Hans Vervoort was verbaasd over een opmerking in een column van ondergetekende dat je met AI-gebruik op de shortlist van de Hans Vervoort-prijs terecht kunt komen. Daaruit bleek dat Vervoort ondanks onze herhaaldelijke berichtgeving niet op de hoogte was van Walter van den Bergs uitgebreide raadpleging van AI bij de totstandkoming van de roman Zanger Ronald zingt de blues. Reden voor ons om maar eens na te vragen of deze informatie alsnog gevolgen heeft voor Van den Bergs nominatie.

De vragen die we stelden waren:

1. Was u en/of de jury op de hoogte van het verregaande gebruik van AI door shortlister Walter van den Berg met Zanger Ronald zingt de blues? (AI het verloop van scènes laten bedenken, de manier waarop personages moeten reageren en het afstellen van het ritme in de roman). Zo nee, heeft deze informatie gevolgen voor Van den Bergs nominatie?

2.
Wat is uw standpunt over het gebruik van AI door schrijvers en hun kansen op het winnen van de Hans Vervoort-prijs?

3.
Bent u van plan voor volgend jaar het reglement aan te scherpen?

Vervoort gaf aan dat de jury van zijn prijs onafhankelijk opereerde en dat hij alleen over het reglement ging. De vragen werden doorgespeeld aan juryvoorzitter Arjan Peters. Die antwoordde vandaag als volgt:

Jongstleden zondag heeft u Hans Vervoort, oprichter en naamgever van de Hans Vervoort Prijs, een paar vragen voorgelegd. Als voorzitter van de jury kan ik u het volgende laten weten, na raadpleging van de betrokkenen: dat Walter van den Berg naar eigen zeggen gebruik heeft gemaakt van AI heeft geen gevolgen voor zijn shortlist-nominatie. Die was verdiend, en is dat nog steeds. Hij mag ook gebruik maken van een redacteur. Daar gaan wij niet over. De jury heeft slechts te maken met het boek dat de auteur instuurt of laat insturen, en dicteert niet wie of wat hij raadpleegt alvorens zijn boek te voltooien.

Naar ons idee was genoegzaam bekend dat de Hans Vervoort Prijs bedoeld is voor proza dat is geschreven door een menselijke auteur. Om dat voor derden nog explicieter te maken, heeft de jury in overleg met de Stichting Hans Vervoort Prijs besloten om aan het reglement deze twee zinnen toe te voegen. ‘Het ingezonden proza moet het werk zijn van een menselijke auteur. Het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) is uitsluitend toegestaan als redactioneel hulpmiddel, vergelijkbaar met de rol van menselijke redacteuren.’

Daarmee blijft onderstaand juryrapport over Zanger Ronald zingt de blues intact:

Nergens in Zanger Ronald zingt de blues dringt de schrijver zich op. Het woord is aan de hoofdpersoon Ron en zijn Amsterdamse entourage. Dat levert een boek op dat rauw is en ongepolijst, volkomen geloofwaardig, en vol onversneden Amsterdamse humor. Cynisch misschien soms, maar mild; melancholiek, maar zonder ooit ten prooi te vallen aan diepe zwaarmoedigheid of navelstaarderij. 
 De lezer hoort de stemmen van de personages, ziet hen voor zich, en merkt dat ze hem niet meer loslaten. Ook namen verzinnen blijkt een kunst die Van den Berg tot in de finesses beheerst. Dit verhaal laat zich lezen als een bluesy smartlap: ontroerend en tragisch, met de vereiste combinatie van een lach en een traan. 
 Deze roman is een onvergetelijke roadtrip langs de kroegen van Amsterdam. Daar zien we Ron zitten, aan de lange kant van een bar in Amsterdam-West; met dank aan de trefzekere pen van zijn geestelijk vader.

Onze tip voor volgend jaar aan vaardige prompters is om aan de ‘redacteur’ te vragen wat een goede plot zou zijn met de volgende kenmerken: het verhalend proza betreft realistische gebeurtenissen in heden of verleden, geen toekomstverhalen; de gebeurtenissen vinden plaats in het leven van realistische personages; de verhalen worden verteld vanuit het perspectief van één personage; de stijl is bij voorkeur niet overdadig, liefst zuinig; zelfspot bij de verteller of hoofdpersoon geldt als pluspunt; een zekere weemoed eveneens. En om vervolgens iedere dag een paar keer in te checken bij die redacteur of je nog op het goede spoor zit.

Uiteindelijk won L.H. Wiener de Hans Vervoort-prijs 2026 met In verlatenheid.

(Screenshot: Walter van den Berg in 2020 waarin hij aan het Literatuurmuseum vertelt hoe hij schrijft)