Recensie: Louis Guilloux – Het volkshuis & Kameraden
Twee novellen van Louis Guilloux, inspirator van Camus
Louis Guilloux (1899 – 1980) was een Franse auteur, die in de jaren 1930 in Frankrijk en daarbuiten roem verwierf met zijn grote roman Het zwarte bloed. Tot zijn Nederlandse bewonderaars behoorden Jef Last en Eddy du Perron. Ondanks inspanningen van de laatste kwam het toen niet tot vertaling. Pas in 1999 verscheen een vertaling van de hand van Mirjam de Veth.
Louis Guilloux was een socialist en als schrijver socialistisch-geëngageerd. Maar anders dan veel geëngageerde auteurs van toen was Guilloux niet een ‘eendimensionale zwart-witschrijver’, om De Veth te parafraseren. Dat merkten Moskou en de West-Europese Moskou-getrouwe communisten nadat Guilloux, Jef Last en André Gide, de laatste toen al een literaire grootheid, in 1936 voor een promotiereis door de Sovjet-Unie waren uitgenodigd. In plaats van mee te zingen in het koor van fellow travellers schreef Gide in Retour de l‘URSS over wanbestuur en de sociale ellende die hij had gezien. Guilloux onderschreef publiekelijk Gide’s waarnemingen en conclusies, de woede van de Franse orthodox-communistische cultuurpaus Louis Aragon trotserend. Die nog kwaaier zal zijn geworden toen bleek dat hij Guilloux niet kon laten royeren uit de partij, want Guilloux was om principiële redenen van schrijverschap partijloos gebleven.
Onlangs verscheen bij Uitgeverij Schokland in de reeks Kritische Klassieken een vertaling van een vroeg werk van Guilloux, Het volkshuis & Kameraden, twee novellen, oorspronkelijk in 1927 gepubliceerd. De handeling van Het volkshuis is gesitueerd in Saint-Brieuc, het Bretonse havenstadje waar Guilloux onder tamelijk armelijke omstandigheden opgroeide. Een ik-figuur, het zoontje van een schoenlapper, vertelt hoe zijn vader zich door niets en niemand uit het veld laat slaan bij zijn inspanningen een volkshuis van de grond te krijgen, een gemeenschapsruimte voor steun aan en verheffing van de arbeidersklasse. Alle tegenslag zal overwonnen worden door klassenbewustzijn en solidariteit, meent zijn vader, die zelf tot elke opoffering bereid is. Hij lijkt zijn gelijk te gaan halen, maar dan begint de grootste nederlaag van de internationale arbeidersklasse zich af te tekenen. In plaats van massaal gehoor te geven aan de oproep internationale solidariteit te tonen en te weigeren de wapens op te nemen tegen hun broeders in andere landen, marcheren proletariërs aller landen krijgsliederen zingend naar het front om elkaar vervolgens bij miljoenen af te slachten.
Kameraden is eveneens gesitueerd in Saint-Brieuc, maar dan in de de jaren kort na de Grote Oorlog. Drie jeugdvrienden hebben gebroederlijk naast elkaar gestaan in de loopgraven bij Verdun. Ze prijzen zich gelukkig de bommen, het mitrailleurvuur en de strijdgassen te hebben overleefd en zijn na terugkeer in Saint-Brieuc gezamenlijk een stukadoorsbedrijfje begonnen, het vak dat zij als leerling en gezel voor de oorlog hebben geleerd. Het loopt goed, maar dan wordt een van de drie, Kernevel, ziek. Hij takelt zienderogen af en al snel dringt tot zijn twee kameraden door dat hij niet meer zal opstaan van zijn ziekbed. Waarna zal blijken wat echte kameraadschap betekent.
Guilloux’ schreef waar één woord kon volstaan nooit twee en hij deed dat uiterst precies, een kenmerk dat je niet meteen associeert met ontroerend. Toch is het dat en dankzij die precisie wordt het nooit larmoyant. Albert Camus was vooral om die reden een groot bewonderaar van Guilloux, wiens novellen hij van hetzelfde literaire niveau achtte als die van Tolstoj. Camus’ voorwoord bij de editie van Het volkshuis & Kameraden uit 1953 is bij deze vertaling opgenomen.
Hans van der Heijde
Louis Guilloux – Het volkshuis & Kameraden. Twee novellen. Voorwoord Albert Camus. Vertaling Roland Fagel. Kritische Klassieken 26. Uitgeverij Schokland, De Bilt. 136 blz. € 23,-.
(afbeelding via Wikipedia, publiek domein)
