Recensie: David Foster Wallace – Eindeloos vertier
Ontoegankelijk postmodernisme
Wat moet je toch aan met dit hotsebotse knettergekke boek dat David Foster Wallace in 1996 op de wereld losliet? Onleesbaar? Ten dele. Beste advies: geef je over aan de door drugs en alcohol aan- en voortgedreven gedachtewereld van deze literaire geweldenaar – die in 1998 een einde aan zijn leven maakte. Laat je meevoeren door Wallace’s stream of consciousness en laat je niet afschrikken doordat er geen plot is. Wel een verhaal; meerdere, meerdere polyfone verhalen.
Gepubliceerd in 1996 is Eindeloos vertier een toekomstroman met dystopische trekjes, aangezien de roman zich afspeelt in de jaren na de eeuwwisseling, waarin de jaren niet in getallen worden uitgedrukt, maar in consumentenproducten, zoals het Jaar van het Depend Incontinentie-ondergoed of het Jaar van de Tucks Verzachtende Aambeiendoekjes. Canada en de Verenigde Staten zijn gefuseerd tot één land, O.N.A.N., met als president een ex-levensliedzanger. Op Afhankelijkheidsdag wordt de eenwording gevierd, maar niet iedereen is het met het samengaan eens: er zijn talloze afscheidingsbewegingen actief die aanslagen plegen en waar de veiligheidsdiensten op hun beurt de handen vol aan hebben.
Afwisselend zet Wallace Hal Incandenza en Don Gately in de kijker; de eerste een postpuber op een tennisinternaat, de Enfield Tennis Academie, de ander een ex-verslaafde en ex-crimineel, die nu intern begeleider is in een afkickkliniek, met klanten zowel uit de kringen van Alcoholics Anonymous als Narcotics Anonymous. Hun terreinen bevinden zich naast elkaar, ergens in Chicago, Illinois. De overeenkomst is deze: allen zitten gevangen in een kooi. Maar naast deze hoofdpersonages zijn er nog werkelijk tientallen anderen, van wie Wallace kriskras door de roman heen hun stem laat horen. En zo’n beetje allen hebben hun tics, instant behoeftebevredigingen en verslavingen: ook opgesloten in hun kooi, gevangen in een web. Zo laat Wallace op meesterlijke en visionaire wijze, in weliswaar verbrokkeld en fragmentarisch proza, zien hoe de westerse mens slachtoffer is van consumentisme, materialisme en van letterlijk beangstigende technologie en massamedia. Wallace toont de gapende leegte die daar achter schuil gaat.
Je zou kunnen zeggen dat Eindeloos vertier zich in het eindstadium bevindt van de postmodernistische literatuur (Pynchon, Gaddis, Gass, Vollman), maar de roman is ook beslist onderhoudend, verhalend proza: handelend, spannend, soms gewelddadig en verzadigd van verbeeldingskracht.
De nieuwsgierige lezer is er dan nog niet: hij/zij/hen wordt nader op de proef gesteld met het schrikaanjagende notenapparaat van maar liefst 112 pagina’s, dat ja, in dienst staat van het werk, het gesamtkunstwerk. Geef je eraan over: Eindeloos vertier is tegelijk een intellectuele uitdaging als een waanzinnig avontuur.
Wiebren Rijkeboer
David Foster Wallace – Eindeloos vertier. Vertaald door Robbert-Jan Henkes. Koppernik, Amsterdam. 1176 blz. € 50,-.
Lees ook de recensie van Hans van der Heijde en het essay van Dietske Geerlings over deze vertaling.
