Recensie: Inez van Eijk – Meisjes krijgen nooit meer dan een zeven
‘Laat optimisme maar aan mij over’
Inez van Eijk (1940) staat vooral bekend als etiquette-expert. Als opvolger van Amy Groskamp ten Have van de klassieker Hoe hoort het eigenlijk? schreef Van Eijk verschillende boeken, gaf lezingen en workshops en was betrokken bij een Teleac-cursus over de juiste omgangsvormen. Voor Van Eijk hield etiquette niet op bij het juist gebruiken van visbestek, maar waren gedragsregels de basis van prettige menselijke relaties. Haar boek over erotische etiquette Bij jou of bij mij staat vol tips voor alleengaanden op het glibberige pad van de liefde. In haar memoir Meisjes krijgen nooit meer dan een zeven vertelt Van Eijk met humor over haar eigen ervaringen met de veranderende omgangsvormen in de afgelopen zeventig jaar.
Als Amsterdams oorlogskind en enig kind is Inez van Eijk heel beschermd opgevoed. Hoewel ze open is over haar lastige relatie met haar moeder, schrijft ze vergoelijkend over het gezin: ‘Mijn ouders hadden het allebei slechter kunnen treffen, en ik ook.’ Vader en moeder Van Eijk begrepen hun dochter vaak niet goed, maar deden wel veel moeite om Inez op de hbs en later op de universiteit te laten studeren, want ze wilde arts worden. Dat bleek geen goede keuze en ze studeerde met veel plezier en inzet Nederlands. Vormend en beslissend zijn haar jaren geweest bij de nogal alternatieve Studenten Sociëteit Olafspoort, waar ze in 1957 lid werd. In 1970 ging de studentenorganisatie ter ziele, ze schreef er wel een boek over: Voorhoede van een andere tijd.
Al tijdens haar studie en daarna had Van Eijk verbijsterend veel verschillende banen, baantjes en schnabbels. Ze werkte als docent Nederlands, als conrector en als beleidsadviseur in het onderwijs. Ze schreef columns in NRC, recensies in Trouw en deed research voor documentaires over vrouwen bij de VARA. Haar afkeer van corporaal gedrag, opgedaan bij Olafspoort, brak haar op toen ze eind jaren tachtig bij investeerder Robeco het glossy relatieblad Safe zou gaan maken. Het werd een kortstondig avontuur, daar in Rotterdam.
Typerend voor de opbouwjaren zestig en zeventig was haar werk als hoofdredacteur van de 24-delige Grote Spectrum Encyclopedie, gericht op gezinnen. Het project was uitdrukkelijk bedoeld voor mensen die niet gewend waren om veel te lezen. Het bezit van een encyclopedie gaf status en paste in een tijd dat iedereen zijn best deed te stijgen op sociale ladder. Het thema klassenmigratie loopt als een rode draad door deze memoires. Met enige zelfspot beschrijft ze haar eigen groeiende inkomen en verhuizingen naar steeds mooiere huizen als ‘sudderen in de welvaart’. ‘Boomer’ was toen nog geen scheldwoord. De snelheid waarmee luxegoederen als auto’s en comfort als douches bereikbaar werden voor ‘gewone’ gezinnen maakt Van Eijk inzichtelijk met goedgekozen details. Michel Krielaars van NRC noemde Van Eijk daarom ‘de Nederlandse Annie Ernaux’. In tegenstelling tot wat Ernaux deed in De jaren beschrijft Van Eijk echter uitsluitend een stedelijke, vooral Amsterdamse setting. Intelligente meisjes die in eenzelfde soort gezin in de provincie geboren werden, hadden beduidend minder mogelijkheden om hun vleugels uit te slaan.
De titel van haar memoires ontleent ze aan een pijnlijke gebeurtenis op de HBS:
Toen ik voor een proefwerk met maar één fout een zes had en mijn vriendje Robbie met dezelfde fout een negen, stapten wij samen naar meneer Bos, die vriendelijk meedeelde dat hij meisjes nooit meer dan een zeven gaf. Ik vertelde het thuis maar niet, bang dat mijn vader meneer Bos de oren zou gaan wassen.
Als volwassen vrouw was Van Eijk wél dapper genoeg om zulke misstanden aan de kaak te stellen. Ze was actief in de vrouwenbeweging, sloot zich aan bij de plannen van Joke Kool-Smit en Hedy D’Ancona voor de oprichting van Man Vrouw Maatschappij (MVM) en schreef columns voor Sextant, het blad van de NVSH. Haar levensverhaal staat vol voorbeelden van seksistisch gedrag. Een baan in de onderwijswereld kreeg ze omdat ze ‘vooral gecharmeerd waren van mijn bh-loze voorkomen, zo’n vrouw kon niet anders dan competent zijn.’ Ze schrijft trots over wat ze bereikten, maar is ook eerlijk over haar reddende-engel-syndroom, neiging tot zelfoverschatting en de wens om grip op situaties te willen houden: ‘Je moet jezelf wel kunnen relativeren.’
Een belangrijk onderdeel van etiquette is juist taalgebruik. Van Eijk publiceerde allerlei taal- en schrijfhulpboeken. Veel succes had ze met haar verzamelingen dooddoeners zoals Voor niets gaat de zon op. En zo is dat. Ze schreef ook voor kinderen, zoals het etiquetteboek Eigenwijs met tips waar je je neuspeuters moet laten. Zelf heeft ze geen kinderen. Met haar bewuste kinderloosheid was Van Eijk indertijd een buitenbeentje. Een oud-studente herinnerde zich Inez als ‘niet conventioneel, nogal straight ook wel’. Op mij komt ze vooral zelfbewust over. Ze weet wat ze wil: zelf haar eigen keuzes kunnen maken en financiële en inhoudelijke waardering voor haar professionele werk. Ze is er open over dat ze het leven als vrouw-alleen niet altijd prettig vond, maar stelt dan de vraag: ‘Hoever ga je met het streven naar huwelijksgeluk?’ en legt een link met de recente discussie over Beladen huis van Christien Brinkgreve.
Ik heb Meisjes krijgen nooit meer dan een zeven met plezier gelezen, vooral om de prettig laconieke, montere en soms strijdlustige toon. Memoires geven altijd impliciet een tijdsbeeld. Van Eijk heeft dat tijdsbeeld uitdrukkelijk een plek willen geven: ‘Ik heb geprobeerd te reconstrueren hoe de tijd met zijn uitdagingen zich aan mij voordeed, zonder de vergane zaken en verworvenheden goed te praten of af te keuren, maar verbazen doe ik me soms wel.’ In het laatste hoofdstuk doet ze wel meer dan ‘verbazen’. Daar schrijft Van Eijk met afkeer over, bijvoorbeeld, het gemis aan respect in het verkeer. Vervolgens debiteert ze nuchter een levenswijsheid uit de Tweede Wereldoorlog: ‘Stel vast dat die soep oneetbaar is, maar eet, want je moet het ermee doen.’
Petra Teunissen
Inez van Eijk – Meisjes krijgen nooit meer dan een zeven. Brooklyn, Amsterdam. 288 blz. € 23,50.
