Man maakt stuk | Een fenomenale kont

Maurits de Bruijn brengt in Man maakt stuk twee onderwerpen ter tafel. Over mannen en territorialiteit hebben we het al gehad. Het tweede onderwerp is minder verrassend, maar het geeft het boek wel een aardige spanningsboog.
Dit is het punt: vrouwen weten dat mannen hen objectiveren. Hun lichaam wordt bekeken, beoordeeld, ingeschakeld in seksuele fantasieën. Dat is gewoon zo, dat is hoe de man naar de vrouw keek, kijkt en zal blijven kijken.
Mannen zijn het echter nog niet gewend dat zij aan diezelfde blik onderworpen worden. Het is één van de redenen voor homofobie: mannen willen niet met verlangen bekeken worden door andere mannen. Maar de homoseksueel is ook maar een man en heeft dus precies diezelfde objectiverende blik.
David, hoofdpersoon van Man maakt stuk, wordt dan wel half gék van de hangjongeren onder zijn erker, maar de rustverstoorders winden hem ook op. Eén van de jongens springt eruit. Hij draagt een rode trainingsbroek en heeft een fenomenale kont. ‘Romeo’, zoals David hem noemt, wordt onderdeel van zijn seksuele fantasieën.
En dan gebeurt er iets.
David worstelt al een tijdje met het kunstenaarsequivalent van een writer’s block. Hij heeft geen nieuwe ideeën en vreest dat zijn pas begonnen carrière alweer dead and buried is. Maar Romeo inspireert hem. Het ene na het andere schilderij ziet opeens het levenslicht. Op elk ervan zijn de hangjongens te zien in homo-erotische poses en situaties. Romeo, bijvoorbeeld, wordt op het doek ‘betrapt’ terwijl hij zijn anus vingert.
Ergens voelt David dat een grens overschreden wordt. De schilderijen zijn goed, dat weet hij, maar ook respectloos: ze nemen de mannelijkheid van de jongens op de korrel. Dat blijkt ook ontegensprekelijk uit de titels die David aan de schilderijen kiest: humoristische varianten op nummers van popmuzikanten die de jongens (met hun ‘gabbermuziek’) allicht niet lusten. ‘Unbreak my art’ is één van die titels. En ‘Can’t Get You Out of My Hood’ en ’I Wanna Prance with Somebody’, enzovoort.
Ongevaarlijke grapjes? Sure. Maar dan krijgt Davids galerist de schilderijen onder ogen. Tom ziet er (vanzelfsprekend) een kritiek op toxische mannelijkheid in: ‘De mannelijkheid die eindelijk wordt bevraagd, getart eigenlijk, dat is echt goed’. Hij stelt prompt voor om de werken te exposeren. Niet veel later hangt de buurt vol met posters waarop ‘Romeo’ zichzelf vingert. De wereld van de kunst en de leefwereld van Romeo en zijn vrienden zijn lichtjaren van elkaar verwijderd… maar nu is een botsing niet meer te voorkomen.

De elite, geen haar beter
Ik zei het al: als ik de rest van mijn leven geen boeken meer hoef te lezen over de wereld van de moderne kunst, zal ik met een glimlach op mijn sterfbed gaan liggen. Anderzijds, De Bruijn puurt uit dat milieu wel enkele erg grappige passages.
Uiteraard zoomt hij in op de hypocrisie van dat wereldje: in de kunstbranche zijn macho’s niet welkom. Hoogstens kun je machismo acteren, zoals de kunstenaar die zich altijd vertoont met een basketbalpet op en een gouden ketting om, als een wandelende parodie op het machismo.
Toch blijven mannen altijd mannen, ook in de verheven regionen van de kunst. David, die wat bijklust in een galerie, merkt het aan de conversaties die hij moet voeren met klanten. Mannen weten nooit goed wat te zeggen over een kunstwerk, totdat je hen een praktisch weetje aanreikt. De grootte of het gewicht van een kunstwerk, bijvoorbeeld, iets wat de mannelijke klant toestaat om een opmerking te maken als: ‘Zo, dat zullen ze wel naar binnen hebben moeten takelen’.
Het laat zich raden dat die mannen, met voldoende geld op de bank om kunst te kunnen aanschaffen, net zomin het onderwerp zouden willen zijn van een homo-erotisch schilderij. Op dat punt zijn ze geen haar beter dan Romeo en zijn vrienden.

Mark Cloostermans

Volgende aflevering:
Akelige vermoedens
(Man maakt stuk, Maurits de Bruijn, 4/4)

In ‘Held in hoofdstukken’ gaat Mark Cloostermans in literaire werken op zoek naar constructieve, niet-toxische opvattingen over mannelijkheid. De bespreking van een boek wordt telkens over drie à vier afleveringen gespreid.