Nop Maas (1949-2026)

Op 16 mei jongstleden overleed op 78-jarige leeftijd literatuurhistoricus en margedrukker Nop Maas. Het woord margedrukker suggereert een zekere mate van amateurisme, maar het omgekeerde is het geval. Een margedrukker is een ambachtsman die met een handmatig opgebouwd loden zetsel bibliofiele boekjes drukt. Extra verzorgde drukwerkjes, in meestal kleine oplages.
        Nop had zijn eigen drukkerij, genaamd Korenmaat, gevestigd te Haarlem in de Korte Margarethastraat, in een pand dat onder het drukkersgilde bekend staat als de Hof van Jan. Deze bijzondere man was waarschijnlijk de grootste literatuurkenner van het land en onder andere behoeder van de nagedachtenis en het werk van Gerard Reve en Hanny Michaelis.

De drukkerij van Nop, waar hij dagelijks te vinden was, vormde mijn geliefde plek in de stad. Een hide-out waar ik me thuis voelde. Als ik er was om weer een boekje te signeren dat hij van een van mijn teksten had gemaakt (het zijn er meer dan tien geworden) zetten we een fles wijn tussen ons in (op veilige afstand van het te signeren boekje) en begonnen we aan wat de Engelsman noemt polite conversation, waarbij het woord polite niet zelden naar de achtergrond verdween, want Nop kende veel ins and outs uit het leven van Gerard Reve en Hanny Michaelis. En ook Willem Frederik Hermans kwam hierin uitgebreid aan bod.
        Nop kende een zee aan literaire anekdotes, waarmee hij een boek zou kunnen vullen, hetgeen hij nog bijtijds gedaan heeft ook. Kort na zijn dood verscheen Ratatouille, op het voorplat aangekondigd als ‘een boek vol wetenswaardigheden’, maar op het achterplat uitgewerkt als: ‘Literaire en academische anekdotes, opmerkingen, verhaaltjes, vragen, roddels en curiositeiten van allerlei aard.’ Op pagina 191 kom ik zelf nog even langs onder het kopje ‘Portretten’, tezamen met een zestal lotgenoten, onder wie Kees Fens, Marita Mathijsen en Harry Kuitert. Quote: L.H. Wiener: ‘Ik kan niet zeggen: ik hou van je, dan zeg ik zoiets als: wat heb je een leuke o-benen.’ Leuke moet mooie zijn, maar de algehele strekking is waar. Vermoedelijk noteerde hij dergelijke opmerkingen en anekdotes om ze later eventueel te kunnen gebruiken, hetgeen dus geschiedde.

Ik heb aan zijn ziekbed geen afscheid van hem kunnen nemen, omdat hij dat niet wilde. ‘Lodewijk, je moet mij zien als een kat, die als zijn tijd gekomen is, onder een heg wegkruipt en verdwijnt.’

Ik geloofde hem hierin maar half.
        Een jaar eerder ongeveer, had ik hem in een persoonlijk briefje verweten dat hij in een interview over het reilen en zeilen van zijn drukkerij bij een opsomming van de schrijvers die hij gedrukt had mijn naam niet noemde, een onbegrijpelijke omissie, want hij had van niemand vaker iets gedrukt dan van mij. ‘Het oude liedje, Nop, schreef ik: L.H. Wie?’

Er viel toen een stilte tussen ons, die hij niet doorbrak.
        Een vreemd soort koppigheid vond ik dat, Sorry seems to be the hardest word…

Het is bekend dat ik vijanden verzamel, je kunt niet zonder ze, maar Nop paste niet in dat gezelschap en toen ik een goed ding had gemaakt na een optreden in Sint Niklaas, gevolgd door een bezoek aan de raarste kroeg die ik nog ooit had meegemaakt, vond juist toen de jaarlijkse boekenmarkt plaats in de Bavo op de Grote Markt, waar de Korenmaat steevast een stand had. Ik zag Nop zitten (of hij toen al ziek was weet ik niet meer). Ik liep op hem toe. We keken elkaar aan, hij verbaasder dan ik. Uit mijn binnenzak haalde ik toen het verhaal Afzakken in the Panick (de naam van de kroeg) en legde de vellen op zijn knieën met de opmerking: ‘Dag Nop, deze drukken graag.’
        Hetgeen hij niet alleen deed, maar ook nog zorgde voor een fenomenale illustratie over het hele middenblad van de hand van de begenadigde tekenaar Floris Tilanus. (Met de vorige illustrator Paul van der Steen, ook niet de minste, verkeerde ik inmiddels in onmin.)

Nop opent Ratatouille met een Vooraf, waarin hij bekent dat hij al met al trots is op zijn ‘fonds’ met namen als… en dan volgen er negen, waarvan ik, alfabetisch gestuurd, als laatste het licht uit mag doen.
        Het adres Korte Margarethastraat nummer 16, met de letterkasten, de papiersnijder, de lucht van drukinkt en de onafzienbare rijen wanordelijk gestapelde boeken en dozen zal ik node missen.

L.H. Wiener