Hoe E. du Perron zijn boeken verslond

E. – Charles Edgar, Eddy – du Perron (1899-1940) was een belangrijk Nederlands schrijver, hoewel hij, zoals Reinder Storm opmerkt, ‘alles bij elkaar nog geen jaar in Nederland heeft gewoond’. Hij zegt dat in zijn ‘Dit is zéér belangrijk!’ De ‘bibliophielen-gevoeligheidjes’ van E. du Perron, een zeer amusant boekje dat onlangs in een oplage van 150 exemplaren verscheen bij Uitgeverij Fragment en intussen is uitverkocht. Dat betekent hoe dan ook dat in Nederland nog altijd minstens 150 mensen zijn geïnteresseerd in Du Perron en zijn werk.

Als schrijver is hij belangrijk door zijn roman Het land van herkomst (1935), als polemist door zijn Uren met Dirk Coster (1933), als biograaf door zijn De man van Lebak (1937) over Multatuli, als briefschrijver door zijn correspondentie met Menno ter Braak (in boekvorm verschenen 1962-1967) en de negendelige dundrukeditie Brieven (verschenen 1977-1990). Met Ter Braak was Du Perron oprichter van het gezaghebbende literaire tijdschrift Forum (1932-1935).

Zowel Ter Braak als Du Perron stierf op 14 mei 1940, de dag waarop Nederland capituleerde, Ter Braak door zelfmoord, Du Perron door hartfalen.

Du Perron was een verwoed lezer. Zijn boekencollectie is bewaard gebleven en sinds 2021 ondergebracht in de Universitaire Bibliotheek Leiden. Een en ander beslaat zo’n twintig strekkende meter. ‘Een en ander’ klinkt, als het om iemands bibliotheek gaat, misschien niet erg respectvol, alsof het een bij elkaar geraapt zootje betreft.

Eigenlijk is het nog veel erger dan dat. Reinder Storm spreekt in dit verband van ‘biblio-vandalisme’. Du Perron las zijn boeken niet alleen, hij versneed ze, verving stukken uit het ene boek door stukken uit het andere boek, liet ze alle in een onbeduidend grauw linnen bandje binden, paste paginacijfers aan, schreef met de hand nieuwe titelpagina’s of liet deze zetten in een lettertype dat niet overeenkwam met de overige tekst, soms ook met een onjuiste titel. Hij verslond boeken, maar dan op een andere manier dan recensenten bedoelen. Ook plakte hij er foto’s van de auteur in die hij bijvoorbeeld uit tijdschriften en… boeken knipte. Het mes waarmee hij zijn bibliotheek te lijf ging, is bewaard gebleven. 

Uit twee bundels Verzen van de dichter J.H. Leopold die in 1926 waren verschenen, samen goed voor 279 pagina’s, stelde Du Perron een eigen ‘bloemlezing’ samen die iets meer dan honderd pagina’s telt. De paginanummers kraste hij zorgvuldig weg.

Waarom deed hij dat? Reinder Storm: ‘Het is bekend dat men “alles” mag doen met een boek (zelfs lezen), maar toch komt vernielen, delen uitscheuren, uit verschillende onderdelen een nieuw boek samenstellen en dan uniform en onopvallend inbinden bijzonder weinig voor.’ Hij noemt een geval van een Reve-liefhebber die alle homo-erotsche fragmenten uit diens boeken verwijderde, maar ‘in zijn “vernielbibliofilie” ging Du Perron veel verder, omdat deze zijn gehele boekenbezit betrof: dat maakt zijn geval volstrekt uniek.’

Dat is waarschijnlijk ook de verklaring voor dit gedrag. Volgens Storm wilde Du Perron hierdoor ‘zijn boeken tot een volstrekt eigen domein maken, waar alleen hij toegang toe had, waar niemand anders dan hijzelf de weg wist, waar hij zelf alleen heer en meester kon zijn.’ Het effect is dat ‘identificatie van de verschillende onderdelen van sommige van Du Perrons boeken een bibliografische puzzel van de buitencategorie moet zijn’.

Frank van Dijl

Reinder Storm – ‘Dit is zéér belangrijk!’ De ‘bibliophielen-gevoeligheidjes’ van E. du Perron. Uitgeverij Fragment.