Recensie: Benny Lindelauf – Het licht tussen onze vingers
Lezen met een breekbaar ei tussen de regels
Er hangt een man ondersteboven in een eik. Zijn linkervoet zit muurvast geklemd in een vork van twee takken. Hoe hij in die boom is terechtgekomen en waarom hij ondersteboven hangt, weet hij niet. In zijn armen draagt hij een vogel, een uit de kluiten gewassen kuiken. Het heeft nog nestveertjes. Het kuiken is dood. Hij weet evenmin hoe het is gestorven of waarom het in zijn armen ligt. Als puntje bij paaltje komt, weet hij bitter weinig.
Als een boek zo begint, pieker ik er niet over het weg te leggen. Niet per se omdat ik wil weten waarom de arme man daar hangt en of hij ooit nog uit deze benarde positie zal geraken, maar omdat er achter deze beschrijving een schrijver schuilgaat, in wiens hoofd dit beeld kennelijk is opgekomen, een schrijver, die bovendien heeft besloten zijn boek zo te laten beginnen.
Misschien ben je voor even door elkaar geschud door dit ongewone begin, waardoor het vervolg van Het licht tussen onze vingers in eerste instantie als een geruststelling wordt ervaren. Walter, de hoofdpersoon, is een rijinstructeur die plotseling geconfronteerd wordt met spastische bewegingen in zijn rechterbeen, waardoor er tijdens de lessen levensgevaarlijke situaties ontstaan: dyskinesie, is het oordeel van de internist, waarschijnlijk veroorzaakt door spanningen. Om zijn been onder controle te houden, zou hij kalmerende medicatie nodig hebben, maar met die medicatie mag hij vervolgens alsnog niet achter het stuur. De bedrijfsarts stelt daarom een time-out voor, om op andere gedachten te komen. Onder protest aanvaardt Walter zijn lot, maar hij vertelt zijn vrouw niets.
Eerst blijft hij zijn normale routes rijden en voert gesprekken met denkbeeldige leerlingen. Zijn been houdt zich koest. In de supermarkt ziet hij een advertentie, waarin vrijwilligers worden gezocht voor buitenwerk bij een opvangcentrum voor ooievaars. Daar meldt hij zich.
Terwijl zijn vrouw al die tijd denkt dat hij gewoon naar zijn werk gaat, is Walter iedere dag bij dit educatiecentrum te vinden.
Stukje bij beetje ontvouwt zich de geschiedenis van Walter, vader van twee kinderen, van wie de jongste, Tobias, al heel lang vermist is. Het blijft lange tijd onduidelijk wat er precies is gebeurd. Het rommelige bos waar Walter de hele dag doorbrengt, spiegelt zijn verwarde gemoedstoestand en tegelijkertijd die van de lezer: wat is er toch met deze man aan de hand? Waarom draait hij zich steeds verder vast in de ellende? Je krijgt de neiging om hem eruit te trekken, hem voorzichtig door elkaar te schudden, hem uit te nodigen zijn leven een beetje op te schonen. Je hebt erbarmen, maar tegelijkertijd heb je je twijfels. Waarom bezoekt hij op de telefoon van zijn vermiste zoon dubieuze datingsapps, waarbij hij zich voordoet als zijn zoon?
Het is knap hoe Benny Lindelauf je meetrekt in het verhaal. Je bént bijna Walter en je voelt je vies en ellendig. Dat komt niet alleen doordat hij hem zo levensecht neerzet, maar vooral doordat hij dat steeds een paar fijne streken doet, enkele heldere details, en vervolgens veel weglaat. Lindelauf doet zo een beroep op de verbeelding van de lezer en zodra de lezer die heeft geactiveerd, is hij onderdeel van het verhaal geworden en kan hij onmogelijk terug. Net als Walter komt hij vast te zitten tussen de takken en hoopt tegen beter weten in op een wonder.
Het ongewone verhaal legt desalniettemin herkenbare patronen bloot in onze samenleving en roept vele vragen op: op wat voor manier onderhouden wij onze relaties? Wat gebeurt er als alle aandacht gaat naar één kind in een gezin? Hoe begeleiden wij werknemers die langere tijd uitvallen? Hoe komt iemand erachter dat hij anders geaard is en wat betekent dat voor hem en voor zijn omgeving? Waarom sluiten sommige mensen zich helemaal af van de ander? Wat voor invloed hebben sociale media op onze sociale vaardigheden?
Lindelauf heeft prachtige jeugdboeken geschreven en die sporen zie je terug in dit boek. De thematiek liegt er niet om en vraagt wel degelijk om een volwassen lezer. Toch prikkelt de auteur de kinderlijke verwondering in die volwassen lezer. Die verwondering draag je mee tot het einde, alsof hij je voorzichtig door de treurnis van de wereld van volwassenen loodst. Je hebt al die tijd wel geweten dat het leven vaak helemaal niet zo leuk is, maar je wilt niet dat het licht tussen je vingers doorglijdt en verdwijnt. Je wilt het zo lang mogelijk koesteren en misschien is dat verlangen niet zo gek, lijkt het slot je mee te geven, als een hart onder de riem.
Dietske Geerlings
Benny Lindelauf – Het licht tussen onze vingers. Uitgeverij Querido, Amsterdam. 176 blz. € 20,00.

