De Dorstige Hond

Niemand leest het werk van Harriët Freezer meer. Haar boeken liggen niet meer in de winkel en alleen bewoners van de paar straten die in Nederland naar haar genoemd zijn, zullen haar naam kennen. Heel lang reikte het blad Opzij nog de Harriët Freezer-ring uit aan mensen of instellingen die actief voor de vrouwenbeweging waren geweest, maar ook dat behoort al lang tot het verleden. Ooit was dat anders. Harriët Freezer (1911-1977) was destijds heel bekend als journalist en activist voor het feminisme. Zo behoorde ze in 1968 tot de oprichters van Man Vrouw Maatschappij, een van de eerste emancipatiebewegingen in Nederland. Ze heeft onnoemelijk veel geschreven, vooral journalistieke stukken. Ze hanteerde een lichte toon, waardoor haar publicaties heel toegankelijk waren. Juist dat ze ‘gewoon’ schreef, is haar fataal geworden, literair werd ze door autoriteiten als Gerard Knuvelder te licht bevonden. Volgens hem miste het werk van Freezer het ‘beeldende en het menselijke’ dat teksten van bijvoorbeeld Carmiggelt wel kenmerkte. Ook haar ‘zinsbouw’ zou stilistisch niet ‘zeer persoonlijk’ zijn. Wel moest hij toegeven dat zij in ‘een meer gesloten verhaal’ wel ‘sfeer en gestalten’ kon scheppen. Haar artikelen werden verzameld in bundels met spitse titels als Wat doen we met moeder met de feestdagen? en Wat doe je? O niks (over huisvrouwen). Ze was in 1948 weliswaar gedebuteerd  met de roman Raadsels in Randerveen maar veel proza van langere adem heeft ze niet gepubliceerd. Een gelukkige uitzondering hierop vormt de detective Moorddadige Meimaand. Dit boek verscheen in 1955 als ‘boek van de maand’ bij uitgeverij Bruna. In deze serie verscheen (volgens de uitgever) ‘de beste ontspanningslectuur uit binnen- en buitenland.’

Moorddadige Meimaand behoort tot het genre van de puzzeldetective, in de roman worden twee moorden opgelost. Ondanks het gejeremieer van Knuvelder is het boek uiterst onderhoudend. Freezer laat in dit boek zien dat ze heel goed een intrige kan opbouwen en geloofwaardige karakters kan verzinnen. In tegenstelling tot de boeken rond inspecteur Lund van Willy Corsari gebruikt Harriët Freezer twee amateursspeurders als hoofdpersonen. Het gaat om de studievrienden Sam Fruin en Nicolaas Deering. De plot draait om de verdwijning van een derde studiegenoot, Gerard Brandel. Het boek speelt zich grotendeels af op de Veluwe, in het dorp Eerde. Hier heeft Brandel zich gevestigd in een landhuis met de naam De Hoge Berg. In het verhaal zijn alle ingrediënten aanwezig die bij het genre horen, zoals een dorpscafé (met de naam De Dorstige Hond), verarmde adel, ondoorgrondelijk dorpsbewoners, zenuwachtige bedienden en politiemannen die zichzelf heel serieus nemen. Harriët Freezer is heel goed in het uitzetten van valse sporen. Incidenten die in eerste instantie heel belangrijk lijken te zijn, blijken later maar details binnen het grote geheel en doen helemaal niet ter zake.

Als Sam Fruin op bezoek gaat bij Brandel vindt hij op het terras een man, waarvan de schedel is ingeslagen. In paniek maakt Sam zich uit de voeten. Als hij later – samen met Nicolaas – terugkomt, vindt hij niets, zelfs geen bloedsporen. Patricia, de vrouw van Brandel en een aantal gasten die bij hem logeren houden vol dat er niets aan de hand is, Brandel is gewoon op reis. Nicolaas is journalist en altijd op zoek naar kopij. Hij begint samen met Sam een zoektocht naar de verdwenen Brandel, waarbij zij door bijna iedereen worden tegengewerkt.

Het was een machteloos gevoel voor Nicolaas om de verdachte rondsluiper kalm weg te zien gaan na nog een paar vriendelijke woorden van Pat; maar hij besefte voldoende dat de positie van Sam en hem, zolang er niets werkelijks ontdekt was, precair zou blijven.

