als in Star Wars. The Lord of the Rings: idem. De Harry Potter-cyclus: idem. De jacht op het verloren schaap van bestsellerauteur Haruki Murakami: idem. En ja, Nooit meer slapen: idem.
Ab Visser, die de roman in 1966 recenseerde, zat op het juiste spoor. Hij noemde Nooit meer slapen een ‘avonturenroman’, een ‘glorified jongensboek’ en een ‘veredelde padvindersroman’. We vinden de Hero’s Journey vooral terug in de populaire cultuur, in epische verhalen over queesten – het is dus niet vreemd dat Visser de link legde met entertainment-fictie. Zou hij ook gemerkt hebben dat WFH de theorieën van Joseph Campbell zowel naar zijn hand als in hun hemd zette? Hij laat Alfred de gebruikelijke etappes van de Hero’s Journey aandoen, maar staat hem niet toe om onderweg een held te worden.
Vertrek, initiatie, terugkeer. Vertrek is makkelijk: Alfred trekt de wijde wereld in om zich daar te bewijzen, om de overstap te maken van student naar wetenschapper.
Initiatie veronderstelt de blootstelling aan een gevaar. Check: WFH is bepaald niet krenterig met de obstakels die hij op Alfreds pad aanbrengt. De natuur zelf is een vorm van agressie, zoals we lezen in zinnen als deze: ‘De zon, rood opblikkerend in het water, duwt licht en hitte naar ons toe als met een bulldozer.’
Daarnaast vindt er in de initiatie-fase meestal een confrontatie plaats met een vaderfiguur. Check: ook op dit vlak houdt WFH zich niet in. In hoofdstuk 13 maakt WFH tussen neus en lippen melding van ‘vaderboeken’, en hij definieert ze als: ‘de boeken die gelijk hebben, de boeken die de waarheid bevatten’. Ja, over de vaders in Nooit meer slapen valt veel te zeggen.
Mark Cloostermans
Volgende aflevering:
Hoe Alfred Issendorf zijn vaders achterliet in de wildernis
(Nooit meer slapen, Willem Frederik Hermans, 3/4)
In ‘Held in hoofdstukken’ gaat Mark Cloostermans in literaire werken op zoek naar constructieve, niet-toxische opvattingen over mannelijkheid. De bespreking van een boek wordt telkens over drie à vier afleveringen gespreid.
Boekenlinks:
- Willem Frederik Hermans, Nooit meer slapen
- Joseph Campbell, De held met de duizend gezichten
- Yuval Noah Harari, Sapiens
- Mark Cloostermans, Alleen de duivel heeft een plan
- Mark Cloostermans en Chrétien Breukers, De man die van vrouwen hield: Georges Simenon in 27 romans
