Karel Appel op je sofa

Je hebt beslist wat voor als je een afwijkende naam hebt. Anderen onthouden je beter en dat is nooit weg. Heet je Visser, dan ben je er een van zeer velen in dit land. Meubelontwerper en kunstkenner Martin Visser en zijn broer, beeldhouwer Carel Visser, zijn niettemin ware grootheden in hun vak geworden. Schrijfster Carolijn Visser, ook bepaald geen onbekende, schreef met  Broers een kroniek over haar kleurrijke familie, waarin uitblinken op uiteenlopende terreinen doodnormaal wordt gevonden.

Je hebt van die geslachten, waarvan de leden, deels door privilege en vermogen, invloedrijke posities konden gaan innemen en behouden. Denk aan de familie Mann. Of recenter en in Nederland Heerma van Voss, Croiset, De Mol en Krabbé, maar het is te gemakkelijk overwegend die kant van het verhaal te benadrukken. Talent heeft weliswaar allerlei vormen van ondersteuning nodig om tot bloei te kunnen komen, maar het moet er wel zijn. Dat was en is in de genoemde families zo en dat geldt niet minder voor de familie Visser.

Grootvader Arie was de vermogende directeur van een familie-aannemersbedrijf en bewoonde met zijn vrouw Ottolina een zeer omvangrijke woning met allure, Veerdam 30 in Papendrecht. Zo een met een trap ervoor en een bel-etage. Heel geheimzinnig ook voor de spelende kleinkinderen. Deze grootvader stond aan de basis van een ware dynastie van vaak kunstgeoriënteerde nakomelingen, van wie genoemde Martin vermoedelijk de belangrijkste was, overigens niet te verwarren met couturier en beeldend kunstenaar Mart Visser.

Na in Parijs kennis gemaakt te hebben met de Cobra-schilders, die hij later opdrachten kon verstrekken, ontwierp Martin iconisch geworden meubelen, waaronder zijn befaamde, tijdloze zit/slaapbank. Ook werkte hij zich op tot een topfunctie bij warenhuis de Bijenkorf en stond hij aan de wieg van invloedrijke meubelbedrijven als ’t Spectrum. Hij verzamelde daarnaast het werk van later groot geworden beeldend kunstenaars, die bij hem en zijn vrouw kind aan huis waren in hun Rietveldhuis dat ze zelf in Bergeijk hadden laten bouwen en werkte als hoofdconservator in Museum Boijmans van Beuningen.

Zijn broer Carel werd met zijn uit arme materialen gebouwde beelden en installaties een internationaal gerenommeerd beeldhouwer. Ook Carels zoon, de ondernemer Geertjan, werd gegrepen door de beeldende kunst. Hij bemoeide zich met aankopen en kreeg een relatie met kunstenaar Elsworth Kelly. Dat kon gebeuren omdat bij het Rietveldhuis van Martin en zijn vrouw Mia de deur altijd open stond voor kunstenaars en ontwerpers als Gerrit Rietveld, Aldo van Eyck, Karel Appel en Benno Premsela, maar ook voor internationale naoorlogse kunstenaars, die om wat voor reden dan ook Nederland aandeden. Christo en Jeanne-Claude, Richard Long, Carl Andre, Sol LeWitt, Joseph Beuys, Panamarenko, Dan Flavin, zij allen wisten dondersgoed wie Visser was.

Carolijn Visser, dochter van Ar, een broer van Martin en Carel, schreef eerder tal van bekroonde literaire reisverhalen. Ze is als lid van de familie geen buitenstaander en dat is wel een beetje te merken aan haar neiging tot volledigheid en niet minder aan een zekere impliciet geuite trots. Graag ziet ze haar familiegenoten als visionairen, zelfs op afgeleide terreinen. Overtuigingen die in onze jaren pas echt geland zijn, zagen zij al aankomen. De teloorgang van de PvdA bijvoorbeeld of de opkomst van vintagekleding. Iedereen doet of zegt natuurlijk wel eens iets dat later breed geaccepteerd wordt, maar het valt hier wat buiten de context en doet een beetje afbreuk aan de onmiskenbaar imposante carrières.

De familieleden Visser lijken een hechte band te hebben, toen en later, dat vind je ook terug in de fotokaternen. Handig als je eens een invloedrijke relatie nodig hebt of financiële zekerheid. Wie het alleen moet doen, kan er alleen maar jaloers op zijn.

Kho Liang Ie, een industrieel ontwerper die zowel voor ’t Spectrum werkte als voor concurrent Artifort, was een goede vriend van Carel. Zodoende hoorde Martin weleens iets wat eigenlijk niet voor zijn oren bestemd was. (…) Uit de mond van de directeur van Artifort had Kho Liang Ie gehoord: ‘Visser maakt te veel en over twee jaar is het afgelopen met hem en dus ook met ’t Spectrum.’ Carel wist dat de twee collecties per jaar een enorme druk betekenden voor zijn broer en besloot zijn brief met het advies: ‘Stop met nieuwe modellen maken, al gaat Van Daalen op zijn kop staan. Verbeter en verrijk je oude modellen tot het uiterste.’ Martin heeft naar zijn jongere broer geluisterd, of kwam tot hetzelfde inzicht, want van de slaapbank die hij ontwierp maakte hij veel verschillende uitvoeringen.

Carolijn Visser begint haar boek met de slimme ontsnapping van haar vader Ar en Martin aan de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Ze sprongen van een trein die nog in Amsterdam-Oost reed en belden daarna voor hulp willekeurig aan bij woningen. Met de zoon van de man die hen toen heeft opgevangen, speurde Carolijn verder naar wat er destijds precies gebeurd moet zijn. Het is meteen een van de meest beeldende fragmenten uit deze familiekroniek, die zoals gezegd vaak de feitelijke volledigheid laat prevaleren boven het intrigerende narratief. Dat is jammer, want het is al zaak goed op te letten met zo veel Vissers bij elkaar, die in citaten ook nog eens geregeld naar elkaar verwijzen, terwijl de schrijfster zelf natuurlijk ook haar inbreng heeft. Maar die naam Visser vergeet je nooit meer.

André Keikes

Carolijn Visser – Broers. Augustus / Atlas Contact, Amsterdam / Antwerpen. 301 blz. € 24,99.