Schrijven of sterven

Een belangrijke kracht van Connie Palmen is haar pathetiek en haar vermogen om die grote gevoelens in onvergetelijke oneliners om te zetten. Toch riskeer je wat mij betreft diskwalificatie, wanneer je als reactie op de winst van de Constantijn Huygens-prijs beweert dat het altijd schrijven of sterven is geweest. Natuurlijk maakten de media dankbaar gebruik van die quote: zowel Nu, NOS, De Telegraaf als AD gebruikten hem in hun kop. ‘Het was altijd schrijven of sterven’ bekt ook wel erg lekker. Wat Palmen er precies mee bedoelt zou ik wat uitgebreider van haar willen horen. Op dit moment denk ik bij haar uitspraak: het is inderdaad schrijven of sterven, zoals het ook lezen of sterven is, uien snijden of sterven, koprollen of sterven en de vaatwasser uitruimen of sterven. Het is leven tegenover de dood plaatsen, een open deur intrappen.

Het zal waarschijnlijk om de benadrukking van de noodzaak om te schrijven gaan. De zin erna intrigeert me in dat verband: ‘Zo hoog heb ik het gespeeld’. Palmen suggereert hier zelf de voorwaarden te hebben geschapen voor ‘schrijven of sterven’: hoe gaat dat in zijn werk? Alle mogelijkheden tot andere vormen van levensinvulling uitsluiten? Zoals ik bij mijn studie Nederlands expres geen lesbevoegdheid heb gehaald zodat ik nooit de fout kan maken uit geldgebrek docent te worden?

Ik kan nog honderd andere dingen worden, Palmen heeft zichzelf slechts de mogelijkheid tot het schrijverschap gegeven. En als ze toch niet schrijft, zijn de spelregels, gaat ze dood. Of ze dan de hand aan zichzelf slaat of dat het niet-schrijven allerlei onderdrukte kwalen naar de oppervlakte doet komen, moet nog blijken. Sowieso is schrijven én sterven ook een optie geweest bij Palmen, met haar alcohol- en tabaksverslaving.

Ik blijf redeneren naar de conclusie dat het een holle uitspraak is. Je kunt je afvragen – ik zou me moeten afvragen – of dat ertoe doet. Stel dat ‘schrijven of sterven’ inderdaad een overtrokken, onware uitdrukking is, dan kan hij alsnog nodig zijn geweest. Voor de media (om een goede quote te hebben), voor Palmen (om zich te profileren) en voor de literatuur (om een halszaak te lijken). Palmen wordt door de jury nota bene geprezen als ‘beschermvrouwe van de literatuur’. Als ze gezegd had dat het schrijven of koprollen was, dán was ze gediskwalificeerd. Er moet wat pathetiek bij. Blijkbaar is dit wat men wil in de jury – iemand die pal voor de literatuur gaat staan –, ongetwijfeld beïnvloed door de erbarmelijke staat en toekomst van de letteren. De media nemen het net zo gretig over, voor hun lezers die gemiddeld genomen zo’n halve literaire fictietitel en een taartrecept gelezen hebben het afgelopen jaar; ook die koppenscanners zien hoeveel er volgens De Schrijver op het spel staat.

Niemand bekommert zich nog om de literatuur, alleen mag dat niet zo lijken. Connie Palmen als het orkest op de Titanic. Spelen of sterven.

Martijn van Bruggen