Wachten op sneeuw

Uitgerekend in deze zeldzame winter met vorst en vooral veel sneeuw, komt Jan Hertoghs’ themabundel Kind zonder winter uit met een mooie reeks korte stukken over het veelkantige fenomeen winter. Veelkantig, weet Hertoghs, dus echt niet alleen de veroorzaker van verkeersleed en hoesterigheid. De winter is heel goed ook te savoureren als een prachtig seizoen met een rijke geschiedenis.

Jan Hertoghs is journalist, publiceerde onder meer in Humo en De Morgen, en dateert van 1953. Vooral dat jaartal is niet onbelangrijk in dit verband, want wie toen geboren werd kan zich nog wel een aantal strenge winters herinneren. Van isolatie was destijds nog nauwelijks sprake, behalve dan wat krantenpapier in de kieren van het kozijn, en er groeiden nog ijsbloemen op de ramen.

Het moet deze bibberige romantiek zijn, die Hertoghs zijn voorliefde voor de echte winters heeft bezorgd. En dus ook zijn weemoed, aangezien ze zeldzaam zijn geworden. In zijn bundel schemert een jarenlange fascinatie door, want hij interesseerde zich duidelijk voor elk krantenbericht, boektitel of winterfenomeen (de Elfstedentocht) waarin het geliefde woord voorkomt. Vermakelijke stukken gaan onder meer over de levensverwachting van een sneeuwman en over de biografie van een vlok, die ‘je kan raken vanaf drieduizend meter’.

Maar de minder aangename kanten van kou en sneeuw worden niet verdoezeld, zoals in hoofdstukken over de sneeuwstorm van 1953 in de Belgische Oostkantons, mensonterende omstandigheden aan het front in Oekraïne en in concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Heel consequent in het verband van dit boek is Hertoghs’ keuze voor een sneeuwwitte openingspagina, met de uitleg: ‘Beginnen met een wit blad. In dit boek is het winter, volop winter’. Daarna legt hij uit dat het verdwijnen van sneeuw, ijs en kou hem aan het hart gaat. Hij noemt dit ‘winterverlies’. En winterkinderen werden daarmee winterweeskinderen. Tijd voor verzet, waarna hij de oprichting van een Winterfront overweegt, bestaande uit wintervrienden die in alle omstandigheden voor de winter zijn.

Het is natuurlijk slechts een gedachteoefening, want wat doe je er werkelijk aan? Je kunt je in ieder geval uitspreken tegen de eenzijdige perceptie dat de winter slechts narigheid brengt. Dit boek, Kind zonder winter dus, lijkt wel een eerste activiteit van het front in oprichting, want Hertoghs is niet over één nacht ijs gegaan, om een inkoppertje te gebruiken. In een kleine zestig column-achtige hoofdstukjes belicht hij, journalistiek toegankelijk, maar altijd met als extra de lichte poëzie, die het Vlaamse Nederlands zo aantrekkelijk maakt, heel uiteenlopende zaken dit jaargetijde betreffende.

Dat begint al met de liefdesverklaring, die dateert uit zijn schooljaren:

Als schoolkind wachtte ik elk jaar op sneeuw. Ook nog in het middelbaar, zeker nog in het middelbaar waar de dagen op het schoolhout langdradig waren. Liever het raam met de wolken dan de wand met het krijt.(…) Dat wachten hield ik vol tot halfweg mei, tot aan de ijsheiligen, dan nog hoopte ik op sneeuw. In de voorzomer op de nawinter hopen.

Maar hij stelt, dan weer prozaïsch met statistiek, vast dat er van de voorbije 25 winters 19 zacht waren, waarvan 9 zelfs buitengewoon zacht. Slechts 6 waren ‘normaal’ in de ogen van Hertoghs. Sinds de eeuwwisseling hadden we geen enkele koude, zeer koude of strenge winter meer. En daar zal die van dit jaar waarschijnlijk ook weinig aan kunnen veranderen. Met veel sneeuw, maar niet eens zo koud.

Misschien dat juist dit grote gemis Hertoghs heeft aangezet de oude winters te bezingen. De massa’s sneeuw van echte sneeuwlanden kunnen hem evenwel niet bekoren. Sneeuw- en ijsgenoegen bestaat bij Hertoghs duidelijk niet zonder veel hopen en afzien. Liever de wachtfolklore van de Friese Elfstedentocht, die nooit komt, dan het immer koude landschap van Spitsbergen:

Ik herken de winter en de sneeuw en het ijs, maar ze zijn er in zulke grote hoeveelheden dat ik terugdeins.

Het is haast vermakelijk, als je de ernst van de klimaatsituatie even parkeert, hoe Hertoghs zich kan ergeren aan ‘het vijanddenken tegen de winter’ en de eufemismen voor grote hitte. Dan is de ware wintervriend aan het woord, als een kattenmens over honden:

Het taalgebruik op zulke hittedagen is op zijn minst dubieus. Waarom spreken journalisten van een ‘warmterecord’ en niet van een ‘hitterecord’ als de temperatuur naar de veertig graden klimt? ‘Warmte’ klinkt nog mild en positief, veel minder hard dan hitte. Een een ‘record’ heeft de bijklank dat het na te streven is, dat het met wat moeite te bereiken is, dat het zelfs nog te verbeteren is.

Zeker voor wie de uitgangspunten en de voorliefde van Hertoghs delen, is Kind zonder winter een verzameling gedachten en ervaringen, die inderdaad weemoedig maken. Voor de anderen wellicht een eyeopener.

André Keikes

Jan Hertoghs – Kind zonder winter. TZARA / Standaard Uitgeverij, Antwerpen. 208 blz. € 22,99.