Dada

Deze zomer was ik op de plek waar het dadaïsme ontstond: Cabaret Voltaire in Zürich. Precies 101 jaar later – timing is alles – stonden reisgenoot Corrie en ik in de bovenzaal, het cafégedeelte, dat ooit die wonderbaarlijke kunststroming voortbracht. Midden in de Eerste Wereldoorlog experimenteerden dichters en schilders met hun werk, vaak absurd in een hen omringende absurde Europese werkelijkheid. Deze zomer was de zaal leeg en lagen de flessen absint niet voor het grijpen. Op de trap ernaartoe stonden uitgebreide beschrijvingen over deze historische plek. Geen nette tekstborden, want dat zou te burgerlijk en te museaal zijn, maar bewust nonchalante plakkaten. We wandelden tussen de lege cafétafeltjes door. Het café wordt tegenwoordig gebruikt voor optredens, al kun je de ruimte ook afhuren voor seminars of ‘einen innovativen Produktelaunch’ al denk ik niet dat de nieuwe iPhone ooit in zo’n alternatieve omgeving gepresenteerd zal worden. Er was weinig authentieks over, er hingen wat foto’s aan de muur die we kenden uit de naslagwerken. Hier en daar wat nagemaakte collages. De mensen zorgen voor de magie, de plek is inwisselbaar. De lampen op het kleine podium, de ‘Instant Bühne’, kon je zelf aan- en uitzetten. Reisgenoot Corrie speelde uit haar hoofd een pianostuk dat ze als kind had ingestudeerd. Het geheugen zat in haar vingers. Heel even kwam de ruimte tot leven.

Zondag was ik samen met de schilder, de dichter en de redactrice in het Kröller-Müller Museum op de Veluwe om een tentoonstelling over Hans Arp te bekijken. Arp was een van die kunstenaars die in Zürich aanwezig was bij die eerste Dada-bijeenkomsten. Wat een mooi overzicht had moeten zijn van zijn schilderijen, beeldhouwwerken en collages werd verpest door de enorme bruine platen waaraan ze opgehangen waren met lompe kubussen van driedubbel glas ervoor. Je keek naar de abstracte kunstwerken met wolkachtige vormen alsof ze waren opgesloten in doorzichtige lijkkisten. Alle lichtheid was verdwenen. Twee gangen verder kon je me je neus op een Van Gogh staan, maar hier werd je vakkundig op afstand gehouden. Toch mooi dat je binnen twee maanden zowel in de kraamkamer als de sterfkamer van een stroming kunt staan.

Coen Peppelenbos

(foto boven: © CP / foto Arp in kubus: © Jan Glas)

Deze column stond eerder in Leeuwarder Courant en het Dagblad van het Noorden op 16 september 2017.

Reacties