Boom

Vanaf wanneer valt iets een boom te noemen? In de jaren zestig en zeventig wist een klein groepje vooral in Parijs woonachtige Latijns-Amerikaanse schrijvers, met behulp van wat slimme uitgevers en literaire agenten, een heel continent literair op de kaart te zetten. Sindsdien zijn namen als Marquez, Cortázar, Borges en Vargas Llosa niet meer weg te denken uit ons literaire firmament. Vervolgens bleef het echter, langs de buitenkant bekeken ten minste, een tijdlang relatief stil. De zogenaamde Boom-generatie had zo’n zware stempel op het literaire klimaat gedrukt dat het al het nieuwe, op een paar uitzonderingen als Aira en Bolaño na, bleef overstemmen. Tot er begin de jaren 2000 weer iets op begon te borrelen en er plots nieuwe namen op het toneel verschenen. Luiselli, Zambra, Schweblin, Enriquez, Harwicz, Halfon en Melchor luiden een nieuwe golf van wereldwijde interesse in Latijns-Amerikaanse literatuur in die tot op de dag van vandaag niet is gaan liggen.

Nu doen vertaler Lisa Thunnissen en literatuurwetenschapper Nanne Timmer nog een duit in dat zakje door ons met hun bloemlezing, Je zult geen bloemen dromen, zestien nieuwe, tot op dit moment nog onvertaalde stemmen voor te schotelen. Daarbij lieten ze literaire powerhouses als Argentinië, Mexico en Chili expres links liggen en focuste zich op schrijvers uit landen die ons taalgebied over het algemeen maar moeilijk bereiken, zoals de Dominicaanse Republiek, Ecuador en Uruguay. Qua samenstelling valt verder nog op dat vrouwelijke auteurs, zoals over het algemeen in deze ‘tweede Boom’, goed vertegenwoordigd zijn en dat de meeste auteurs van min of meer dezelfde generatie zijn, grofweg geboren tussen 1970 en 1990. Of dat laatste een gevolg is van dat de samenstellers zelf ook tot die generatie behoren of dat er uit die leeftijdscategorie gewoonweg meer materiaal voorhanden was om uit te kiezen, weet ik niet, maar feit is in elk geval dat wie de nieuwste Gen-Z stemmen zoekt, nog even moet wachten op de volgende bloemlezing.

Meer inhoudelijk valt op hoe deze verhalen het klassieke beeld van de Latijns-Amerikaanse literatuur subtiel lijken uit te dagen, vooral ten aanzien van het magisch realisme. Niet dat er zich in deze verhalen geen vreemde gebeurtenissen of toverachtige voorvallen meer voordoen. Een forelkwekerij in de Guatemalteekse bergen of een nogal lugubere veiling in anonieme loods in Ecuador, komen op westerse lezers nu niet direct als alledaagse taferelen over. Maar toch kon ik mij tijdens het lezen maar moeilijk voorstellen dat ze helemaal uit het niets verzonnen zouden zijn. Zelfs in de verhalen die daadwerkelijk bovenaardse elementen bevatten, zoals bijvoorbeeld de Andes-spoken in het verhaal Vliegend hoofd van Mónica Ojeda, is die magie nog altijd diep in de realiteit geworteld, in dit geval in een gruwelijk voorval van femicide. De focus binnen het magisch-realisme zou dus in eerste plaats vooral op het realisme gelegd moeten worden. Zo zeer zelfs dat je je bijna begint af te vragen of die hele term niet in eerste instantie gewoon een marketing praatje was om ietwat eigenzinnige boeken aan een westers lezerspubliek kwijt te kunnen.

Waarbij dan weer wel gezegd moet worden dat de manier waarop deze schrijvers de realiteit verwerken, nog steeds behoorlijk veel vrijer is dan hoe ze dat bij ons doen. Zelfs in de verhalen in deze bundel die behoorlijk persoonlijk overkomen, wordt er nog steeds zo lustig met taal, metaforen en structuur gespeeld, dat ze toch telkens weer fris en onbevangen overkomen. De reikwijdte aan stijlen en invalshoeken maakt deze bundel sowieso een feest om te lezen. Van de snedige Kafka-pastiche in Monster van Legna Rodríguez Iglesias, tot de ijzingwekkende Lynchiaanse horror in Naakte dieren van Jesús Miguel Soto, tot het lichtvoetige metafictionele spel van Carlos Fonseca: telkens staat er weer echt iets op het spel, telkens wordt er echt weer iets nieuws uitgeprobeerd. Het is eigen aan dit soort verzamelbundels dat niet elk verhaal de lezer helemaal kan bevredigen, maar in dit geval lag dat volgens mij eerder aan de smaak van de lezer dan aan de verhalen zelf. Zelfs van de verhalen die mij wat minder lagen kan ik niet zeggen dat ze slecht geschreven waren, laat staan dat ze niets interessant te bieden zouden hebben.

Thunnissen en Timmer zijn dus ruimschoots in hun opzet geslaagd en hebben ons taalgebied verrijkt met zestien stemmen die het in principe allemaal zouden verdienen om nog verder gehoord te worden. Nu is het aan de uitgevers om hun werk voort te zetten en hun romans en verhalenbundel in zijn geheel naar het Nederlands te halen. Als ik hen was, dan zou ik beginnen bij Mugre rosa van Fernanda Trías en Chamanes elétricos en la fiesta del sol van Mónica Ojeda. En als ik zo vrij mag zijn daar zelf nog wat extra tips aan toe te voegen, dan kies ik voor La infancia del mundo van Michel Nieva, Las niñas del naranjel van Gabriela Cabezón Cámara en Dios fulmine a la que escriba sobre mí van Aura García-Junco.

Jonathan van der Horst

Lisa Thunnissen & Nanne Timmer (samenst.) – Je zult geen bloemen dromen: Nieuwe stemmen uit Latijns-Amerika. Uit het Spaans vertaald door Lisa Thunnissen. Wereldbibliotheek, Amsterdam. 240 blz. € 22,99.