In deze fase van het verhaal, waarin er feitelijk nog niets aan de hand lijkt, neemt Freezer de ruimte om de figuren rond Brandel uit te werken en de onderlinge verhoudingen te beschrijven. Ze geeft daarbij extra veel aandacht aan het uiterlijk van haar figuren.

Jacob Verdurmen, de waard van de Dorstige Hond, was een slungelige man zowel van ledematen als van gezicht. Zijn armen en benen zaten wat slonzig aan zijn lichaam bevestigd, alsof ze aan touwtjes hingen en in zijn gezicht bengelden dikke wenkbrauwen over diepliggende donkere ogen, terwijl een platte neus met dikke neusvleugels en een grote slappe mond het gezicht nogal slordig afmaakten. Een kin was niet aanwezig, tenminste niet noemenswaard.

Brandel is getrouwd met de Engelse Patricia, een mooie vrouw die tijdens haar huwelijk helemaal gedesillusioneerd is geraakt. Sam heeft haar vroeger voor zijn studiegenoot gewaarschuwd. Inmiddels is hij zelf onder de indruk geraakt van Mathilde, een jonge vrouw die hij in De Dorstige Hond heeft ontmoet. Sam Fruin werkt overigens in Amerika en is een paar weken met vakantie in Nederland.
Een gezichtje als een bloem had hij tegen Nicolaas gezegd, en dan had ze nog; alleen was de veldbloem nu een kasbloem, bijna een kunstbloem geworden. In dit Holland waar het gebrek aan opmaak hem telkens weer als een slordigheid gehinderd had, gaf haar zware make-up hem een onbehagelijke gevoel. Of was het niet de make-up die haar schoonheid bedierf?  Ze bevochtigde haastig de hartvormig gelakte mond onder zijn blik, en opeens wist hij wat hem stoorde. De kleine Mathilde  met de spottende ogen en de bruine haren, die verre van een schoonheid was, was volkomen rustig en ontspannen; terwijl Pat één bundel zenuwen leek, één en al gespannenheid en onrust.

Freezer heeft een goed oog voor excentrieke mensen, zoals de oude freule, die een obsessie voor rauwkost heeft.

‘Ik geloof in rauwkost,’ zei tante ferm. ‘Trouwens ik zou er niet buiten kunnen als neutralisatiemiddel voor nicotine, ik rook nogal zwaar. Probeert u deze wortelen en radijsjes eens, meneer Deering, u hebt een stadskleur, vitaminen komen we de hele winter al tekort, en hier hebt u vitamine A en in dit gistproduct B en dan C in de citroen en de tomaten, en hier…’ Ze keek zoekend rond over de tafel naar het verdere alfabet, maar Nicolaas onderbrak haar met wantrouwende blik op de natte kleurige boel.
‘Ik dank u werkelijk, ik ben een kleine eter. En bovendien geloof ik dat ik al een vitamineschok heb gehad.’

‘Wat, van die paar slablaadjes. Onzin.’

Pas op bladzijde 142 van de roman wordt het eerste lijk gevonden, maar de lezer verveelt zich tijdens deze lange aanloop geen moment. Na de vondst van de eerste dode komt de politie in actie. Gelukkig is de inspecteur ook weer een studievriend van de twee speurders, zodat ze eindelijk serieus genomen worden. De ontknoping van de intrige blijft tot het laatste spannend. De  lichte toon die Freezer ook in dit boek hanteert, wordt nergens flauw of melig. Naarmate het verhaal vordert en er daadwerkelijk een misdaad blijkt te zijn gepleegd gaat ze serieuzer schrijven.

Het is misschien niet heel erg dat dit onderhoudende boek helemaal uit beeld is verdwenen, maar jammer is het wel.

Doeke Sijens

Harriët Freezer – Moorddadige Meimaand. Utrecht, A.W. Bruna & Zoon, 1955, 246 blz. (Serie: Boek van de maand). De roman is nooit herdrukt en alleen nog antiquarisch te koop.
(Als iemand nog een mooi beeld heeft van het omslag dan houden we ons aanbevolen.)

Deze recensie is de vijfde in een serie over boeken die in 1955, dus zeventig jaar geleden, zijn verschenen.

(foto: Harriët Freezer bij de opname van Top of flop in 1963, Beeldbank De Boer, Noord-Hollands archief)