Recensie: Walter van den Berg – Zanger Ronald zingt de blues
Onder de stolp
‘Mij pakken ze niet,’ is de eerste zin van de nieuwste roman van Walter van den Berg, Zanger Ronald zingt de blues. Het is een gedachte van hoofdpersonage Ron als hij de lijkkist van Gappie voorbij ziet komen. Hij vond Gappie een enorme flapdrol en is alleen maar naar de begrafenis gekomen om gezien te worden door maten uit de kroeg. Ron heeft helemaal geen zin in deze poppenkast en wil zo snel mogelijk weg. Hij wil naar Millie om haar te vertellen wat hij die ochtend in bijzijn van zijn broer Cor te horen heeft gekregen.
Maar Joop Vissekom blijft tegen hem aan leuteren. Joop wil samen een snel biertje in de buurt gaan drinken en Ron laat zich door hem meevoeren. Als ze in het busje van Joop wegrijden probeert Joop Ron aan het praten te krijgen. Ron heeft daar helemaal geen zin in, want Joop lult alles door: ‘Maar ik weet ook dat ie blijft zeiken tot ik wel iets zeg omdat het net een hongerige hond is die wacht tot ie een bak vreten krijgt en godallejezus hoe ben ik hier nu weer in verzeild geraakt?’
Wie eerder werk van Walter van den Berg gelezen heeft, herkent Ron als een oude bekende uit eerder werk. Ook nu gaapt er een groot gat tussen wat Ron wil en wat hij doet. Het liefste gaat hij naar zijn vriendin Millie, maar hij laat zich op deze dinsdagmiddag als een speelbal op sleeptouw nemen door Joop. In de eerste kroeg hebben ze een stug gesprek dat vaart krijgt vanaf het moment dat Ron de eerste woorden voor een liedje op papier schrijft. Het moet een Nederlandse variant worden op ‘Folsom Prison Blues’ van Johnny Cash.
Joop ziet grootse mogelijkheden en bombardeert zichzelf tot manager. Voor Ron er goed en wel over heeft nagedacht vertelt hij de grote rondbazuiner Joop dat hij K heeft en dat hij graag een reisje naar Spanje zou willen maken met zijn vriendin Millie. Joop bedenkt een benefietplan waar ze alle grote namen uit Rons telefoon voor gaan vragen: Borsato, Beense, Roelvink en Duijts. Ron heeft reserves, want hij wil geen dingen beloven die hij niet kan waarmaken. Maar Joop pakt Rons telefoon en zet driest van alles in werking.
Geïntrigeerd verblijf je bij Ron onder de stolp die Van den Berg voor hem heeft geschapen. De romans Schuld en West kennen diezelfde microkosmos met een verstoorde gezinsdynamiek en spoken als geweld en een instabiele jeugd uit het verleden. Waar in Schuld en West het vertelperspectief alterneert tussen verschillende personages, bevinden we ons in Zanger Ronald zingt de blues door het ik-perspectief stante pede in Rons schoenen. Tegen de tijd dat hij bij Millie aankomt (pagina 106) ligt onze sympathie volledig bij deze man die door het leven doolt.
De eerste pagina’s wil je Ron nog door elkaar rammelen vanwege zijn lethargie en is het moeizaam om zijn complottheorieën serieus te nemen, maar meer en meer doorvoel je waar zijn levensangst en schuldgevoelens vandaan komen. Heel precies gedoseerd, met briljant pijnlijk-confronterende dialogen laat Van den Berg Ron een kleine, maar waarachtige ontwikkeling doormaken in slechts een middag tijd. En tegelijkertijd smelten onze reserves tegenover deze pretentieloze hoofdpersoon en nemen we hem dankzij Van den Bergs verfijnde en ontroerende psychologisering meer dan serieus. We hebben hem wel degelijk te pakken gekregen.
Miriam Piters
Walter van den Berg – Zanger Ronald zingt de blues. Hollands diep, Amsterdam. 160 blz. € 23,99.

