‘Honing, gouden amberdraad… Ach, vloei vrij!’

Hoe neem je afscheid van de vrouw uit wie je bent voortgekomen, van wie de vermoeide ledematen, stijf van de artrose, bedekt met littekens, een leven lang, dag in dag uit, gezorgd en de boel draaiende gehouden hebben? Het einde van de bijen van Caroline Lamarche, prachtig vertaald door Katelijne De Vuyst, is een indrukwekkende, maar ook ontroerende ode aan de koningin der bijen: de moeder.

De bij staat natuurlijk bekend om haar nimmer aflatende ijver. In Het einde van de bijen symboliseert zij dan ook de generatie vrouwen die altijd hard heeft gewerkt in de opvoeding van de kinderen en het huishouden, zonder daarvoor voldoende respect te krijgen. Op een dag droomt de vertelster dat haar uitgeputte moeder voor het raam staat. Zij herkent in haar droom het verlangen om elkaar terug te vinden. Zo komt het verhaal over haar moeder op gang. Deze moeder was vaak ruw, maar dat kwam door alle onbenullige, repetitieve handelingen die zij iedere dag moest verrichten. Ironisch genoeg was moeder juist in haar verzorging van de bijenkorven heel teder: ‘Als een marsvrouwtje omringd door een gonzend eskader gebruikte ze tedere gebaren die we niet gewend waren van haar, die zo ruw omsprong met borstels, pannen, bestek en emmers. De huishouding was oorlog, maar als ze voor de bijen zorgde, gedroeg ze zich omzichtig als een ontmijner.’

Haar moeder deed vaak nogal wat stevige uitspraken: ‘Gelukkige verjaardag, het sneeuwde toen je geboren werd en (lach) je was een lastig kind.’ De vertelster moest daar dan maar mee leven. De moeder duldde weinig tegenspraak. Het is de vraag of de vertelster welkom was met allerlei levensvragen. Zo had ze een minnaar, maar haar moeder wist het niet, of wilde het niet weten. Vanuit het niets kon de moeder dan ineens zeggen dat ze voor hypocrisie was en niet voor echtscheidingen, of dat een overspelige man normaal was en een overspelige vrouw degoutant.

Nu haar moeder al bijna de honderd jaar heeft bereikt, borrelen er soms geheimen op van zestig jaar geleden. Zo vertelt de moeder dat ze in de huwelijksnacht verbijsterd was, omdat ze de geliefde van overdag niet kon rijmen met de waanzinnige van ’s nachts, dat ze daarom zelfs voor even haar trouwring had afgedaan, tot ze de volgende ochtend praktisch dacht aan de dure huwelijksreceptie, de vreugde van de familie en de eventuele kinderen die nog zouden komen, en de ring maar weer om haar vinger had geschoven. De volgende nacht begon de ellende opnieuw. Daarna had ze gezwegen. Heel even moest ik hier denken aan het kille geweld waaraan de hoofdpersoon uit Lamarches andere werk, Nacht op klaarlichte dag, zich tot driemaal toe vrijwillig overgeeft. De ene vrouw ondergaat de waanzin onder stil protest, de ander zoekt deze zelfs actief op. Wat zegt dit over Lamarches vrouwen?

De moeder koestert de hoop om, net als haar man, in haar slaap aan hartfalen te kunnen sterven, in haar eigen huis. Vlak voordat moment lijkt aangebroken, komt de ik bij haar langs en zitten moeder en dochter even samen in de zon:

En ook het moment was zacht, op een manier die ik nooit had gekend, niet in mijn bestaan als dochter van een moeder die weinig van tederheid moest hebben. Op elk grassprietje streek een tastbare goedheid neer, op elke steen, elk twijgje dat baadde in de laatste zon die haar stramme handen streelde en de mijne, roerloos zoals ik die gefocust was op dit wonder waarop niets in mijn leven me had voorbereid: vrede tussen ons, geen hervonden, maar een gevonden vrede, eindelijk gevonden. Ze werd misschien veroorzaakt door de broosheid van moeder onder deze pure, ondanks het seizoen genadige lucht, zodat haar gebruikelijke verdedigingsmechanismen waren afgezwakt […].

En zo beleeft de ik een ultiem moment van verzoening. Als zij weggaat, verwacht zij dat haar moeder die nacht zal overlijden, maar diezelfde nacht brengt haar broer zijn moeder naar het ziekenhuis waarin ze een pacemaker krijgt, waarmee ze nog zeker tien jaar vooruit kan! De vertelster wordt woest op haar broer, die haar op zijn beurt vraagt of ze haar moeder dan wil vermoorden. Zij verzwijgt het bijzondere moment dat ze met haar moeder heeft beleefd. Daarna volgen nog vele bezoeken aan haar moeder, die – nog altijd thuiswonend – steeds hulpbehoevender wordt. Ze is bijna blind en luistert de hele dag naar luisterboeken. En dan komt het moment dat het niet langer gaat en moeder zelf besluit om naar een verzorgingshuis te gaan, hoe erg ze dat ook vindt. Op dat moment weet ze nog niet dat corona ervoor gaat zorgen dat de vrijwillige ballingschap een eenzaam levenseinde zal betekenen.

Zo richt Lamarche een bijzonder teder monument op voor de moeder, vol fijnzinnige observaties, filosofische gedachten over familierelaties, maar ook over de ethiek van chirurgische ingrepen bij ouderen en andere maatschappelijke vraagstukken. Als een bij blijft het kleinood nazoemen in je hoofd en dat komt niet alleen door de talloze scherpe steekjes die de angel van Lamarches pen uitdeelt, maar vooral ook door de rijke honing die daaruit vloeit.

Dietske Geerlings

Caroline Lamarche – Het einde van de bijen. Vertaald door Katelijne De Vuyst. Vleugels, Bleiswijk. 144 blz. € 26,90.

Te koop bij de betere boekhandel of direct bij de uitgever.

0